Op een schaal van 1 tot 10; hoe gelukkig was je jeugd? ‘Een 8. Ik ben met veel liefde en bevestiging opgevoed. En heel vrij.’

In wat voor gezin groeide je op? ‘Mijn vader was docent Nederlands en conrector. Mijn moeder zat op de avondschool en werd later ook docent Nederlands. Het waren heel progressieve mensen. Zo zagen ze er ook uit. Mijn vader had een lange baard en lange haren, mijn moeder droeg Indiase jurken en grote zonnebrillen.’

Wat voor kind was je? ‘Sociaal, maar ik hield er ook van om alleen te lezen. Toen ik 11 was, las ik al de hele wereldliteratuur bij elkaar. Ik had ook een enorme honger naar heftige verhalen. Ik was bijvoorbeeld totaal verslaafd aan van die probleemboeken.’

Welk moment vergeet je nooit meer? ‘Toen ik een jaar of 9 was, schoot ik met een vriendje pijltjes tegen een langsrijdend busje. Dat stopte met gierende banden en een man met één hand in het verband kwam achter ons aan gerend. Hij greep mij, sleurde me de auto in en scheurde weg. Ik dacht: dit is het moment waarvoor mijn ouders me altijd hebben gewaarschuwd. Nu word ik verkracht en vermoord. Ik plaste

in mijn broek van angst. Uiteindelijk gooide de man me de auto weer uit, en later kwam hij langs om zijn excuses te maken. Maar van die grote witte hand heb ik nog wel een tijdje gedroomd.’

Wat voor leerling was je op de middelbare school? ‘Ik liep enorm op tegen alle regels daar. Op mijn zeventiende verjaardag ben ik daarom van school gegaan. Mijn ouders lieten me vrij in die keuze. Ze dachten: hij kan beter na een halfjaar gemotiveerd terugkomen dan nu tegen zijn zin doorgaan. En zo is het ook gegaan. Ik stortte me als punker in anarchistische kringen maar kwam erachter dat daar helemaal geen revolutionair vuur was, alleen nog maar meer regels.’

Wat heb je van je ouders geleerd? ‘Dat je autoritair gedrag moet wantrouwen en je je moet verzetten tegen eenvormig­heid. Door mijn vrije opvoeding heb ik ook aan den lijve meegemaakt dat autoriteit niet per definitie goed voor je is. Toen ik na dat halfjaar weer naar school ging, trof ik een conrector die weleens zou laten zien hoe je met obstinate jongetjes omgaat. Dan werd ik bijvoorbeeld uit de les gehaald en zei hij: “Zo, heb je weer even aandacht gehad, dat wil je toch zo graag?” Tijdens de diploma-uitreiking stonden alle leraren op een rijtje en weigerde de helft me de hand te schudden. Heel pijnlijk en vernederend.’

Wat doe je absoluut anders dan je ouders? ‘Ik doe het eigenlijk precies hetzelfde. Ze hebben me zelfs geïnspireerd om een samengesteld gezin te creëren. Mijn ouders gingen uit elkaar toen ik een jaar of 10 was. Ik was de laatste in de klas die dat overkwam, en na al die probleemboeken die ik had gelezen, dacht ik: eindelijk gebeurt er in mijn leven ook eens wat. Beiden kregen nieuwe partners, en ik vond het eigenlijk heel gezellig in de samengestelde gezinnen die daardoor ontstonden. Daarom hebben mijn vrouw en ik besloten een pleegkind in ons gezin op te nemen.’[/wpgpremiumcontent]