Met een bijna wetenschappelijke precisie volgen veel ouders de ontwikkeling van hun kind; vanaf het eerste woordje, het eerste fruithapje, tot de laatste schooldag. Niet alleen uit trots of belangstelling, maar ook uit bezorgdheid. Eet het wel genoeg, speelt het wel genoeg, kijkt het niet een beetje scheel? Ongerustheid over de ontwikkeling van uw kind is de normaalste zaak van de wereld. En wie zich er niet druk om maakt, kan altijd nog rekenen op fijnzinnige opmerkingen van andere ouders: ‘Goh, praat hij nou nog niet?’ of ‘De mijne liep al met acht maanden!’

Misschien is het een geruststellende gedachte dat de meeste kinderen uiteindelijk leren praten, spelen en fietsen. Maar voor wie daar niet genoeg aan heeft, volgt hier een overzicht van de meest voorkomende zorgen bij ouders.

Mijn kind loopt nog niet

Vol trots vertellen andere ouders u dat hun kind op de dag van zijn eerste verjaardag begon te lopen. En hoewel iedereen u verzekert dat het wel goed komt, maakt u zich toch zorgen als die van u na anderhalf jaar nog niet de minste aanstalten maakt om te lopen. Een van de belangrijkste dingen om in dat geval op te letten, is spierspanning. Bij een slappe spierspanning kan een kind zich vaak als een zakmes dubbelklappen, bij een hoge spierspanning beweegt het houterig en kreeg het als baby zijn voetje niet bij het gezicht. Verder is de coördinatie van de bewegingen van belang.

Let bij de motorische ontwikkeling dus niet alleen op wát een kind kan, maar ook op de kwaliteit van de bewegingen. Brengt het kind in een vloeiend gebaar een beker naar de mond of heeft het daar moeite mee? Zijn de bewegingen soepel of houterig, gecontroleerd of ongecontroleerd? Ga naar de huisarts als u zich ook maar enigszins zorgen maakt over de houterige of juist losse motoriek van uw kind. En maak u geen zorgen over de dag waarop uw kind die memorabele eerste stappen zet als uw kind verder goed beweegt.

Mijn kind praat nog niet

Leren praten is zoiets als leren lopen. Het ene kind leert het sneller dan het andere en het gebeurt met vallen en opstaan. Je hoeft je als ouder niet direct zorgen te maken als je kind laat praat, zegt kinderpsycholoog Marijke Sikkel. ‘Sommige kinderen zeggen tot een jaar of anderhalf niets en komen dan ineens met hele verhalen. Blijf uw kind wel uitdagen om te praten, vul geen woorden voor hem in. Zeg dus niet meteen “appel” als hij alleen maar wijst. Vraag liever: “Wat wil je hebben?”’

Goed om te weten voor wie zich zorgen maakt, is dat taalontwikkeling en motorische ontwikkeling vaak niet gelijk opgaan. Een kind dat al vroeg kan lopen, praat vaak wat later.

Niet praten betekent overigens niet dat uw kind geen kennis van de taal heeft. Taalbegrip is bijna altijd groter dan taalproductie. Door zijn antwoorden en reacties op simpele vragen als “Waar zit je neus?” of “Wil je mij de pindakaas aangeven?” weet u of uw kind al woorden kent en opdrachten begrijpt.

Mijn kind speelt niet met anderen

Het is niet leuk om te zien dat uw kind helemaal alleen in de zandbak zit of op het schoolplein staat. Maar er zijn nu eenmaal kinderen die van nature wat stiller zijn en liever toekijken. Hoewel sommigen dus verlegener zijn dan anderen, gaan de meeste kinderen uiteindelijk wel met anderen spelen. Dat is ook belangrijk, want alleen zo leren ze de sociale interactie die tussen mensen bestaat. Het ene kind leert dat sneller dan het andere en over het algemeen zijn meisjes daarin sneller dan jongens. Het belangrijkste is om uw kind niet te pushen. Zeg niet dat het zo leuk is om ‘met andere kindjes te spelen’, als hij daar overduidelijk heel anders over denkt.

Mijn kind eet niet

Bekend bij de meeste kinderen: een vader of moeder die een lepel spinazie als een vliegtuigje door de lucht laat vliegen. Want een kind dat niet wil eten, is voor veel ouders een bron van zorg: krijgt het wel genoeg vitaminen en andere belangrijke voedingsstoffen binnen? Eet uw kind eens een dag niet, dan is dat geen probleem, als hij maar wel voldoende drinkt. Let wel op dat u hem tussen de maaltijden door geen koekjes of bekers sap geeft. Die zitten bomvol suiker, wat niet bevorderlijk is voor de eetlust.

Veel eetproblemen beginnen rond het eerste jaar. Een kind ontdekt rond deze leeftijd dat het een eigen wil heeft en leert differentiëren in smaak. Na de zoete (moeder)melk en weeë bananenhapjes, krijgt uw kind opeens een keur aan smaken te verwerken. Daar moet het aan wennen. Bovendien is het voor veel kinderen een enorme ontdekking dat er bijna altijd een reactie volgt van de ouders, wanneer ze eten uitspugen. Dat is leuk! Natuurlijk kan er ook een onschuldige lichamelijke oorzaak zijn. Kiezen die doorkomen, buikpijn: als een kind zich niet lekker voelt, wil het vaak niet eten.

Professionele hulp zoeken?

Er kan natuurlijk iets met uw kind aan de hand zijn waarover u zich terecht zorgen maakt. Vaak zijn er dan problemen op verschillende gebieden. Een kind is bijvoorbeeld niet alleen laat met praten, maar ook motorisch onhandig. Blijft hij achter op denkniveau, dan zal hij ook meer moeite hebben met praten. En een kind dat onhandig beweegt, kan moeite hebben met spelen. Heeft u het idee dat er echt iets mis is, vertrouw dan op uw gevoel en zoek tijdig hulp – bij uw huisarts, het consultatiebureau of de schoolarts. Zij kunnen u verder helpen.

Slechte eter?

Een aantal tips van Judith Goebels, pedagogisch medewerkster van Atrium Medisch Centrum Parkstad in Heerlen:

– Zorg voor vaste eetmomenten, op vaste tijden;

– Zorg dat uw kind niet te moe is rond etenstijd, zodat hij nog energie heeft om te eten;

– Stel een redelijke tijdslimiet vast voor de maaltijd. Twintig tot dertig minuten is lang genoeg voor een peuter of kleuter. Gebruik eventueel een kookwekker. Na het verstrijken van de tijd haalt u het bordje weg. Uw kind mag dan van tafel. Wanneer hij voor zijn doen goed gegeten heeft, krijgt het een compliment. Heeft hij niet goed gegeten, dan geeft u verder geen commentaar. Door die neutrale reactie kunt u een strijd met uw kind voorkomen en zal het opstandige gedrag sneller verdwijnen;

– Probeer de maaltijden verder zo plezierig mogelijk te laten verlopen. Ga niet mopperen of dreigen als uw kind niet goed eet. Door boos te worden legt u te veel nadruk op het niet-eten, waardoor uw kind zich waarschijnlijk nog meer zal verzetten;

– Tot slot: ‘Als ouder moet je je wél zorgen maken zodra je kind begint af te vallen. Ook als de maaltijd voor jezelf een stress­moment wordt, is het verstandig om het consultatiebureau om advies te vragen,’ aldus Judith Goebels.[/wpgpremiumcontent]