Ze heeft een ranke gestalte. Kuiltjes in de wangen, lachrimpels bij de ogen. En een baby op de arm. Een jaar geleden werd Brigitte (34) moeder. Ongepland, maar na enige aarzeling niet ongewenst. Natuurlijk vroeg ze zich soms af of ze voor het ouderschap deugde – wat voor voorbeeld had zijzelf immers gehad?

TEST
Doe de test »

Borderline test

Maar inmiddels is ze niet meer bang dat zij haar dochtertje net zo’n nare jeugd zal geven als ze zelf heeft gehad. Want de intensieve therapie die ze de afgelopen jaren volgde om haar borderline te behandelen, heeft een ander mens van Brigitte gemaakt. Ze kan zichzelf nu meer accepteren zoals ze is, weet haar emoties beter te hanteren en hoort in haar achterhoofd niet meer constant een stem die zegt dat ze er niks van bakt. Weg is ook het onvermogen voor zichzelf op te komen.

Borderline is te behandelen

De relatie met de vader van haar kind heeft ze beëindigd. Ze zag er te veel het huwelijk van haar ouders in terug. ‘Mijn ex was net zo egocentrisch als mijn moeder, hij regelde mijn leven wel eventjes. En ik leek te veel op mijn vader, ik liet de dingen gebeuren. Ik herinner me uit mijn eigen jeugd een voortdurend gevoel van dreiging, en in zo’n sfeer wilde ik mijn kind niet laten opgroeien.’

Volgens haar therapeut is Brigitte al met al genezen van de psychiatrische aandoening die vijf jaar geleden bij haar werd gesteld: de borderlinepersoonlijkheidsstoornis. En dat is bijzonder. Want nog niet zo heel lang geleden werd gedacht dat borderline behandelen niet mogelijk was. Vaak kregen ze slechts een ‘onderhoudstherapie’ van één gesprek per drie weken en moesten ze het verder zelf maar uitzoeken.

Populair werden ze er niet mee in de geestelijke gezondheidszorg. Ook al niet omdat borderlinepatiënten veel aandacht kunnen opeisen en soms erg agressief zijn. Tegen anderen, maar ook tegen zichzelf – het zelfmoordpercentage onder mensen met borderline is met tien procent vrij hoog, en het percentage dat aan automutilatie doet nog hoger. Al met al kun je ze makkelijk als theatrale zorgvragers zien, als ondankbare slokops.

Negatief beeld

‘Inderdaad, het gangbare beeld van borderl­inepatiënten is nogal negatief,’ zegt Marjon Nadort. ‘Maar ik benader ze liever als kwetsbare, beschadigde mensen. “Needy, not greedy”, noemt de Amerikaanse therapeut Jeffrey Young ze, en daarin kan ik me goed vinden.’

Nadort weet waarover ze praat. Ze is sinds 1996 betrokken bij een Nederlands onderzoek naar de effectiviteit van borderline behandelen met de Schema Focused Therapy (sft). Deze behandeling voor persoonlijkheidsstoornissen is door Jeffrey Young ontwikkeld. Nadort behandelt ook zelf borderlinepatiënten volgens deze aanpak. Brigitte is een van haar cliënten. Het contact met haar en andere patiënten heeft Nadort geleerd dat de meeste personen met borderline in principe juist heel leuke mensen zijn: ‘Creatief, geestig en empathisch. Je moet ze alleen niet in het nauw drijven, dan kunnen ze veeleisend en claimerig worden.’

Is het positieve cliëntbeeld waarvan Nadort en haar sft-collega’s uitgaan al vernieuwend te noemen, de Schema Focused Therapy als geheel is ronduit revolutionair. Als we de onlangs gepubliceerde resultaten van het wetenschappelijke onderzoek naar hun aanpak mogen geloven. Onderzoekers van de universiteiten Leiden, Maastricht en de Amsterdamse VU volgden tussen 1999 en 2004 een groep van 86 borderlinepatiënten, van wie er 44 schematherapie kregen. Meer dan de helft van hen bleek na vier jaar intensieve schematherapie ­genezen van hun ‘onbehandelbare’ persoonlijkheidsstoornis. Twee derde van de gevolgde patiënten vertoonde tegen die tijd ten minste een ‘klinisch betekenisvolle verbetering’.

‘Natuurlijk, genezen is niet hetzelfde als optimaal functioneren,’ zegt Nadort over deze indrukwekkende cijfers. ‘Er blijft altijd een bepaalde gevoeligheid en borderline behandelen is een continu proces. Maar door de therapie zijn ex-patiënten wel veel weerbaarder tegenover hun eigen valkuilen.’

Een moeder met borderline

Lisa groeide op bij een moeder met borderline. Geen veilig nest, maar een thuis waar ruzie, agressie...

Lees verder

Patronen van vroeger

Faalangst is zo’n valkuil. De overtuiging dat je niets kunt, uiteindelijk altijd door de mand valt. Brigitte rondde acht jaar geleden met succes een universitaire studie af, maar in plaats van vol zelfvertrouwen de arbeidsmarkt te betreden, stortte ze in. ‘Mijn moeder zei altijd tegen me dat ik geen hersens had. Zelf zou ze een gewéldige carrière gemaakt hebben als ik niet was geboren, maar ik kon hooguit kapster worden. Ik heb keihard gewerkt om te bewijzen dat dat niet klopte, maar toen ik cum laude was afgestudeerd, dacht ik: die studie stelt niets voor.’

Een typisch voorbeeld van een early mal­adaptive schema, zou Jeffrey Young zeggen. Volgens de Amerikaanse therapeut liggen zulke schema’s – een verzameling van impliciete, diepliggende overtuigingen en gevoelens – ten grondslag aan persoonlijkheidsstoornissen. Ze zouden in de jeugd ontstaan zijn doordat niet voldaan werd aan de basisbehoeften van elk kind. De ouders toonden bijvoorbeeld nooit liefde en waardering, of mishandelden het kind. In combinatie met een minder stabiel temperament kunnen zulke ervaringen hardnekkige disfunctionele denk- en gedragspatronen opleveren.

Borderline behandelen met schematherapie gebeurt aan de hand van diverse technieken. Bijvoorbeeld het historische rollenspel: naar aanleiding van een actuele situatie waarin de cliënt vastliep, wordt een vergelijkbare situatie uit het verleden nagespeeld en geanalyseerd. Wat gebeurde er toen, welke gedachten en gevoelens riep dat op? Had het kind ook anders kunnen reageren, kan de volwassene nú anders reageren? Het gaat hierbij nadrukkelijk niet om de ‘schuldvraag’, maar om het achterhalen van, zoals dat heet, disfunctionele interpretaties.

Stoelendans

Een andere techniek is de meerstoelentechniek. Vooral daarvan wordt bij borderline behandelen regelmatig gebruikgemaakt, want schematherapeuten werken vanuit het concept dat je het hele woud aan schema’s dat je bij patiënten vaak vindt, bij borderlinepatiënten kunt clusteren in vier ‘modi’: vier kanten van hun persoonlijkheid, waartussen ze razendsnel kunnen schakelen.

Het ene moment heb je daardoor een Verlaten Kind tegenover je, eenzaam en doods­bang, het volgende een Boos Kind, dat impulsief zijn woede uitschreeuwt. Dan weer steekt de Straffende Ouder de kop op, en geeft de patiënt zichzelf er genadeloos van langs. Tot slot is er de Beschermer. Is die actief, dan lijkt de cliënt rustig, maar ook onbereikbaar. ‘De zombiestand,’ noemt Brigitte dat bij zichzelf. Deze modus was haar het meest vertrouwd; gewoon niet helemaal aanwezig zijn.

Via een meerstoelenoefening kan de therapeut de cliënt bewust maken van die verschillende modi. Zit een borderlinepatiënt bijvoorbeeld negatief over zichzelf te praten, dan kan de therapeut voorstellen die ‘Straffende Ouder’ op een aparte stoel te zetten. De cliënt verhuist dan naar een andere stoel en laat het ‘Verlaten Kind’ zogenaamd achter op de eerste stoel. Vervolgens richt de therapeut zich tot de Straffende Ouder; beseft die wel wat hij doet door dit kind zo toe te spreken? Wordt het soms een beter mens van zo’n kleinerende aanpak? Spreekt de ‘Straffende Ouder’ tegen, dan gaat de therapeut de discussie aan. Alles om de ‘Ouder’ te laten zien: niet het kind was fout, maar de volwassene.

‘Heel bizar’ vond Brigitte die stoelensessies in het begin; ‘ik voelde me een idioot als ik tussen die stoelen heen en weer ging. Maar Marjon deed er heel normaal over, dus oké, dan deed ik het maar weer. En het wérkte. Ik bleef lang wantrouwig, maar het werkte echt.’

Zelfmoordpogingen

Dat de schematherapie aansloeg was voor Brigitte een klein wonder, want tot dan toe waren haar ervaringen met borderline behandelen slecht. Al voor ze op haar achttiende verjaardag min of meer uit huis werd gezet, bezocht ze de eerste psychiater. In de jaren die volgden, liep ze bij een Riagg, volgde ze dagtherapie en werd ze een paar keer opgenomen na een zelfmoordpoging. ‘Er is heel wat geld aan mij verspild,’ zegt ze met een grijns.

Waarom al die andere borderlinebehandelingen niet aansloegen bij haar? ‘Ik had het gevoel dat ze gewoon niet wisten wat ze met me moesten. Dat kwam ook doordat ik meestal mijn mond hield. Maar als een psychiater dan tegen me zegt: “Wat doe je hier eigenlijk?”, dan is mijn reactie eerder “Oké, ik ga al” dan dat ik begin te praten. En toen ik op een gegeven moment uit pure frustratie heel boos werd, kwam ik in de separeer en zeiden ze dat ik simuleerde. Ik kreeg ook steeds andere diagnoses. Volgens de een was ik depressief, volgens de ander had ik een angststoornis, en ik ben ook nog voor anorexia behandeld. Eén therapeut heeft ooit tegen me gezegd dat mijn moeder wel eens borderline kon hebben. Maar dat ík misschien border­line had, kwam niet in hem op.’

Coachfinder

Vind een betrouwbare coach via Coachfinder

Coaching is een belangrijke stap in zelfontwikkeling. Maar de juiste coach vinden blijkt nog niet zo eenvoudig. Coachfinder helpt je in je zoektocht naar een coach die bij je past.

Vind je ideale coach

Iets anders wat haar een paar keer pijnlijk trof: dat er net wanneer ze écht een luisterend oor nodig had, niemand was om mee te praten. ‘Zelfs niet tijdens die dagbehandeling. Daar wordt heel wat losgewoeld, maar als je dan ’s avonds zit na te piekeren en het ineens helemaal niet meer ziet zitten, kun je nergens terecht. Ik heb één keer in paniek naar het dagcentrum gebeld, maar ik kreeg iemand aan de lijn die nergens van wist en zei dat ik maar een koude douche moest nemen.’

Borderline behandelen met vertrouwen

Hoe anders is de instelling tegenover  van schematherapeuten voor het behandelen van borderline. Borderlinepatiënten krijgen van hen standaard een telefoonnummer waarop ze zeven dagen per week, 24 uur per dag bereikbaar zijn. Een van de centrale gedachten achter borderline behandelen volgens deze methode is namelijk dat de therapeut een patiënt via limited reparenting (‘beperkt herouderschap’) de zorg kan geven die deze als kind tekort gekomen is. Daarmee wordt de Gezonde Volwassene in de borderlinepatiënt tot groei aangezet. En, zoals Marjon Nadort zegt: ‘Een ouder is ook meer dan twee keer per week drie kwartier beschikbaar.’

En, wordt ze platgebeld? Dat valt reuze mee, zegt ze. In de tien jaar dat ze nu schematherapie geeft, is ze nog maar één keer ’s nachts gebeld, en zonder evidente reden is ze eigenlijk nooit gebeld: ‘De meeste mensen met borderline hebben daarvoor te veel respect voor de therapeut.’ Uiteindelijk, denkt ze, heeft dat overhandigen van een telefoonnummer vooral een symbolische betekenis: ‘Zo weten je cliënten dat je er écht voor ze bent.’ Inderdaad, zegt Brigitte: ‘Het idee dat ik kón bellen, was vaak al genoeg.’

Is Brigitte haar therapeute ook echt als een moeder gaan ervaren? Ze grinnikt. ‘Nee, dat niet. Maar ze werd wel een mens voor me. Geen afstandelijke behandelaar, maar iemand die je echt kunt vertrouwen.’ Dat wil ze nu doorgeven aan haar dochtertje: dat er mensen zijn op wie je kunt vertrouwen, die er voor je zijn. Met een brede lach: ‘Ik ga die cirkel doorbreken, ik ga haar beter opvoeden dan ik zelf ben opgevoed. Misschien blijf ik mijn leven lang in de wao, maar mijn dochter wordt een “Nuttig Burger”.’

Brigitte heet in werkelijkheid anders.