Nog voor de wekker gaat springt ze uit bed, grist haar kleren bij elkaar en terwijl ze een snelle douche neemt, stelt ze in gedachten de maaltijd voor die avond samen. Onderweg naar de auto propt ze haar kinderen een boterham in de mond, zet ze af bij de crèche en rijdt in vliegende vaart naar kantoor, ondertussen enige telefoontjes plegend met haar mobiele telefoon. Aangekomen op het werk checkt ze met haar jas nog aan haar e-mail, terwijl ze haar spullen bij elkaar zoekt voor de vergadering. Een willekeurige ochtend uit het leven van een gemiddelde Nederlander. We hebben haast, we moeten rennen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan. Vooral in de steden gaat het leven razendsnel.

TEST
Doe de test »

Is het tijd voor een nieuwe baan?

Hoe snel leven wij eigenlijk, vroeg de Amerikaanse psycholoog Robert Levine zich af. En wat voor consequenties heeft het snelle leven voor ons welzijn? Steeds vaker worden stress, burn-out, depressie en egocentrisme aangewezen als de negatieve consequenties van onze haast. En steeds harder klinkt de roep om onthaasting, sabbatical years, downshifting en loungen op zondagmiddag. Is ons levenstempo inderdaad funest voor ons levensgeluk en onze gezondheid? En klopt het beeld dat wij hebben van zuidelijker volken die, niet gehinderd door het prestatie-gen, met hun voeten in het zand lachen dat manana vroeg genoeg is?

Het snelste land ter wereld

Levine en zijn collega Ara Norenzayan onderzochten onlangs het levenstempo in de grootste steden van 31 landen. Ze deden hun onderzoek in grote steden, omdat overal ter wereld steden een sneller tempo hebben dan het platteland. Om het levenstempo te meten, gebruikten ze drie verschillende indicatoren: het tempo waarmee voorbijgangers tijdens kantooruren op een zonnige dag in het centrum van de stad over straat lopen, de tijd die postbeambtes nemen om een postzegel te overhandigen en af te rekenen en de accuratesse van vijftien willekeurige klokken in banken in de binnenstad. Elk land kreeg op de drie criteria een rangorde, die bij elkaar werden gevoegd en tezamen een snelheidsindex opleverden (zie tabel).

Het zal geen verbazing wekken dat de West-Europese landen en Japan als snelste uit de bus komen. Het land met het hoogste tempo blijkt Zwitserland te zijn, waar de klokken geen seconde achter lopen en een postzegel binnen een mum van tijd is afgerekend. Zwitserland wordt gevolgd door Ierland, waar de mensen over straat vliegen, en Duitsland, waar de klokken niet zo stipt lopen als het cliché doet vermoeden. Nederland staat op de negende plaats. Alhoewel we ons, na de Ieren, het snelst voortbewegen, wordt dit hoge tempo lichtelijk teniet gedaan door onze trage postbeambtes en de uitzonderlijke slordigheid van de hoofdstedelijke klokken.

En inderdaad, de landen die bekend staan om hun ontspannen manier van leven, staan wat snelheid betreft onderaan het lijstje. Probeer in Mexico het kopen van een postzegel zoveel mogelijk te vermijden en vertrouw in Indonesië niet op de openbare klokken. Niet voor niets duiden Indonesiërs de tijd vaak aan met jam kerat, hetgeen zoiets betekent als ‘de tijd is van elastiek’. En als, zoals het stereotype wil, in Brazilië alles beter kan worden uitgesteld tot amanha, waarom zou je je dan haasten op straat?

Maar er zijn ook verrassingen te bespeuren: in Kenya loopt men sneller over straat dan in Zweden, Taiwan heeft als land van de elektronica verbazingwekkend inaccurate klokken en in de Verenigde Staten, waar men gespecialiseerd is in efficiëntie, duurt het langer om een postzegel te bemachtigen dan in Bulgarije.

De onderzoekers vonden ook algemene regels, die overeenkomen met intuïtief aannemelijke observaties. Zo blijkt dat hoe voorspoediger een economie draait, des te hoger de snelheid van leven in dat land is. Precies om deze reden wordt er de laatste tijd geroepen om wat men wel downshifting noemt: om de spiraal te doorbreken dat wij steeds harder moeten werken om onze steeds luxere behoeften te bevredigen, moeten we zorgen dat we minder consumeren, zodat we niet zo hard achter onszelf aan hoeven te rennen. Verder vonden Levine en Norenzayan dat men in warmere landen een rustiger tempo aanneemt. Dit zou kunnen komen doordat het in warme landen te veel energie kost om je te haasten. Een andere mogelijke verklaring zou kunnen zijn dat men in warmere landen minder nodig heeft – minder kleren, simpeler huisvesting – zodat men ook minder productief hoeft te zijn. Downshifting in de praktijk. Tot slot bleek dat individualistischer culturen sneller leven dan collectivistische, waar de nadruk ligt op gemeenschap of de familie in plaats van op het individu. Individualistische culturen hechten meer waarde aan individuele prestaties en succes, waarvoor een sneller tempo gewenst is.

Haast is de schuld van alles

Vergeleken met 1980, toen Levine hetzelfde onderzoek deed, zijn wij West-Europeanen sneller gaan leven. Dit klopt dus met de kritiek die in toenemende mate is te horen: wij gaan maar door, alles moet maar sneller, duurder en harder. Zo langzamerhand kunnen wij ons eigen tempo niet meer bijhouden. De snelheid van leven krijgt de schuld van alles, van stress, burn-out en hartklachten tot hyperactiviteit bij kinderen. Zo schrijft de Amerikaanse auteur Richard DeGrandpre in Ritalin Nation, een aanklacht tegen the rise of the caffeine culture, dat de snelheidscultuur verantwoordelijk is voor het grote aantal diagnoses van hyperactiviteit, dat we met medicijnen weer onder controle proberen te krijgen. Terwijl eigenlijk onze cultuur daarvoor verantwoordelijk is. ‘De snelste cultuur ter wereld – de Amerikaanse – heeft het menselijk bewustzijn veranderd en een maatschappij gecreëerd die verslaafd is aan snelheid en aan stimulerende middelen.’

Afgezien van het feit dat de Amerikaanse cultuur volgens Levine helemaal niet de snelste cultuur ter wereld is, kun je de vraag stellen: is snelheid werkelijk zo slecht voor ons? Het onderzoek van Levine geeft gemengde resultaten. Enerzijds vond hij inderdaad dat er in snelle culturen meer doden vallen ten gevolge van hart- en vaatziekten. Snel leven is dus niet goed voor je hart. Dit komt mede omdat mensen die gehaast leven ook ongezonder leven en bijvoorbeeld meer roken. Anderzijds blijken mensen in snelle culturen ook aan te geven dat zij zich gelukkiger voelen. Hoe is deze paradox te verklaren? Levine zoekt de verklaring in de economische voorspoed en het individualisme, die ervoor zorgen dat we steeds meer moeten presteren in steeds minder tijd. Maar tegelijkertijd zorgen deze kenmerken van onze cultuur er ook voor dat we materiële welvaart hebben, die ons ook weer gelukkig stemt. Onze levensstandaard verhoogt dus de kwaliteit van het bestaan, of met andere woorden: geld maakt blijkbaar toch gelukkig.

Een andere relativering die we kunnen loslaten op de kritiek op de snelheidscultuur, is dat we niet continu bezig zijn met ons te haasten. Zo onderzocht Levine de snelheid van lopen tijdens kantooruren. Hij merkt echter op dat West-Euro pe anen het rustiger aandoen tegen het eind van de werkdag. Vergeleken met de Verenigde Staten en Japan hebben wij kortere werkdagen en hebben wij ook beduidend meer vakantiedagen. Onderzoek uit de jaren negentig laat bijvoorbeeld zien dat Japanners gemiddeld 8,2 vakantiedagen opnemen per jaar. Daarmee vergeleken is het leven hier in Nederland een oase van rust.

Haasten in de vrije tijd

‘Druk, druk, druk’, zeggen we als iemand vraagt hoe het met ons gaat. Koen Breedveld, die voor het Sociaal en Cultureel Planbureau (scp) onderzoek doet naar tijdsordening en vrijetijdsbesteding, vindt dit opmerkelijk. Volgens hem zouden we net zo goed kunnen zeggen dat we ‘vrij, vrij, vrij’ zijn, omdat Nederlanders van 18 tot 65 jaar net zo veel uren vrij zijn als ze werken. In de laatste meting van het onderzoek van het scp, in 1995, besteedde men 45,6 uur per week aan verplichtingen als betaald werk, studie, huishouden, boodschappen en kinderen. Tegelijkertijd beschikte men over 45,7 uur vrije tijd, die men doorbracht met sport, lezen, televisiekijken, uitgaan, hobby’s, verenigingsleven en sociale contacten. Daarnaast hebben we nog tijd over om te slapen, te eten en voor onze persoonlijke verzorging, en zijn vakanties nog niet eens meegerekend.

En in tegenstelling tot de opvatting dat wij het alleen maar drukker krijgen, blijkt ook nog eens dat we meer vrije tijd hebben dan in de jaren vijftig. Werd er in 1955 nog ge mid deld bijna vier uur in de avonden en weekeinden gewerkt, in 1995 blijkt dat gedaald tot iets meer dan twee uur.

Maar als we zo’n weelde aan vrije tijd hebben, waarom voelen we ons dan niet vrij? Als mensen wordt gevraagd over hoeveel vrije tijd ze denken te beschikken, blijkt dat men dit sterk onderschat. In een onderzoek dachten de ondervraagden wekelijks zo’n 23 uur vrije tijd te hebben. De helft dus van het werkelijke aantal uren. Breedveld verklaart dit deels doordat mensen zich blijkbaar meer bewust zijn van hun ‘verplichte tijd’ dan van hun vrije tijd. ‘Als je weet dat je de volgende week een berg werk moet verzetten, ben je daar mentaal misschien meer mee bezig dan met het vrije weekend dat daar nog aan vooraf gaat. Zo kan drukte het zicht ontnemen op de beschikbare vrije tijd.’

Een andere verklaring heeft te maken met de snelheid van leven. Men kan dan wel meer vrije tijd hebben, maar het is mogelijk dat het leven tijdens werkuren tegenwoordig sneller gaat, dat wil zeggen, dat men in dezelfde tijd meer moet doen.

Theo Meijman, die als hoogleraar aan de Universiteit van Groningen onderzoek doet naar psychische vermoeidheid in arbeidstijd, kan dit bevestigen. ‘De intensiteit van het werk is zeker toegenomen. Er is minder tijd om even rust te nemen. Een bekend voorbeeld is de stukwerker in de haven, die tegenwoordig uren achter elkaar op zijn scherm zit te kijken. Zijn grootvader liep met een zware zak op zijn rug, maar die ging daarna dezelfde weg ook terug zonder zak. Dan had hij tijd om even bij te komen.’

Een ander voorbeeld van de toegenomen, of doorgeslagen, efficiëntie tijdens het werk is de telefonische inlichtingendienst van kpn. Daar is de gemiddelde tijd die een telefoniste nodig heeft om een telefoonnummer op te zoeken, teruggebracht tot 21 seconden. Via speciale software worden onnodige pauzes en haperingen in de vraag van de klant verwijderd, en versneld doorgegeven aan de telefoniste. De computer geeft vervolgens het nummer door, terwijl de telefoniste alweer bezig is met de voorbewerkte vraag van de volgende klant.

Meijman concludeerde in recent onderzoek dat ‘hectisch’ werk gevolgen kan hebben voor ons welzijn. ‘Uitvoer ders in de bouw, die vaak moeten wisselen tussen verschillende mentaal hoog belastende taken en die daarbij ook nog vaak gestoord worden, blijken aan het eind van de werkdag gevoelens van lichamelijke en geestelijke vermoeidheid te vertonen. Ook op hormonaal niveau werden inspanningsverschijnselen geconstateerd, die niet worden afgebouwd in de vrije tijd na het werk.’

Er komen steeds meer ‘moetjes’

En niet alleen tijdens het werk is het leven sneller geworden, ook de vrije tijd vliegt aan ons voorbij. Breedveld: ‘In de vrije tijd moet men van alles. Je moet de laatste films zien, de nieuwste boeken lezen, betrokken zijn bij je gezin, via internet en de telefoon vriendschappen op afstand onderhouden die je vroeger allang kwijt was geraakt. En dat is natuurlijk allemaal mooi en prachtig, maar het schept ook verplichtingen. Er komen meer ‘moetjes’. Je hebt telkens het gevoel dingen te missen.’

Kortom, de snelheid waarmee wij leven, bepalen wij voor een groot deel zelf. We kunnen er misschien niet omheen dat we efficiënter en soms gehaaster moeten werken, maar tegelijkertijd hebben we meer vrije tijd, waar we zelf de beschikking over hebben. Als we ons dit vaker realiseren, voelen we ons wellicht inderdaad vaker vrij dan druk. Zoals Breedveld zegt: ‘Ik zou zeggen, geniet van je vrije tijd, en maak je niet te sappel om wat je allemaal moet.’n[/wpgpremiumcontent]