Hoe vrij kan een mens zijn in een wereld die door mechanistische processen en natuurwetten wordt geregeerd? Hoeveel ruimte is daarin voor vrije keuze? We hebben het idee dat we vrij zijn en zelf weloverwogen beslissingen kunnen nemen, maar is dat wel zo? Filosofen breken hier al eeuwen hun geleerde hoofden over, stapelen argument op argument, schrijven er boeken over vol. Maar nog steeds is men het er niet over eens. Intussen haalt de wetenschap de filosofie in.

Training

Denk je slank

  • Ontwikkel een sterke wilskracht
  • Ontdek eetgewoontes die bij je passen
  • Afvallen met blijvend resultaat
bekijk de training
Nu maar
€ 75,-

Onderzoek naar de werking van het brein geeft nieuwe gefundeerde argumenten in de discussie. Talloze experimenten tonen aan dat wat de mens ervaart, voelt en denkt over zichzelf, heel vaak niet klopt. We kunnen dus wel denken en voelen dat we vrij zijn en een vrije wil hebben, in werkelijkheid is dat een illusie. Dat betoogde de Amsterdamse hoogleraar cognitieve neurowetenschappen Victor Lamme in zijn pas verschenen boek De vrije wil bestaat niet, evenals Harvard-psycholoog Dan Wegner een paar jaar geleden in The illusion of conscious will.

We kúnnen niet anders

De kern van al het psychologische en neurowetenschappelijke onderzoek dat wordt aangehaald bij het neersabelen van de vrije wil, is dat de mens zelf helemaal geen weet heeft van zijn werkelijke motieven. Ons bewuste, vertellende deel, dat wat we ‘ik’ noemen, heeft weinig in de melk te brokkelen bij beslissingen. Onlangs kwam bijvoorbeeld in het nieuws dat we na het zien van foto’s van bejaarden ineens een stuk langzamer lopen. Als ons vervolgens zou worden gevraagd: waarom loop je zo langzaam?, dan zouden we allerlei redenen bedenken waarom we dat deden. ‘Ach, ik had gewoon zin om het rustig aan te doen’, of: ‘Het uitzicht is hier zo mooi.’ Maar we hebben geen flauw benul van de werkelijke reden.

En zo is het eigenlijk met alles wat we doen. Op de vraag waarom we iets doen, geven we vaak een antwoord dat logisch voor ons lijkt en dat onszelf en de rest van de wereld ervan overtuigt dat we weldoordachte wezens zijn die van alles willen. Maar in feite kunnen we niet anders, zo betoogt Victor Lamme. Je kunt niet anders omdat bepaalde stimulus-respons-koppelingen in je brein nu eenmaal het sterkst zijn op een gegeven moment. En waarom die ‘koppelingen’ in jouw brein nu juist sterker zijn dan bij een ander? Dat is gewoon een optelsom van je genetische opmaak en alle ervaringen die je in je leven hebt opgedaan. De geschiedenis van je brein bepaalt wat je volgende stap zal zijn, niet je wil. Je kunt niet anders.

Hardnekkige illusie

De doodsteek voor de vrije wil werd eigenlijk al in de jaren tachtig gegeven door het beroemde experiment van fysioloog Benjamin Libet. Hij toonde aan dat een bewust wilsbesluit – in zijn onderzoek het willen optillen van een vinger of het indrukken van een knop – een paar milliseconden daarvoor al door het brein was genomen. Later werden soortgelijke experimenten herhaald met verfijndere, modernere technieken en weer was de conclusie: je brein beslist al voordat je denkt dat je beslist. Zelfs wát je gaat beslissen weten je hersenen al voordat jij het weet. In 2008 zagen neurowetenschappers op een fmri-scan hersenactiviteit die al tien seconden voor iemand de beslissing nam, kon voorspellen of hij zou beslissen een knop links of een knop rechts in te drukken.

Beangstigend, vinden veel mensen dat idee. Als mijn brein al eerder dan ik weet wat ik wil, ben ik dan nog wel vrij? Zelfs Benjamin Libet schrok van zijn eigen onderzoeksresultaat en bedacht een uitweg. In de allerlaatste milliseconden kunnen we volgens hem nog besluiten om onze vinger tóch niet te bewegen. Met deze ‘vetotheorie’ probeerde hij krampachtig de vrije wil te redden.

Heel wonderlijk hoe een intelligent mens, die er nota bene zelf met zijn neus bovenop stond toen hij ontdekte hoe een wilsbesluit ontstaat in het brein, zo’n vreemde denksprong kan maken. Zo’n veto ontstaat natuurlijk – net als elk ander besluit – op precies dezelfde manier in het brein! Ook de beslissing op het allerlaatste moment af te haken of iets niet te willen, wordt voorbereid in onze hersenen, dat kán niet anders. Dat Libet dat niet ziet, toont aan hoe moeilijk het voor de mens is om de illusie van vrijheid op te geven. ‘Het is een krachtige illusie,’ zei Harvard-psycholoog Dan Wegner dan ook. En ze is niet voor niets zo hardnekkig. De mens wordt gek of op zijn minst depressief als hij het besef tot zich laat doordringen dat hij geen invloed heeft op zijn leven. Dat alles al is voorgekookt, de kaarten zijn geschud, dat hij slechts danst aan de touwtjes van zijn voorgeprogrammeerde brein.

Iedereen onschuldig

Er gaan stemmen op die waarschuwen dat het verlies van de vrije wil het mens-zijn uitholt en zal leiden tot immoraliteit. Want hoe kunnen we elkaar nog aansprakelijk stellen voor ons gedrag, als we zelf geen invloed hebben op onze beslissingen? Misdadigers kunnen zeggen: ‘Ik wilde het niet, maar mijn hersenen hebben me ertoe gedwongen.’ Als de vrije wil niet bestaat, is iedereen in feite onschuldig.

Helemaal ongegrond is het verzet tegen het opheffen van de vrije wil misschien dus ook niet. Bovendien bleek onlangs uit een Amerikaans onderzoek dat mensen die een betoog hadden gelezen waarin stond dat de vrije wil een illusie is, daarna vaker vals speelden dan mensen die een neutrale tekst lazen, of eentje waarin juist werd betoogd dat mensen wél een vrije wil hebben. We hebben het gevoel van vrijheid misschien echt wel nodig omdat dat ons gevoelens van verantwoordelijkheid geeft, en we anderen en onszelf kunnen beoordelen op goede of foute beslissingen.

Twee denkfouten

We kunnen de vrije wil wel nodig hebben, hij bestaat niet echt, stellen wetenschappers steeds eensgezinder. Daar wil ik een aantal kanttekeningen bij maken. In de discussie over dit onderwerp worden naar mijn idee twee denkfouten gemaakt. Ten eerste blijven mensen maar onderscheid maken tussen zichzelf en hun hersenen. Zelfs de grote filosofen spreken vaak nog steeds over het ‘ik’ alsof het iets is dat losstaat van ons brein. Alleen wanneer je dat gelooft, kun je zeggen dat je een willoze slaaf bent van je biologie.

Maar wanneer houden we daar nu eens mee op? U bent niet los te zien van uw hersenen. U bent alles. U bent uw genen, uw onbewuste, uw brein, de cellen waaruit uw brein is opgebouwd, de moleculen waaruit de cellen zijn opgebouwd. Een beslissing die u voor uw gevoel uit vrije wil neemt – bijvoorbeeld: ‘Nee, ik wil niet naar Engeland’ – is voorgekookt door de geschiedenis van uw brein, met alles wat daar aan informatie in zit. De genetische aanleg die u van uw vader erfde tot negatief denken, de leraar Engels die u voor schut zette voor de klas omdat u tourism verkeerd uitsprak, een videoclip van Sting, de kleuren van de wachtkamer van de tandarts die een keer een gaatje boorde met te weinig verdoving. Weet u veel wat er allemaal meespeelde in uw beslissing? Nee, maar wat maakt het uit? Wat mij betreft zijn mijn beslissingen allemaal stimulus-respons-koppelingen, want ik ben die stimulus-respons-koppelingen en ze zitten in mijn grijze massa! Uiteindelijk ben ‘ik’ die vreemde, complexe, zelforganiserende brij van informatie of energie die op wonderbaarlijke wijze het idee heeft dat-ie een wil heeft.

De tweede denkfout is dat nu we weten dat vrijheid op een diep, natuurkundig of fysiek niveau niet bestaat, men concludeert dat we in ons dagelijks leven ook geen vrije wil hebben. Dat is niet terecht. Als je afdaalt naar het ‘diepere’ niveau van zenuwimpulsen en neuronen blijft er inderdaad niets over van door mensen bedachte concepten als vrijheid, schuld en verantwoordelijkheid. Maar op dat niveau zijn ook concepten als ‘lente’ of ‘vriendschap’ betekenisloos. En zelfs dingen die een stuk minder abstract zijn en die we toch echt kunnen aanwijzen, zoals een stoel, een glaasje wijn of oma, bestaan niet en zijn zinloos op een dieper niveau van moleculen of atomen.

Maar niemand vraagt zich af of een stoel er wel echt is. En niemand zegt tegen zijn oma: ‘Ha! We hebben ontdekt dat u niet bestaat!’ Op het niveau van onze ervaringswereld zijn een stoel, een glaasje wijn, oma en vriendschap wel degelijk zinvolle en ‘echte’ dingen. En zo is het ook met de vrije wil. De laag van de werkelijkheid waarop wij dingen ervaren mag dan dun zijn, maar hij is niet minder echt dan alle lagen daaronder.

Nepvrijheid? Niet erg

Natuurlijk is het goed om het belang van onze bewuste ervaring af en toe te relativeren, maar in feite maakt het weinig uit dat we een zogenaamde nepvrijheid ervaren. Voor de dagelijkse omgang blijft het verdomd handig om te kunnen zeggen: ‘Ik wil je graag zien omdat ik je leuk vind’ in plaats van: ‘Ik vertel nu dit verhaal dat ik je graag wil zien omdat ik je leuk vind, maar in werkelijkheid wordt me dat opgedragen door mijn genenpakket waarin een voorkeur zit opgeslagen voor gespierde mannen en misschien ook wel omdat je blonde haar me doet denken aan die leuke jongen waar ik vroeger verliefd op was of misschien gewoon omdat je een okselgeur hebt die mijn lagere hersendelen prikkelt, maar ik kan nooit helemaal precies achterhalen waarom ik je graag wil zien dus eigenlijk weet ik helemaal niet waarom ik je wil zien.’ Dat laatste is gewoon niet zo praktisch, dus spreken we over ‘willen’. Prima toch?

Niet voor de tegendraadse Britse psychologe Susan Blackmore. Zij schafte lang geleden haar vrije wil af toen ze ervan overtuigd raakte dat dat een illusie was. Ze vraagt zich niet meer af wat ze wil als ze een menukaart voor zich heeft, vertelde ze in een interview met NRC Handelsblad, maar is benieuwd wat haar brein zal beslissen. Oftewel, zo zegt ze: ‘Ik laat de beslissingen zichzelf nemen.’ Blackmore is tevreden met haar willoze leven, en ze is ook bezig zich te ontdoen van haar ‘zelf’ – want ook dat is een illusie.

Mij lijkt dat behoorlijk gekunsteld en vooral zinloos. We schaffen toch ook de liefde niet af omdat we hebben ontdekt dat het ‘slechts’ stofjes in het brein zijn waardoor we ons zo heerlijk voelen? We verbreken toch ook niet het contact met onze oma’s omdat die in de wereld van moleculen niet bestaan? Onze ervaring van vrijheid en vrije wil hoort bij het mens-zijn. En die ervaring bestaat net zo goed als de stof waarvan die ervaring is gemaakt.

Elke hersenhelft zijn eigen wil

Het gevoel van vrije wil hebben we vooral als wat we doen correspondeert met wat we denken te willen. Maar dat gaat nogal eens mis. Zeker hersenstoornissen schijnen een licht op de fysieke grondslag van onze vrije wil. Zo zijn er mensen die na een hersenbloeding of een ongeluk opeens de ervaring hebben dat een van hun handen een eigen wil heeft.

Mensen met het alien hand-syndroom willen bijvoorbeeld een glas appelsap drinken, maar hun ‘bezeten’ hand gooit het glas leeg. De beschadiging van het brein lijkt bij deze mensen vooral in het corpus callosum te zitten, de verbinding tussen de twee hersenhelften. Het lijkt erop dat iedere hersenhelft een eigen wil kan hebben.[/wpgpremiumcontent]