Eerst was er het nieuws dat koud douchen zou helpen om ziekteverzuim terug te dringen. Drieduizend proefpersonen hadden het een maandlang uitgeprobeerd en kijk eens aan: de koud-afdouchers waren minder vaak ziek – een verschil van wel 29 procent, citeerden de kranten enthousiast. Toen was er de ophef over het ongefundeerde voedingsadvies dat twee veganistische blogsters aanvankelijk zonder kritisch weerwoord de wereld in mochten slingeren via een landelijk dagblad.

Gezondheidsadviezen halen tegenwoordig makkelijker het nieuws dan de toestand in Afghanistan. Vooral als het adviezen zijn met een radicaal tintje – eet dit, laat dat, pas op voor zus, doe vooral zo. Simpele oplossingen zijn nu eenmaal sexier dan goed gefundeerde maar saaie leefregels. Met het brave advies dat je gevarieerd en matig moet eten krijg je echt geen tweehonderdduizend volgers die dolenthousiast reageren op iedere foto van boerenkoolsmoothies of kokoslollies op basis van kikkererwten.

De media wandelen gewillig achter dat enthousiasme aan – zo meldde maar een enkele criticus dat de vrijwilligers van het douche-experiment feitelijk een voorselectie vormden van ultragemotiveerde types die sowieso al gezondere levenskeuzes maakten (ze meldden zich trouwens ook helemaal niet minder vaak ziek; ze voelden zich alleen gemiddeld een halve dag minder lang grieperig).

Ons deden die radicale gezondheidshypes ook wel een beetje denken aan een rituele cultus. Want de mens mag dan een genotsmachientje zijn, tegelijk kennen alle tijden en alle culturen wel rituelen om dat genotzuchtige lichaam eronder te krijgen. Van een vastenperiode tot voedingsmiddelen die verboden worden verklaard, en van tatoeageceremonies tot zelfkastijding: het zijn allemaal pogingen om het lichaam op de proef te stellen, en intussen de geest te disciplineren.

Is ons zwak voor groene smoothies, spinning-sessies en ijsbaden misschien net zoiets? Kan het zijn dat we zo op comfort zijn ingesteld geraakt, met onze centrale verwarming en onze thuisbezorgde maaltijden, dat we stiekem snakken naar een dosis zelfkastijding? Dat we onze gezondheid aangrijpen als excuus om ons lichaam weer eens te voelen en offers te brengen in een consumptiecultuur waarin verder alles op snelle behoeftebevrediging is ingesteld? Of doen we het om ons stiekem beter te voelen dan al die sukkels die nog gluten eten en op hun zachte hangbank blijven liggen.