Volgens de theorie van Farley is Fransje een kleine thrill seeker (type t-persoonlijkheid) en Pietertje een grote Thrill seeker (type T-persoonlijkheid). Mensen van het type ‘t’ hebben erg weinig behoefte aan spanning en sensatie. Als er wat verandert in hun levensomstandigheden, dan ervaren zij dat vooral als vervelend en bedreigend. T-persoonlijkheden zijn precies het tegenovergestelde: voor hun levensgeluk is spanning, verandering en opwinding een absolute voorwaarde.

Of mensen een T- of t-persoonlijkheid hebben, is volgens een aantal onderzoeken biologisch bepaald. Het verschil is voor de zwangere moeder al voelbaar en het verschil blijft een leven lang bestaan, hoewel de scherpe kantjes er in de loop der tijd wel wat afslijten. Niet veel oma’s en opa’s wagen zich immers nog aan een bungeejump. De persoonlijkheid van verreweg de meest mensen zit overigens ergens tussen de uitersten van de ‘T’ en de ‘t’ in.

Farley stelt dat T-personen zowel een zegen als een gesel voor de samenleving kunnen zijn. De positieve invloed komt van een specifieke subgroep: de T-plus persoonlijkheden. Wetenschappers, kunstenaars en schrijvers zijn T-plussers die geestelijk veel behoefte hebben aan nieuwe en spannende indrukken en impulsen. Daarnaast zijn bijvoorbeeld bergbeklimmers, motorcoureurs en avonturiers T-plussers die vooral lichamelijke spanning en sensatie

zoeken. Een combinatie van geestelijke en lichamelijke spanningsbehoefte is hierbij mogelijk.

Maar waar een plus is, is ook een min. Een type T-min persoonlijkheid kan zich te buiten gaan aan misdaad, seks-, drugs- en alcoholverslaving. Bij de zoektocht van deze mensen naar spanning en sensatie, spelen de rechten van de medemens of de zorg voor het eigen lichaam, een ondergeschikte rol.

Ondanks het feit dat de T-persoonlijkheid een biologische basis heeft, kan de omgeving wel degelijk invloed uitoefenen op de ontwikkeling van een T-kind of een t-kind. Ouders en leraren kunnen de

T-kinderen van jongs af aan de mogelijkheid bieden om hun behoefte aan sensatie te uiten in spannende en creatieve ideeën, kunst, wetenschap en sport.

Wanneer kinderen dingen doen die de omgeving niet welgevallig zijn, dan is het effectiever om hen een andere uitdaging te geven die niet schadelijk is. Simpelweg verbieden of de kinderen helemaal geen mogelijkheid geven om hun behoefte aan spanning te bevredigen, werkt averechts. Door zijn avontuurlijke inslag gaat het T-kind dan op eigen houtje experimenteren, met alle risico’s van dien.

Farley stelt ook aangepaste schoolprogramma’s voor: een levendige onderwijzer en interactief onderwijs voor de T-kinderen en voor de t-kinderen juist een rustige leraar en klassieke onderwijsmethoden. Beide typen kunnen zich op die manier optimaal ontplooien. En dat is belangrijk, want de maatschappij heeft beide typen mensen hard nodig: de t-typen bewaken de structuur, en de T-persoonlijkheden zorgen voor vernieuwing. Kortom, als zijzelf en de omgeving rekening houden met hun persoonlijkheidsverschillen, dan hoeft de moeder zich over zowel Pietertje als over Fransje geen zorgen meer te maken.[/wpgpremiumcontent]