Onafhankelijkheid

‘Als documentairemaker bepaal ik zelf welk verhaal ik wil vertellen. Zonder die onafhankelijkheid zou ik niet kunnen werken. Heel vroeger, tijdens mijn studie industrieel ontwerpen, werkte ik een tijdje als ontwerper. Ik kwam er toen achter dat ik het verschrikkelijk vind wanneer alles voor je wordt ­bepaald en bedacht. Ze hadden bij dat bedrijf een prikklok, en als het lunchtijd was, liep iedereen gedwee naar de kantine, zonder zich af te vragen of ze dat nou wel wilden.

Training

Vergroot je zelfvertrouwen

  • Bewezen effectief
  • Technieken uit de cognitieve gedragstherapie
  • Inclusief dagboek-app
bekijk de training
Nu maar
€ 75,-

Nog steeds kan ik er niet tegen als ik bij een omroep midden in een filmbespreking zit en ineens loopt iedereen weg wánt de kantine gaat open. Ik vraag me juist bij alles af óf ik het wil en waaróm ik iets doe. Ik wil niet afhankelijk zijn van een groep of een familie of een vereniging. Ik wil juist iets alléén doen, op eigen kracht, mijn geluk en welzijn volledig zelf in de hand hebben. Zo ben ik ook opgevoed: ieder van ons gezin ging meestal zijn eigen weg. Wij zijn ook nooit ergens slachtoffer van; er is namelijk niemand op aarde die schuldig is als het niet goed met je gaat, want dat heb je helemaal zelf in de hand.

Gelukkig heb ik altijd een beetje langs de kudde heen kunnen leven. Na mijn studie besloot ik mijn jeugddroom achterna te gaan: acteur worden bij het jeugdtheater. Ik vond het geweldig om op toneel te worden meegevoerd in een andere wereld, maar toen ik op een gegeven moment wekenlang als spermacel in een wit pak met kniebeschermers over het podium aan het kruipen was, zag ik mezelf ineens van boven en dacht ik: nee. Daarna ging ik filmen en kon ik eindelijk zelf bepalen wat ik wilde uitbeelden.

Inmiddels heb ik gemerkt dat onafhankelijk zijn niet áltijd lukt. Daar kwam ik achter toen ons 15-jarige petekind Joey bij mij en mijn man introk. Wij waren bij Joeys geboorte benoemd tot zijn peetouders, maar drie jaar geleden overleed zijn moeder, en omdat hij ook geen vader had, is hij toen bij ons gekomen. In één keer zaten we met een puber in huis die nog van alles moest ontdekken en zoeken in het leven. Weg was ons onafhankelijke bestaan. We hadden nu iets in huis dat veel belangrijker was dan onszelf, namelijk een kind dat veel tijd, aandacht en liefde nodig heeft. Dat wilden we hem ook bieden: een stabiel thuis dat warm en fijn en echt is. Het gevolg daarvan was echter dat we veel minder tijd voor onszelf en voor elkaar hadden.

Het eerste jaar vond ik het echt een ramp: dat iemand anders afhankelijk was van mij, en dat dat onontkoombaar was, ook voor Joey. Hij had namelijk ook geen keuze gehad, wij waren de enige plek waar hij naartoe kon. En dat op een leeftijd dat hij juist zijn zelfstandigheid aan het onderzoeken was. Heel ingewikkeld allemaal. Het gaat nu beter, hoewel het af en toe nog best lastig is.’

Vriendschap

‘Laatst zei iemand tegen mij: “Vrienden, die heb je ook maar per ongeluk gekregen, je loopt een tijdje met elkaar op, maar uiteindelijk moet iedereen het toch alleen redden.” Daar ben ik het dus fundamenteel mee oneens. Je moet er juist altijd zijn voor je vrienden. Mijn drie beste vrienden bel ik bijna elke dag. Misschien komt dit gebel dwangmatig over, hoor, maar ik zou stuurloos zijn als ik niet zo close was met m’n vrienden. Als vrienden kun je elkaar corrigeren, stimuleren, richting geven als je het even niet meer weet. Daar heb ik echt veel behoefte aan.

Zeker als er rampen gebeuren in mijn leven, zoals vorig jaar, toen mijn schoonvader plotseling overleed. Een drama: het was de avond voordat mijn man en ik gingen trouwen. Zijn vader stikte tijdens ons familiediner in een stuk voedsel. Hij raakte in coma en is drie dagen later overleden. Een week later ben ik in volle vaart weer aan het werk gegaan; ook omdat ik mijn collega’s niet wilde opzadelen met al het werk dat bleef liggen vanwege iets dat zich privé had afgespeeld. Het is heel goed als je dan een vriend hebt die zegt: “Zou je niet eens wat vaker naar huis gaan? Daar ben je het hardst nodig nu.”

Vriendschap is denk ik belangrijker dan liefde, omdat het veelomvattender is; liefde is er volgens mij een onderdeel van. Eigenlijk is liefde de ultieme vorm van vriendschap. Mijn man zie ik als mijn beste vriend. Wij zijn al meer dan 25 jaar bij elkaar; we zijn al langer met z’n tweeën dan we ooit alleen zijn geweest. Dan weet je haast niet beter, je bent vergroeid. Die liefde tussen ons is een stabiele factor in m’n leven… hoe hard je er ook aan schudt, er valt niks uit.’

Toewijding

‘Qua werk ben ik er nog niet, vind ik. Ik heb heus wel een paar aardige films gemaakt en erkenning gekregen, maar uiteindelijk wil ik iets maken wat van begin tot eind helemaal klopt en perfect is: “de” film dus, waar ik hélemaal tevreden over kan zijn.

Mijn film over de Zangeres Zonder Naam vind ik tot nu toe mijn beste. Door haar vrienden te volgen, ontstond na verloop van tijd het beeld wat een verschrikkelijk kreng die vrouw eigenlijk is geweest. Heel anders dan die lieve zangeres die ze altijd had geleken. Dat is precies wat ik wil met een film: de kijker meevoeren in een wereld waar je aan het eind van de film heel anders tegenaan kijkt dan bij het begin.’

Avontuur

‘Thuis heb ik een rustig, stabiel gezinsleven, maar in mijn werk wil ik steeds iets nieuws meemaken. Je bent aan jezelf verplicht plannen te maken, avonturen aan te gaan. Anders sta je stil en sjok je inderdaad elke dag om twaalf uur naar de kantine.

Bij avontuur moet je niet meteen denken aan het portretteren van flamboyante figuren of het filmen in oorlogsgebieden. Ik zoek het avontuur in het observeren van het alledaagse. Als filmer volg ik de hele dag mensen in hun gewone doen en laten, en dan zie je ook hele veldslagen, hoor. Als je maar goed naar mensen kijkt.

Waarom ik daar zo’n speciaal oog voor heb? Tja, ik wil het gewoon graag vastleggen. Ik ben iemand die liever naar situaties kijkt dan dat-ie ermiddenin zit. Eigenlijk voel ik me al mijn hele leven een observator. Ik zag mezelf altijd zo van boven staan, op het schoolplein, of tijdens feestjes. Ik zat er nooit helemaal in.

Laatst maakte ik een film over files, zoiets vind ik dus geweldig om te doen: heel dicht op de huid van die automobilisten gaan zitten. Er was bijvoorbeeld een vrouw die in de auto een meditatie-cd opzette, om tot rust te komen en te werken aan haar spiritualiteit. Ik bewonder het dan dat zij zo creatief met haar ­situatie weet om te gaan, en tegelijkertijd heeft het natuurlijk ook iets heel geestigs. Want wat nu als ze in slaap valt van die cd? Ik bedoel: het leven is ingewikkeld, en toch blijven we proberen er alles uit te halen wat erin zit. Uiteindelijk zijn we allemaal met hetzelfde bezig: we proberen wat van ons leven te maken en gelukkig te zijn. Dat lukt niet altijd, maar we blijven zoeken. Die worsteling is de essentie van wat ik wil laten zien in mijn films.

Dat mee-ademen met de ander heeft voor mij vaak iets magisch. Bij mijn nieuwe film Angst had ik dat ook weer. Voor die film heb ik mensen gevolgd die onder behandeling zijn vanwege een angststoornis. Een van de hoofdpersonen in de film is een jonge vrouw die bang is in het donker en die niet alleen in bed durft te liggen, vanwege seksueel misbruik in haar jeugd. Ze was opgenomen in een kliniek om te leren weer op zichzelf te vertrouwen. We hebben haar een hele middag en avond gefilmd. Uiteindelijk durfde ze één minuut in het donker alleen in bed te liggen. Dat was een enorme overwinning voor haar. Ik leefde zo met haar mee dat ik er zelf hartkloppingen van kreeg. Daar kan geen actiefilm tegenop.’

Zelfvertrouwen

‘De basis onder je leven. Mijn zelfvertrouwen is er niet vanzelf, ik moet het altijd op peil zien te houden: vaak tegen mezelf zeggen dat ik iets goed kan, en me niet te veel aantrekken van wat andere mensen vinden. Een jaar of tien geleden was ik daar minder goed in dan nu. Toen moest alles wat ik deed lukken. Als een film niet goed werd, begon ik te twijfelen of ik wel geschikt was voor dit vak. Maar ja, toen was ik ook nog onzeker over mijn bestemming.

Als je ouder wordt, kun je de dingen beter in perspectief zien. Vroeger kon ik behoorlijk in de rats zitten als een omroepdirecteur tegen me zei: “Ik wil jou niet meer, we hebben jouw films nu wel gezien.” Nu weet ik: ach, straks komt er weer een nieuwe directeur, of een andere omroep, dat loopt wel los.’[/wpgpremiumcontent]