Op een middag stapte een dronken man de trein in en begon mensen lastig te vallen. Hij duwde een vrouw om en terwijl hij de metalen stang in het midden van de wagon uit zijn voegen begon te rukken vluchtten sommige passagiers naar de andere kant van de coupé. Op het moment dat er een handgemeen dreigde, klonk er ineens een oorverdovende en merkwaardig vrolijke kreet: ‘Hé!’ Alsof iemand plotseling een goede vriend ontwaarde.

De dronken man draaide zich verbaasd om. Achter hem zat een klein mannetje van over de zeventig. Hij keek de dronkenlap stralend aan: ‘Kom eens hier.’ ‘Waarom zou ik in godsnaam met jou praten?’ riep de dronken man agressief terwijl hij op het oude mannetje afliep. ‘Wat heb je gedronken?’ vroeg die laatste met stralende ogen. ‘Sake, en dat gaat je geen moer aan.’ ‘O, dat is geweldig, geweldig,’ antwoordde de man warm. ‘Ik ben ook dol op sake. Elke dag warmen mijn vrouw en ik een klein flesje sake op en nemen dat mee naar de tuin. Daar zitten we dan op een houten bankje…’
Hij vertelde over de boom achter zijn huis, over hoe mooi zijn tuin was, over het

genot van sake in de avond. Het gezicht van de dronkaard verzachtte terwijl hij luisterde naar de oude man; zijn vuisten ontspanden. En terwijl de dronkenman op uitnodiging van de oude man begon over zijn eigen vrouw, en hoe hij haar had verloren, bereikte de trein het volgende station. Wie wilde uitstappen, stapte veilig uit, en de trein met zijn passagiers kabbelde rustig verder.

Dat talent, schrijft psycholoog Daniel Goleman in zijn klassieker Emotionele intelligentie, waaruit deze anekdote geleend is; dat vermogen om kalm te blijven en invoelend de ontredderde emoties van anderen tot bedaren te brengen, dat is emotionele virtuositeit. En het goede nieuws is dat we allemaal emotioneel virtuozer kunnen worden. Want wat Goleman twintig jaar geleden al voorstelde, is nu aan het gebeuren: scholen beginnen het aan kinderen te leren.

Levensvaardigheden

Als iedereen emotioneel wat virtuozer was, zouden we minder ziek zijn. Minder geïrriteerd. Minder gespannen. Als we het léren, zegt Goleman, ‘het vergroten van het zelfbewustzijn, het effectiever reguleren van onze gevoelens van ontreddering, het vasthouden aan optimisme en doorzettingsvermogen als het tegenzit, het vergroten van het vermogen tot empathie, zorgzaamheid, samenwerking en sociale aansluiting – dan zou de toekomst er weleens een stuk zonniger kunnen uitzien.’ Net zo geoefend als die verwarde man tot rust werd gebracht, zouden we reageren op die collega die gillend uitroept dat ze haar werk niet kan doen als er zo luid wordt overlegd. Op de druk van een examen. Op de klasgenoot die altijd op óns schrift begint te kladderen tijdens het rekenen. Op dat kind op het schoolplein, dat nooit mee mag doen omdat ze meteen de regels wil bepalen. Op de sokken naast de wasmand.
Om virtuoos te kunnen worden, of in ieder geval een beetje goed in het omgaan met onze eigen emoties en die van anderen, is het belangrijk dat er al op jonge leeftijd een stevige basis wordt gelegd. Dat kinderen jarenlang kunnen trainen – in plaats van de trucs pas te ontdekken als ze op hun veertigste een cursus ‘Omgaan met weerstand’ of ‘Effectief communiceren’ volgen.
De ogen van gedragsdeskundige Kees van Overveld lichten op achter zijn bril wanneer hij vertelt dat hij een kentering ziet. Dat een groeiende groep leerkrachten met hem vindt dat we een beetje zijn doorgeslagen met de nadruk op al dat rekenen, lezen, schrijven en toetsen. Dat school ook een plek moet zijn waar je levensvaardigheden leert, zoals zelfbewustzijn, zelfbeheersing, empathie en de kunst om te luisteren, problemen op te lossen en samen te werken – omdat die vaardigheden even belangrijk zijn als wiskunde en spelling om toegerust te zijn voor het leven. En dat je ze net zomin als grammatica en vermenigvuldigen ‘wel tussen de bedrijven door leert’.

‘Buikpijn’ is eigenlijk…

Een begaafd kind kan later een perfect opererende chirurg worden, maar zal ook op een invoelende manier met zijn patiënten moeten kunnen praten over de gevolgen van hun operatie. En een kind kan gedurende zijn schoolcarrière alle kennis verzamelen om een vernieuwend software-ontwerper te worden – als hij zich niet goed kan verplaatsen in de wensen van de mensen die met die programma’s moeten gaan werken, of niet kan samenwerken met zijn collega’s, is zijn kennis waardeloos.
Van Overveld was zelf twintig jaar lang leerkracht in het basisonderwijs en speciaal onderwijs, en leidt nu leerkrachten op aan het Seminarium voor Orthopedagogiek waar hij coördinator is van het Expertisecentrum Gedrag. ‘Had ik dat maar eerder geweten’ is een zin die hij wekelijks uit de mond van leerkrachten en stagiaires hoort rollen: dat je door kinderen te leren over emoties en door te werken aan een groepsgevoel een groot deel van de problemen in de klas van tafel kunt vegen. Zelf raakte hij bevlogen door het werk van Goleman en van casel, het collectief voor academisch, sociaal en emotioneel leren dat al jaren ijvert voor een gezond evenwicht tussen sociaal-emotioneel leren en academisch leren.
‘Wat ik in de klas altijd merkte,’ vertelt Van Overveld, ‘is dat de emotiewoordenschat van veel kinderen klein is. Ze voelen van alles in hun lijf, maar hebben niet de taal om het te uiten. Hoeveel kinderen klagen niet over buikpijn op momenten waarop ze eigenlijk gespannen, verdrietig of bang zijn? Taal helpt om die kennis over je eigen gevoelswereld te krijgen.’
Kennis van de eigen emoties, het herkennen van een gevoel terwijl het optreedt, is volgens Yale-psycholoog en leidend emotie-onderzoeker Peter Salovey stap één in het opbouwen van emotionele intelligentie. Kinderen die geen woorden hebben voor hun gevoelens raken gefrustreerd, en gaan zich op andere manieren uiten. Sommige kinderen raken in zichzelf gekeerd, angstig. Andere kinderen gaan de les verstoren. Weer anderen worden agressief. Laatst nog had Van Overveld zo’n situatie op een school die hij begeleidde. Op het schoolplein stond een jongen van een jaar of 6, in zijn eentje. Rug tegen de muur, ongelukkig gezicht, geen vriendjes om mee te spelen. Een toevallig langslopende jongen werd het slachtoffer van zijn frustratie; die kreeg BAF, ineens, een stomp in zijn gezicht. Zomaar.
In een gesprek met de leerkracht vertelde die jongen dat hij ook niet goed wist waarom hij dat deed. Dat hij ‘storm’ in zijn hoofd voelde. Van Overveld: ‘Wat deze jongen moest leren, is dat die dingen die je voelt in je lichaam – een snel kloppend hart, een onrustige ademhaling, hoofdpijn – signalen zijn. Signalen voor gevoelens waarvoor namen zijn: verdriet, angst, woede. Het geeft zo’n jongen rust om te horen dat zijn gevoelens begrijpelijk zijn en we er namen voor hebben. Het geeft zelfvertrouwen wanneer je beter weet wat er in je omgaat.’

Echt luisteren

Het meest gebruikte en onderzochte programma voor sociaal-emotioneel leren is pad, het Programma Alternatieve Denkstrategieën. Van Overveld deed zijn promotieonderzoek naar de werkzaamheid van pad bij kinderen met gedragsproblemen. Scholen die ermee gaan werken begeleiden hun kinderen vanaf groep 1 in het sociaal-emotionele leren. ‘Niet op dinsdagmiddag van twee tot drie,’ benadrukt Van Overveld, ‘want dan werkt het niet. De lessen zijn zo opgezet dat het een natuurlijk onderdeel van de dag kan worden. Dat vraagt wel dat ook de leerkracht wordt opgeleid – niet elke volwassene heeft van huis uit geleerd om te praten over hoe je omgaat met je gevoelens.’
Het kippenvel stond hem laatst nog op de armen toen hij groep 7 binnenliep van een school die hij begeleidde. ‘De kinderen zaten er in groepjes van zes bij elkaar, en voerden een gesprek over hoe het weekend was geweest.’ En dan niet over voetbal of het zwembad. Ze hadden allemaal een kaartje uitgezocht uit de stapel emotiekaartjes met een gevoel daarop, en vertelden elkaar dus waarover ze zich trots hadden gevoeld, of afgunstig, of verdrietig. ‘Die kinderen lúísteren echt naar elkaar – dat is vaak al heel wat – en zijn oprecht geïnteresseerd in wat de ander vertelt. Dan denk ik: wauw, deze klas heeft echt iets geleerd.’

In verschillende overzichtsonderzoeken die de afgelopen jaren verschenen stelden onderzoekers zich de vraag: wat maakt het precies uit of een school aandacht besteedt aan sociaal-emotioneel leren? Het bewijs dat daaruit voortkomt, is heel overtuigend. Kinderen op een school waar zo’n programma wordt gebruikt, zijn empathischer, beter in staat gezamenlijk problemen op te lossen, stressbestendiger, minder angstig, minder agressief en hebben meer plezier op school. Dat hun academische prestaties ook nog eens aanzienlijk vooruitgaan in vergelijking met scholen waar deze programma’s niet worden gebruikt, is wat Van Overveld betreft slechts een extraatje, een mooi cadeau – maar wel een cadeau dat veel onderwijsdirecteuren over de streep trekt.

Dat kinderen beter leren als ze goed in hun vel zitten, is daarmee niet alleen meer een buikgevoel, maar ook definitief bewezen. Steeds meer scholen zijn dan ook programma’s voor sociaal emotioneel leren zoals pad gaan gebruiken. Met pad wordt nu op vierhonderd scholen gewerkt, vertelt Van Overveld. Scholen zijn trouwens wettelijk verplicht om aandacht te besteden aan de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen, benadrukt het nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling slo.

Op de rem trappen

Wat leren deze kinderen, dat al deze vermogens en zelfs hun schoolprestaties zo vooruitgaan? Niet alleen vergroten ze hun emotiewoordenschat, ook gaan ze begrijpen hoe ze gevoelens in goede banen kunnen leiden. ‘Leerkrachten werken bijvoorbeeld met “stop-denk-doe-muntjes”,’ licht Van Overveld toe. Een muntje om kinderen eraan te herinneren dat ze vaak te snel reageren wanneer ze boos zijn. En dat ze dus éérst moeten stoppen en nadenken, voor ze tot actie overgaan. ‘Mag ik er ook eentje voor thuis?’ vroeg een 7-jarige laatst aan Van Overveld. ‘Kinderen wíllen vaak iets leren,’ vertelt hij. ‘Als een kind iedere keer ingaat op de uitdagende gebaren of het gelach van een ander, en merkt dat híj steeds degene is die daardoor in de problemen komt, dan wil zo’n kind wel veranderen. Ze vinden het alleen moeilijk.’
Zelf begeleidde hij eens een kind van 8 dat er steeds veel te snel op sloeg. ‘Om hem te helpen vergeleek ik wat er bij hem van binnen gebeurt met autorijden. Dat het lichaam vanzelf al veel gas geeft en zijn voet blijkbaar ook vaak blijft hangen op het gaspedaal. Als die jongen dan uit zichzelf vraagt hoe hij op de rem moet trappen, wat daarvoor nodig is, dan staat hij open voor de oplossing.’ Wat kinderen geleerd wordt, is het gas los te laten en het rempedaal op tijd te bedienen. Bijvoorbeeld door zichzelf verbale instructies te geven: ik moet even weg, ik moet eerst nadenken. Ook om je goed op je schoolwerk te kunnen concentreren, kunnen zulke hulpmiddelen zeer effectief zijn.
Naast deze vermogens om met de eigen emoties om te gaan, wordt kinderen geleerd de emoties van anderen te herkennen, zich empathisch op te stellen, en om emoties in anderen te reguleren. Bijvoorbeeld met scenario-oefeningen: hoe zou je in deze situatie reageren als je je bang voelde? En als je je boos voelde? Door te oefenen met perspectief nemen brengen kinderen meer begrip voor elkaar op.
Toch is sociaal-emotioneel leren op de pabo nog altijd geen vast onderdeel van de opleiding en staan veel scholen pas aan het begin. Wel merkt Van Overveld dat zijn boek over dit onderwerp steeds vaker op de leeslijst staat en vragen scholen er vaker lezingen over aan. Met de invoering van ‘Passend onderwijs’ dit schooljaar neemt het belang van sociaal-emotioneel onderwijs alleen maar toe: scholen zijn verplicht er alles aan te doen kinderen met gedrags- en leerproblemen binnenboord te houden.

Goed antipestprogramma

Er is nog iets wat de programma’s voor sociaalemotioneel leren waardevol maakt. Van Overveld: ‘Alle kinderen in de groep werken sámen aan hun emotionele intelligentie. Voorheen werden kinderen vaak individueel naar antipesttrainingen of socialevaardigheidstrainingen gestuurd. In feite is dat exclusie: kinderen worden buiten de groep geplaatst, in de schijnwerpers gezet, en de indruk wordt gewekt dat alleen zíj iets te leren hebben. Maar als de school zo’n programma voor sociaal-emotioneel leren gebruikt, wordt het een gezamenlijke opdracht. Alle kinderen krijgen dezelfde training.’
Van Overveld denkt dat het werken aan de basis voor zo’n sociaal-emotioneel slimme groep veel antipestprogramma’s overbodig maakt. ‘Pesten helemaal uitbannen lukt waarschijnlijk niet, er zal altijd een klein groepje kinderen zijn dat pest en dat gepest wordt. Maar ik denk dat empathie het beste antipestprogramma is dat we kunnen bedenken. Als jij je kunt inleven, kunt invoelen hoe het voor die ander is om aan de kant geschoven, buitengesloten, in elkaar geslagen te worden, dan loop je niet meer aan die ander voorbij, geef je die klap niet meer, haal je het niet meer in je hoofd om bewust de Facebook-posts van die ene leerling stelselmatig níét te liken of dreigtweets sturen. Leer kinderen te kijken door de ogen van anderen, te luisteren door de oren van een ander, te voelen door het hart van een ander. De complete sfeer op school zal veranderen.’

6 oefeningen om
beter te leren voelen
Ouders spelen een belangrijke rol in de ontwikkeling van emotionele intelligentie, blijkt uit onderzoek door de Australische psycholoog Con Stough. Hij ontwikkelde onder meer de volgende oefeningen, geschikt voor volwassenen en kinderen van ongeveer 7 tot 10 jaar. 1 Emotiekaartjes maken
Nodig: pen, kaartjes of kleine stukjes papier

Hoeveel emoties kun je bedenken? Noem er om beurten eentje en schrijf die op een kaartje. Zowel ouders als kinderen kunnen meedoen.

In welke situatie kun je zo’n emotie voelen? Of: wie kan vertellen wanneer hij of zij deze emotie zelf heeft gevoeld?

Inspiratie nodig om emoties te noemen? Bekijk de lijst op www.psychologiemagazine.nl/emoties

2 Welk gevoel roept dit schilderij op?
Nodig: onderstaande afbeeldingen, papier, potloden en stiften of verf

Kijk samen naar deze schilderijen. Wat voel je als je hiernaar kijkt? Er zijn geen goede of foute antwoorden; alles kan. Het is ook mogelijk dat je verschillende emoties door elkaar voelt.

Oudere kinderen krijgen hier, door er samen over te praten, de kans ook iets verfijndere emoties te bespreken; bijvoorbeeld niet alleen angst, maar ook wanhoop.

Denk nu aan iets wat er afgelopen week gebeurde. Hoe voelde je je toen?

Pak een vel papier, en verf, teken of kleur een eigen schilderij dat die emotie oproept. 3 Waar in je lichaam voel je…
Nodig: groot vel papier of oud laken voor op de grond, stevige stift (maar stoep en krijtje zijn ook prima)

Een van jullie gaat op de grond liggen; de ander trekt de contouren van het lichaam om met de stift of het krijtje.

Kies nu om beurten een emotie en vraag je hardop af: hoe voelt je lichaam als je … bent? (Vul een emotie in op het stippellijntje.) Als je een situatie terughaalt waarin je deze emotie voelde (bijvoorbeeld vlak voor die boekbespreking of tijdens het uitpakken van het verjaardagscadeau), wat gebeurt er dan in je lichaam? En in je gezicht? En met je ademhaling? Misschien gaat je hart bij bepaalde emoties sneller of juist langzamer kloppen? En gebeurt er ook iets met de blik in je ogen?

Kies voor elke emotie een kleur en zet pijlen naar de plekken in je lichaam waar iets gebeurt.

4 Versla de Gedachten-Griezel
Nodig: de emotie-kaartjes gemaakt bij oefening 1, papier, pen, en potloden of stiften

De Gedachten-Griezel staat voor die stem in je hoofd die altijd wel iets negatiefs heeft te melden: ‘Kan ik het wel?’ ‘Ze vinden me vast niet leuk.’ Welke negatieve gedachten kun je erbij bedenken?
• Bij welke emoties komt de Gedachten-Griezel voornamelijk aanzetten? Als je vrolijk en blij bent? Als je bang bent? Kies uit de kaartjes de emoties die de Gedachten-Griezel soms onbedoeld uitnodigen om te komen zeuren of klagen.

In welke situaties maakt die Gedachten-Griezel het ons extra moeilijk? Bijvoorbeeld vlak voor een toets, of wanneer je net nieuw bent bij een sportclub. Welke situaties noemen de kinderen? En de volwassenen?

De Gedachten-Griezel is het makkelijkst te verslaan met positiviteit. Schrijf nu op: wat zouden positieve gedachten kunnen zijn die je helpen in de moeilijke situaties die net zijn beschreven? Waar zouden positieve mensen zich op richten? En hoe zouden ze zich gedragen?

Ter inspiratie: hang de top-3 van favoriete strategieën aan de koelkastdeur. 5 Hoe vol is jouw emmer?
Nodig: papier en potloden, emmertje, beker
Iedereen heeft een onzichtbare emmer. Zegt of doet een ander iets aardigs, dan wordt je emmer gevuld; doet iemand vervelend tegen je, dan wordt je emmer leger. Iedereen heeft ook een onzichtbare soeplepel. Daarmee kun je je eigen emmer en die van anderen vullen of legen. Als je de emmer van anderen vult, vul je ook je eigen emmer. Maar als je met je soeplepel wat uit de emmer van een ander haalt, leeg je ook je eigen emmer.

Solo-oefening: hoe zou je de emmers van de mensen om je heen kunnen vullen? Teken een paar grote druppels: voor een klasgenoot, vriendin, je vader of moeder, of juist iemand die je lastig vindt. Schrijf in ieders druppel hoe je iets positiefs zou kunnen zeggen of doen voor deze persoon.

Samen-oefening: kies een van de aanwezigen, vertel om beurten welke druppels je aan zijn of haar emmer toevoegt, en gooi een bekertje water in de lege emmer. Als iedereen dit een paar keer doet, wordt vanzelf duidelijk dat alle kleine druppels samen toch een hele emmer kunnen vullen!

6 Maak een emotie-thermometer
Nodig: gekleurd papier, of witte vellen en gekleurde stiften of potloden.

Neem een vel rood, oranje, geel, groen, blauw papier en plak ze onder elkaar in precies deze volgorde, rood bovenaan; of teken vakken in deze kleuren. Dit is de thermometer.

Schrijf de woorden ‘woedend’ en ‘razend’ midden in het rode vlak; laat boven in het vlak ruimte over voor het tweede deel van deze oefening.

In oranje komen ‘kwaad’ en ‘boos’;

Geel is bedoeld voor ‘gefrustreerd’, ‘verward’, ‘geïrriteerd’ en ‘heel verdrietig’;

Bij groen komt ‘zenuwachtig’ en ‘bezorgd’, ‘bang’, ‘van streek’;

Schrijf in het blauwe vlak ‘blij’, ‘gelukkig’, ‘tevreden’, ‘kalm’ en ‘oké’.

Plak boven in elk gekleurd vlak een witte strook papier. Schrijf hier nu op: welke dingen kun je steeds bedenken om één vlak omlaag te gaan? Met welke gedachte of actie kom je van rood (razend) naar oranje (kwaad)? En welke activiteit helpt je vervolgens misschien om bij geel (geïrriteerd) te komen? Schrijf al je ideeën ernaast.

Bron: C. Stough, Aristotle Emotional Intelligence Programs, http://aristotle-ei.com; overgenomen met toestemming. Voor ouders
en kinderen
(7-10 jaar)

Hoe maak je kinderen empathischer?
Stel uw vraag aan gedragsdeskundige Kees van Overveld op psychologiemagazine.nl/vraagadvies: exclusief voor plusabonnees!

Bronnen: J. Durlak e.a., The impact of enhancing students’ social and emotional learning (…), Child development 2011 / R. Taylor e.a., The follow-up effects of school-based social and emotional learning interventions, Manuscript in preparation, 2014 / J. Payton e.a., The positive impact of social and emotional learning for kindergarten to eighth-grade students (…), Collaborative for Academic, Social, and Emotional Learning, 2008 / K. van Overveld, Groepsplan gedrag, Pica, 2012[/wpgpremiumcontent]