In zaken heeft Lonneke meer succes dan in de liefde. Haar internationale carrière is uitgemond in het directeurschap van een bedrijf dat hard aan de weg timmert. Ze maakt lange, lange dagen, maar met een beetje goede wil, en die is er, vindt ze heus nog wel wat ruimte voor een relatie. ‘Alleen, met wie?’ Lonneke kijkt me lang aan terwijl ze nadenkt. ‘Ik heb natuurlijk wel vriendjes gehad, maar dat was altijd tijdelijk, dat wisten we allebei. Bijvoorbeeld omdat we voor een bepaalde tijd ergens waren gestationeerd, in New York, in Shanghai, waar dan ook. De carrières gingen voor, logisch. Jake zie ik nooit meer. Peter ook niet. Met David heb ik het nog even geprobeerd, die zit in Hamburg, maar dat werd ook niks.’

‘Liefde op afstand is moeilijk,’ zeg ik wijsneuzerig.
‘Nee, hij ging raar doen,’ zegt Lonneke. ‘Zat er ineens een vriend in de kroeg die ook mee naar bed wilde, dat soort gedoe. Daar heb ik totaal geen zin in.’
‘En dan? Maak je het dan uit?’
‘Ik niet, hij. Omdat ik bazig zou zijn.’ Ze doet haar ex na met een lijzig stemmetje: ‘“Nou Lonneke, je bent wel kattig geworden sinds je directeurtje mag spelen.” Ha! Omdat ik een keer
“nee” zei tegen meneer.’

Ze kijkt me weer lang aan. Toen we elkaar leerden kennen dacht ik dat ze op zulke momenten een antwoord of een opmerking van mij verwachtte, maar dat is niet zo. Het is haar manier van nadenken, tastend met haar ogen in de diepten van mijn ziel. Dus zwijg ik en kijk terug.
‘Of denk je dat hij zich geïntimideerd voelde? Ik ben CEO geworden, hij zit nog steeds in de sales. Ik heb een MBA, hij niet. Mijn appartement is drie keer zo groot als het zijne. Intimideer ik mannen? Komen ze daarom niet terug voor een tweede date? Intimideer ik jou?’
Nee hoor, zeg ik bijna, maar ik zit hier niet om stoer te doen. Een therapeut moet de waarheid spreken, ook als die ongemakkelijk is. ‘Ik moest wel aan je wennen. Zoals aan wat je nu doet: een rechtstreekse en persoonlijke vraag stellen. En je kijkt me vaak strak aan, zonder iets te zeggen. Dat kun je intimiderend noemen.’

Lonneke knikt, bedachtzaam, haar ogen strak op mij gericht. Als ze beseft wat ze doet, schiet ze in de lach.
‘Jeetje, ja, dat doe ik hè?’
‘Misschien is het probleem meer dat ik me geïntimideerd voel, dan dat het om je gedrag gaat. Mannen doen het zo vaak: vragen op me afvuren, me aanstaren. Dat voelt intimiderend, maar van hen ben ik het gewend. Van een vrouw niet.’
‘Wat moet ik dan? Lief lachen en mijn mond houden? Het zoete vrouwtje uithangen?’
‘Ja, en een bloemetjesjurk aantrekken.’ Lonneke moet erom glimlachen. En als zo vaak denk ik: wie moet ik nou behandelen? De persoon die tegenover me zit, of de maatschappij?

Kijk ook op psychologiemagazine.nl/drlove: daar beantwoordt ‘Dr. Love’ Jean-Pierre van de Ven vragen over de liefde