Iris de Raat komt bedaagd over, hoewel ze pas 26 is. Al sinds haar zeventiende is ze mantelzorger voor haar moeder, die de ziekte van Parkinson heeft. Iris heeft altijd een sterke band gehad met haar moeder – haar vader speelt geen rol meer in haar leven – maar de ­diagnose zette die band wel onder druk. ‘Mijn moeder kon haar ziekte moeilijk accepteren en verzweeg lange tijd voor de buitenwereld dat er iets ernstigs aan de hand was. Daardoor was ik de enige bij wie ze kon uithuilen. Ze moest veel opgeven: werken, wandelen, fietsen.’

"‘Mensen kunnen snakken naar waardering die nooit komt. Dat frustreert en de boosheid die daarover ontstaat, roept weer schuldgevoelens op.’"

- Pearl Dykstra

Een van de kenmerken van parkinson is dat het lichaam ‘op slot’ gaat. ‘Mijn moeder werd angstig, durfde niet meer zelfstandig naar buiten.’ Iris deed boodschappen en ging mee naar afspraken. Later kwam daar nog koken bij en incidenteel schoonmaken. Al snel stond Iris in een spreidstand tussen zorg, studie en sociaal leven. ‘Bij mij sloegen emoties daarover naar binnen. Ik voelde af en toe wel irritatie, omdat het soms leek of mijn moeder het vanzelfsprekend vond wat ik deed. Maar ik sprak het niet uit.

Leuke dingen, zoals weekendjes weg, liet ik maar schieten. Ik investeerde veel tijd in zorgen en de tijd die overbleef, besteedde ik aan mijn studie. Zo hoefde ik nergens over na te denken, maar ik liep wel op mijn tandvlees. Door alle stress ontwikkelde ik een eetstoornis. Dat geeft aan dat ik over mijn eigen grenzen heen ging.’

Log in om verder te lezen.