Na-apen is menselijk

Dat de mens een kuddedier is, heeft een verrassende verklaring. Imitatie is in ons zenuwstelsel ingebakken. Zien leidt volautomatisch tot nadoen, en dat biedt aanknopingspunten om gedrag te manipuleren. Probeer het zelf maar.

Welke route u ook gevolgd heeft tot dit punt, u zult hier waarschijnlijk met enige scepsis zijn aangeland. Zo gemakkelijk laat een mens zich toch niet manipuleren? Het antwoord is dat dit wel degelijk het geval is. Elk van de vier beschreven routes is gebaseerd op werkelijk uitgevoerde experimenten.

De sociaal psychologen Ap Dijksterhuis uit Amsterdam en John Bargh uit New York wijzen op de directe relatie tussen waarnemen en handelen. Zintuigen zijn in de loop van de evolutie niet ontstaan om een beter begrip van de wereld te verkrijgen, maar om beter te kunnen handelen. Een boom heeft geen zintuigen gekregen, omdat die toch stil staat. Alleen organismen die tegen een boom kunnen oplopen, hebben zintuigen gekregen om deze aanvaring te vermijden. Het kan de natuur weinig schelen of de waarneming op zich correct is, als de handelingen maar efficiënt worden aangestuurd. Zien is om te doen.

Bij lagere dieren is dit het duidelijkst zichtbaar. Kalkoenmoeders reageren op het piepen van hun kuikens onmiddellijk met verzorgend gedrag. Als zij een natuurlijke vijand als de bunzing zien, beginnen ze te krijsen, te pikken en te klauwen. Deze automatismen volstaan in de natuur, maar laten zich foppen als een onderzoeker een opgezette bunzing met een cassettebandje in zijn buik naar de kalkoenen brengt. Als het bandje de geluidjes van de jonge kalkoenen ten gehore brengt, reageert de moeder verzorgend en gaat zelfs bovenop de bunzing zitten. Maar zodra het bandje is afgelopen, verandert zij in een furie en valt de bunzing aan. Bij de kalkoen roept een ‘sleutelprikkel’ een standaardreactie op.

De mens is te intelligent om dergelijke fouten te maken, maar dat wil niet zeggen dat wij niet over vaste reactiepatronen beschikken. De woorden ‘korting’ en ‘uitverkoop’ roepen automatisch een koopimpuls op, een mooi gezicht en een glimlach stemmen ons vriendelijk en een spiegel verhoogt ons zelfbewustzijn. En als iemand een verzoek doet en daarbij het woordje ‘want’ gebruikt, stemmen we er zonder nadenken mee in. Experimenteel is dit aangetoond in de rij achter een kopieerapparaat. De proefpersoon vroeg: ‘Neem me niet kwalijk, ik heb slechts vijf bladzijden. Mag ik die even kopiëren, want ik heb haast?’ Dit verzoek werd door 94 procent van de mensen ingewilligd. Bij een verzoek zonder reden stemt slechts zestig procent in. Het verzoek: ‘Neem me niet kwalijk, ik heb slechts vijf bladzijden. Mag ik even voorgaan?’ is dus duidelijk minder effectief. Als dit verzoek wordt uitgebreid met een ongeldige reden, is de bereidheid om even plaats te maken veel groter. Het verzoek ‘Neem me niet kwalijk, ik heb slechts vijf bladzijden. Mag ik even voorgaan, want ik moet even een paar kopieën maken?’ geeft in 93 procent van de gevallen toegang tot het kopieerapparaat. Mensen reageren niet omdat er een gefundeerde reden is gegeven, maar reageren op de sleutelprikkel want, die suggereert dat het verzoek gegrond is.

Flexibel door blokkering

De mens beschikt dus net als dieren over gedragspatronen die automatisch worden uitgelokt door bepaalde waarnemingen. Het verschil met de kalkoen is dat de mens deze reactiepatronen veel vrijer kan benutten. Dijksterhuis en Bargh beschrijven dat deze flexibiliteit in de loop van de evolutie is ontstaan. Bij de groei van de hersenomvang werd voortgeborduurd op de oude structuren. Hierdoor gingen de vaste reactiewijzen niet verloren, maar konden zij waar nodig worden onderdrukt. Als we bang zijn, kunnen we ervoor kiezen om niet te vluchten en als we een wc zien, kunnen we de plas nog even ophouden.

Hoe essentieel de blokkering van gedrag is, blijkt bij patiënten met een beschadiging in de voorhoofdskwabben in het brein – de hoogste instantie voor het plannen van gedrag. De automatismen hebben dan vrij spel. Een glas bier laat deze mensen steevast drinken, borrelnootjes doet hen toetasten en verliefdheid laat flirten. De controle over het gedrag is verzwakt. Deze patiënten doen soms denken aan mensen die met een knorrende maag boodschappen gaan doen en thuiskomen met allerlei etenswaren die ze eigenlijk niet nodig hebben.

Waarnemen leidt vanzelfsprekend tot handelen, maar Dijksterhuis en Bargh wijzen erop dat dergelijke automatismen niet impliceren dat we anderen uiterlijk zichtbaar nadoen. Dit kan verklaard worden door een volgend organisatieprincipe van het zenuwstelsel. In verband met het vergroten van de efficiëntie, gebruiken we dezelfde hersencellen voor herkennen, denken en doen. Dit blijkt het duidelijkst uit het onderzoek van de Italiaanse neuroloog Giacomo Rizzolatti (zie ook Psychologie Magazine mei 2001). Hij toonde bij apen aan dat de zenuwcellen die betrokken zijn bij het voorbereiden van specifieke handbewegingen, ook actief worden als het dier kijkt naar een hand die deze bewegingen uitvoert. Rizzolatti spreekt van spiegelcellen.

Deze overlap tussen waarnemen en doen, kan uitgebreid worden naar het denken. Denken aan een koprol activeert dezelfde hersengebieden als het uitvoeren van een koprol. Om vooruitgang te boeken bij de uitvoering van de koprol, volstaat het om de beweging in gedachten door te nemen. Evenzo neemt de spierkracht toe als iemand een maand lang elke dag in gedachten met gewichten stoeit. Zien leidt tot nadoen, omdat we voor beide activiteiten dezelfde hersenstructuren benutten.

De nagapers

Na-apen is een in het brein ingebakken gewoonte. Houd uw gezicht maar eens boven de wieg van een baby van twee dagen oud. Of u nu van verbazing uw wenkbrauwen optrekt of met een vlak uitgestreken gezicht kijkt, u zult zien dat de baby deze expressie vrij aardig kan overnemen. En als u moeite heeft deze subtiele signalen te duiden, dan kunt u uw tong uitsteken. De kans is aanzienlijk dat de baby u met gelijke munt terugbetaalt.

Imitatiedrang verdwijnt niet met het klimmen der jaren. Vraag mensen foto’s te sorteren van verschillende gezichtsuitdrukkingen en al doende zullen ze de uitdrukkingen lichtjes overnemen. Daarnaast blijken bijvoorbeeld stembuigingen en zinsconstructies van spreker tot spreker te worden doorgegeven. Als u zich in gezelschap begint te krabben, zult u snel meer mensen met jeuk gewaar worden. Friemel aan uw haar en anderen zullen hun kapsel ook in orde brengen. Gapen is een ander berucht voorbeeld. Maarten ’t Hart beschrijft in het korte verhaal De nagapers hoe hij een diapresentatie houdt, waarbij hij steeds gapende dieren vertoont. De stemming in de zaal wordt al snel loom en als halverwege zijn complete publiek in slaap is gevallen, verwijdert hij de nog brandende peuken uit hun vingers en gaat er stilletjes vandoor.

Dijksterhuis en Bargh halen de Amerikaanse godfather van de psychologie, William James, aan die meer dan een eeuw geleden al opmerkte dat ieder van ons vrijwel geheel geworden is wat hij is, dankzij ons imitatievermogen. Soms heeft dit dramatische gevolgen. Probeer maar eens rustig naar de nooduitgang te lopen, als anderen in paniek bij de verkeerde deur staan te dringen.

Imitatiedrang verspreidt zich niet willekeurig over de aanwezigen. De Amerikaanse psycholoog Howard Friedman plaatste twee proefpersonen bij elkaar in de kamer. Zij mochten gedurende twee minuten geen woord wisselen, maar konden wel naar elkaar kijken. Na afloop van de twee minuten bleek dat een van beide proefpersonen de stemming van de ander grotendeels had overgenomen. De meest expressieve persoon fungeerde als zender en de minder expressieve als ontvanger. Expressieve mensen zijn net bacillendragers die iedereen besmetten met hun stemming.

De besmetting verloopt nog effectiever als mensen elkaar aardig vinden. Je kunt eruit afleiden hoezeer mensen op elkaar zijn gericht. Op hun huwelijksdag vertonen de gezichtsuitdrukkingen van bruid en bruidegom minder overeenkomsten dan op hun zilveren bruiloft. De mate waarin de expressies overeenkomen, blijkt ook vrij nauwkeurig te voorspellen in hoeverre de partners tevreden zijn met hun relatie.

Imiteren is nuttig

Dijksterhuis en Bargh geloven dat het na-apen twee verschillende functies heeft. In de eerste plaats geeft het mensen de gelegenheid om de eigen beperkte waarnemingen te overstijgen en te profiteren van de wijsheid van de groep. Als iemand naar de lucht loopt te staren, kijken we ook even omhoog, omdat er waarschijnlijk iets leuks te zien is. En nog belangrijker, als iedereen een gebouw ontvlucht, dan gaan we erachter aan, zonder eerst te kijken welk gevaar er dreigt. Dat levert belangrijke tijdwinst op en dit zal vooral belangrijk zijn geweest in de tijd dat mensen nog temidden van roofdieren leefden.

Het tweede winstpunt van imiteren is dat mensen het gebruiken om een ‘wijgevoel’ in een groep te creëren. De imitatiedrang verkleint de individuele verschillen en draagt bij aan gevoelens van vriendschap. Het onderlinge contact verloopt soepeler en het aantal conflicten neemt af. Imitatie maakt het gemakkelijker om geaccepteerd te worden door de groep en helpt om de fundamentele behoefte om ergens bij te horen te vervullen.

Dit laat onverlet dat imitatiedrang negatieve gevolgen kan hebben. Soms volgen mensen elkaar bijna als lemmingen die zich gezamenlijk van de rotsen storten. Een klein voorbeeld komt van de man die na het bekijken van een uitzending van de Formule 1 races, prompt op de bon werd geslingerd, omdat hij te hard reed. In dit bijzondere geval gedraagt hij zich gevaarlijk, op grond van een regel die in het algemeen leidt tot meer sociale acceptatie. Net zoals in het liedje Vriendschap van het Goede Doel: ‘En als ik in het water sprong, dook hij er achteraan.’

Imiteren zonder voorbeeld

Het bijzondere van het menselijke imitatievermogen is dat het niet beperkt blijft tot zichtbaar gedrag. Vraag studenten een essay te schrijven over de bestrijding van mond- en klauwzeer, en zij zullen een langer stuk maken als zij van tevoren een portret van een politicus hebben bekeken. De reden is dat wij politici niet associëren met helder en precies taalgebruik, maar met een uitgebreide woordenstroom die om de brij heen draait. Het plaatje van de politicus volstaat om dit slechte voorbeeld te doen volgen.

Een dergelijke vorm van indirecte imitatie heeft dezelfde achtergrond als het na-apen van zichtbaar gedrag. Dit laatste hing immers samen met de overlap van hersenstructuren die gebruikt worden voor het waarnemen en handelen. Het brein gebruikt bij het denken dezelfde zenuwcellen. Wie denkt aan langdradigheid of opvliegendheid, is daardoor geneigd de bijbehorende gedragingen zelf tot op zekere hoogte over te nemen.

De voorbeelden waar dit artikel mee begon, zijn ook allemaal gebaseerd op dergelijke vormen van indirecte imitatie. Toch moet hierbij de kanttekening worden gemaakt dat de effecten die de lezer in het vooruitzicht zijn gesteld, nooit werkelijk hebben kunnen optreden. De reden is dat het effect expliciet werd aangekondigd. Dit roept de neiging op om jezelf beter in de gaten te houden en juist deze op jezelf gerichte aandacht onderdrukt de neiging tot gedachteloos imiteren. Het kijken naar een foto van een schildpad in de etalage vertraagt de pas, maar heeft dit effect niet als u weet dat die foto daar speciaal voor dat doel is opgehangen.

We zijn geen willoos slachtoffer van onze eigen imitatiedrang. Als we op het moment zelf andere belangrijke doelen voor ogen hebben, kunnen we het imiteren achterwege laten. Daardoor zal een brandweerman niet met de massa meevluchten, maar tegen de stroom in mensen redden. Evenzo laten we de vrouw die voor haar beurt gebruik wil maken van het kopieerapparaat niet passeren als zij honderd kopietjes wil draaien, ongeacht of ze nu netjes ‘want’ zegt of niet.

Een tweede adder onder het gras is dat een te goed voorbeeld averechts kan werken. Het bestuderen van Einstein inspireert ons niet tot meer concentratie en aandacht, maar doet ons juist afhaken. Het contrast tussen onze eigen intellectuele vermogens en die van Einstein is zo groot, dat we ons er eerder door laten ontmoedigen. We komen niet eens op het idee dat we hem zouden kunnen navolgen. Aan een gewone professor kunnen we ons optrekken, maar Einstein geeft ons eerder het gevoel dat we een beetje dom zijn. Iets soortgelijks geldt voor het voorbeeld van prinses Juliana. Zij is zozeer op leeftijd dat jongere mensen haar gedrag niet overnemen, maar zich er juist tegen afzetten. Experimenteel is zelfs aangetoond dat een blik op Juliana studenten de pas doet versnellen. Het goede voorbeeld doet goed volgen, maar een extreem voorbeeld laat ons afhaken.

We kunnen op elk moment besluiten onszelf te zijn, maar als we op de automatische piloot handelen, dan dragen we meer van de ander in ons mee dan we doorgaans beseffen.

 [/wpgpremiumcontent]

auteur

Ad Bergsma

Ad Bergsma is psycholoog. Hij werkt als geluksonderzoeker, spreker en auteur.

» profiel van Ad Bergsma

Dit vind je misschien ook interessant

Kort

Sociale activiteit houdt jong

Kinderen verzorgen is goed voor het ouder wordende brein.
Lees verder
Kort

Sociale activiteit houdt jong

Kinderen verzorgen is goed voor het ouder wordende brein.
Lees verder
Branded content

Echt ontspannen op vakantie

Weten we nog wel wat ervoor nodig is om goed uitgerust thuis te komen van vakantie? Auteur Peggy van...
Lees verder
Branded content

Echt ontspannen op vakantie

Weten we nog wel wat ervoor nodig is om goed uitgerust thuis te komen van vakantie? Auteur Peggy van...
Lees verder
Kort

Waar je vindt dat heden eindigt, heeft invloed op je financi...

Wanneer eindigt voor jouw gevoel het heden en begint de toekomst?
Lees verder
Kort

Waar je vindt dat heden eindigt, heeft invloed op je financi...

Wanneer eindigt voor jouw gevoel het heden en begint de toekomst?
Lees verder
Kort

We zijn wat we aten

Dat de mens een kuddedier is, heeft een verrassende verklaring. Imitatie is in ons zenuwstelsel inge...
Lees verder
Artikel

Macht smaakt naar meer: dit doet het met jou

Wie macht en status krijgt, wordt doelgerichter en slimmer. Maar ook egocentrischer en schijnheilige...
Lees verder
Column

Geef me je hand

Op een conferentie van familietherapeuten hoorde ik over een onderzoek van Jim Coan, een Amerikaan...
Lees verder
Column

Apen met veren

In zijn dierenwinkel leerde mijn grootvader puttertjes om te putten. De ­distelvink, zoals het voge...
Lees verder
Column

Alfaman in hermelijn

Maar hoe zou ik een chimpansee uitleggen dat ondanks die pracht en praal elke vorm van machtsuitoefe...
Lees verder
Kort

‘Doe mij maar een hond’

Kinderen zijn blijer met een huisdier dan met hun broer of zus.
Lees verder