‘Ik was de jongen die plaatjes draaide, terwijl iedereen lag te zoenen’

Op een schaal van 1 tot 10: hoe gelukkig was uw jeugd? ‘Een dikke achteneenhalf.’

In wat voor gezin groeide u op? ‘Mijn vader had een eigen metaalbewerkingsbedrijfje, hij was vaak weg. Mijn moeder zat thuis te wachten met een pot thee en zette ons aan ons huiswerk. Zeer Hollands en gestructureerd eigenlijk, terwijl ze Russisch is.

Als kind moest ik me vaak verdedigen: Russen waren natuurlijk enge communisten. Daardoor ging ik me júíst heel erg in de linkerhoek manifesteren. Ik heb er ook van geleerd mensen niet snel te veroordelen. Zelfs waar het foute boel is, zijn altijd goede mensen.’

Wat voor kind was u? ‘Ik was altijd bezig. We woonden in een dorp waar niets te doen was, dus schreef ik een clubblaadje vol en organiseerde filmmiddagen. Vertoonde ik 8mm-filmpjes die ik uit Rusland had meegenomen, voor vijf cent entree.’

Wat is uw jeugdtrauma? ‘Eenzaamheid. Mijn broers en zus zijn veel ouder dan ik, de oudste twee waren al het huis uit toen ik klein was. De broer boven mij ging in het weekend stappen, en ik moest met mijn ouders mee naar vrienden. Dan kon ik

Log in om verder te lezen.