Oma is op bezoek. ‘Oma Duitsland’ om precies te zijn. Een hele gebeurtenis voor Isa. Ze sleept haar meteen mee naar de boekenkast. ‘Oma, kennst du Pluk?’ ‘Ploek’, zegt ze. Omdat ze weet dat oma Pluk van de Petteflet ook zo zal noemen.

Al sinds haar geboorte hoort Isa Nederlands van mij en Duits van haar vader. Inmiddels is ze zes en tweetalig. Als ze in een fmri-apparaat werd geschoven, zou je dat laatste ook op haar breinscans kunnen zien. Taken in haar beide eerste talen zouden precies dezelfde activering opleveren. Zowel bij Nederlands als bij Duits zoemt haar taalcentrum zachtjes als een goed geoliede machine.

Als mijn brein werd gescand, kreeg je iets anders te zien. Bij taken in mijn enige eerste taal – het Nederlands – precies zo’n zelfde georganiseerd beeld, maar bij Duitse taken een wirwar van opgloeiende gebiedjes. Ik heb de taal simpelweg te laat geleerd om haar efficiënt te kunnen inzetten: pas op de middelbare school, toen mijn fase van natuurlijke taalverwerving voorbij was en het op stampen aankwam. Ik kan de rijtjes nog opdreunen: mit, nach, bei, seit…

Zo niet Isa. Zij heeft van grammatica nog geen benul, en toch ratelt ze foutloos in

beide talen. Tussen denken en zeggen zit bij haar geen vertaalslag.

Simultaan of successief?

Isa is een geluksvogel, als we de wetenschap mogen geloven. Want opgroeien met meer eerste talen blijkt veel voordelen met zich mee te brengen.

‘Tweetalige kinderen hebben al jong door dat taal gewoon een verzameling afspraken is,’ zegt sociolinguïste Nadia Eversteijn van de Universiteit van Tilburg. ‘Ze weten meer óver taal.’ En dat, vervolgt ze, geeft ze een voorsprong op linguïstisch niveau. ‘Zo leren ze later makkelijker vreemde talen.’

Maar tweetalig opgroeien biedt al eerder een voorsprong, weet Eversteijn. ‘Meertalige kinderen leren gemiddeld ook sneller lezen. Dat komt doordat ze een gesproken zin eerder in woorden kunnen opdelen, en die weer in klanken.’

Die voorsprong geldt overigens, voegt ze toe, vooral voor kinderen die simultaan tweetalig opgroeien, oftewel al in de wieg van papa andere klanken horen dan van mama. ‘Voor kinderen die die tweede taal pas oppikken tegen de tijd dat ze naar de peuterspeelzaal of kleuterschool gaan – successief tweetaligen – geldt dit voordeel wat minder. Tot je tweede ben je namelijk het meest gevoelig voor het leren van klanken.’

Maar successief tweetaligen delen wél weer volop in een derde voordeel: ‘Ze kunnen zich veel rijker uitdrukken. Ze putten immers uit twee taalsystemen. En vaak hebben twee woorden voor hetzelfde begrip toch een andere gevoelswaarde. Een voorbeeld: als Turkse kinderen in Nederland over een trouwerij praten, kunnen ze het woord bruiloft gebruiken, maar ook het woord dügün. Bij dat laatste is direct duidelijk: hier gaat het om een ceremonie volgens de Turkse gebruiken. Dat ene woord heeft veel connotaties die meteen bijgeleverd worden.’

Groter werkgeheugen

Maar de voordelen van vroege meertaligheid beperken zich niet tot de taalvaardigheid. ‘Meertaligen hebben een groter werkgeheugen,’ weet Peter Indefrey, onderzoeker bij het Nijmeegse F.C. Donders Centrum voor Cognitieve Neuro-Imaging. ‘Ook kunnen ze hun aandacht beter focussen. Dat lijkt te komen doordat ze van jongs af gewend zijn te switchen tussen talen, en voortdurend de taal die op dat moment niet relevant is, moeten “wegfilteren”. Uit onderzoek is namelijk naar voren gekomen dat je de talen die je vloeiend beheerst, nooit helemaal kunt “uitzetten”. Meertaligen beschikken dus over een betere ruis­onderdrukking.’

De Canadese psychologe Ellen Bialystok ontdekte vorig jaar dat die eigenschap een beslissende voorsprong kan geven aan meertaligen. Bialystok liet 97 studenten achter de computer plaatsnemen voor een aantal visuele taken waarmee hun aandachtsfunctie en reactiesnelheid werden gemeten. Een deel van de proef­personen was zeer bedreven in computergames, het andere deel niet; een deel van hen was eentalig, het andere deel tweetalig. Wat bleek? Niet alleen de ­gamers, ook de tweetaligen scoorden bovengemiddeld in de tests. Maar topscores waren alleen weggelegd voor verwoede gamers die bovendien tweetalig waren.

Wat betekent deze betere cognitieve controle voor de kans op dementie, vroeg Bialystoks team zich na deze ontdekking af. Een nieuw onderzoek bracht ze begin dit jaar tot de opmerkelijke conclusie dat mensen die hun leven lang regelmatig schakelen tussen twee of meer talen, gemiddeld pas vier jaar later tekenen van dementie gaan vertonen dan eentaligen. Het constante switchen en filteren kweekt kennelijk zoveel cognitieve reserves dat het brein langer standhoudt onder Alzheimer-aanvallen.

Taalbad

Hebben meertaligen een superbrein? Dat wil neuro­linguïst Indefrey niet beweren. ‘Ik kan uit mijn onderzoek alleen concluderen dat hun hersenen efficiënter werken.’ Toch, zegt hij, zijn de voordelen zo overduidelijk dat hij mensen die de mogelijkheid hebben, altijd zal adviseren hun kroost tweetalig op te voeden. ‘Nog afgezien van die cognitieve voordelen: je kind leert twee talen perfect spreken!’

In meertalige landen als België en Zwitserland is zo’n tweetalige opvoeding inmiddels al niet ongebruikelijk meer. Niet alleen heb je daar van oudsher meer ‘gemengde’ ouderparen, ook is de tweetalige school er sinds een aantal jaren in opkomst.

In België boomt momenteel bijvoorbeeld wat wel ‘immersieonderwijs’ wordt genoemd: basisscholen waar kinderen uit hetzij de Waalse, hetzij de Vlaamse gemeenschap een deel van – soms zelfs álle – lessen in de andere landstaal krijgen. Dit vanuit de ervaring dat zo’n ‘taalbad’ bij jonge kinderen zonder veel problemen successieve tweetaligheid kan opleveren.

Toch is niet iedereen in België voorstander van immersieonderwijs. De grote vrees is namelijk dat het in plaats van meertalige juist ‘halftalige’ Belgjes oplevert: kinderen bij wie geen enkele taal echt wortel heeft geschoten. Vooral voor de taalontwikkeling van allochtone kinderen wordt gevreesd. Ze spreken al nauwelijks Vlaams (of Frans) als ze op school komen; moeten ze dan ook nog eens in twee nieuwe talen ondergedompeld worden?

Aanleiding voor taalkundige Katrien Mondt van de Vrije Universiteit Brussel om eens een aantal eentalige, simultaan tweetalige en successief tweetalige basisschoolleerlingen aan fmri-scans te onderwerpen. De uitkomsten waren opvallend.

Ten eerste bevestigden de fmri-scans dat de hersenen van tweetalige kinderen bij de meeste taken minder activiteit vertonen en dus efficiënter werken. Dat geldt zowel voor de ‘simultanen’ als voor de ‘successieven’, al kwam wel naar voren dat de hersentjes efficiënter georganiseerd zijn naarmate een kind vroeger tweetalig geworden is.

Maar daarbovenop, en dat was echt nieuw, lieten de scans zien dat het gevaar van onderwijs in een andere dan de thuistaal niet is dat de kinderen moeite hebben met de schooltaal. ‘Ik zag juist regelmatig dat de thuistaal het moeilijk kreeg!’ vertelt Mondt. ‘Er zaten Waalse kinderen in de onderzoeksgroep die op hun zesde naar een volledig Nederlandstalige school waren gestuurd. Thuis spreken ze nog Frans, maar daar gaat het zelden over school – hun ouders kunnen vaak niet eens hun boeken lezen. Het gevolg is dat hun Frans niet “meegroeit” met hun schoolontwikkeling. En dus vertonen de hersenen van deze kinderen bij Nederlandstalige taken geen extra activering, maar wél bij de Franstalige. Wég cognitieve voordelen.’

Voorlezen in Papiamento

De onderzoeksresultaten van Katrien Mondt sluiten goed aan bij de bevindingen van Saskia Visser. Eind vorig jaar pleitte deze taalkundige in een publicatie van de Groningse Wetenschapswinkel voor meer aandacht voor de ‘thuistalen’ van kinderen uit anderstalige gezinnen.

‘Anderstalige ouders krijgen in Nederland te vaak het advies om hun kind niet te veel met hun eigen taal te belasten,’ weet Visser. ‘In ons land is eentaligheid de norm. Veel mensen hier denken nog dat tweetaligheid verwarrend is voor een kind en taalachterstanden kan veroorzaken. Maar voor dat idee is nooit enig bewijs gevonden.’

Terwijl het inmiddels dus wel bewezen is dat tweetaligheid veel positieve effecten kan hebben. Vandaar dat Visser anderstalige ouders adviseert hun kinderen juist extra impulsen te geven in hun eigen taal. ‘Lees ze voor in je Fins of ­Papiamento, help ze met hun huiswerk in je eigen taal! Dat verstérkt de uitleg juist. Bovendien: hoe beter de thuistaal ontwikkeld is, hoe beter je kind de schooltaal oppikt. Wie eenmaal een begrip in de ene taal kent, leert het immers veel makkelijker in een andere taal.’

Hopelijk dringen deze inzichten snel door tot de onderwijswereld. Zodat ook de Marok­kaanse moeder die maar een paar jaar onderwijs heeft gehad, Tamazight kan spreken met haar kinderen zonder bang te hoeven zijn voor een standje. Want juist deze ouders laten zich op dit punt makkelijk iets aan­praten, weet Visser. Hoogopgeleide westerse ouders die zich in de materie verdiept hebben, halen eerder hun schouders op als de juf ze over hun taalkeuze berispt. ‘Zij weten inmiddels al wel dat tweetaligheid juist goed is voor hun kroost. Overigens zijn leerkrachten doorgaans ook veel positiever als het gaat over een “hoge-statustaal” als Engels en Frans.’

Of Duits dus. In ieder geval zijn wij nog nooit bestraffend toegesproken vanwege het feit dat we onze dochter ook de taal van Dichter und Denker bijbrengen. Niet dat we de verwachting koesteren dat ze daardoor in de voetsporen van Goethe en Schiller zal treden. Maar een über-gamer in de familie is ook al heel mooi.

Zelf doen?

Wilt u uw kind tweetalig opvoeden? Bedenk dat dit alleen zin heeft wanneer ten minste een van u de tweede taal echt als moedertaal beheerst. Is dat niet het geval, zoek dan liever een school waar uw kind spelenderwijs met een tweede taal wordt geconfronteerd.

Hebben u en uw partner elk een andere moedertaal, dan ligt het ‘OPOL-model’ het meest voor de hand: One Parent, One Language. Op die manier is het voor het kind van begin af duidelijk dat het om twee verschillende talen gaat, en krijgt het bovendien de boodschap dat het beide talen echt nodig heeft om met de ouders te communiceren.

Hebben u en uw partner dezelfde moedertaal maar woont u in een anderstalige omgeving, dan is One Situation, One Language een goede optie: thuis en in contact met andere taalgenoten spreekt u uw eigen taal, maar in de buitenwereld spreekt u de omgevingstaal. Zo leert het kind ook moeiteloos beide systemen scheiden.

psychologiemagazine.nl

Tweetalig opvoeden biedt veel voordelen, maar hoe doe je het? Stel uw vraag aan meertaligheidsexpert Nadia Eversteijn-Kluijtmans

Meer lezen

– Elke Burkhardt Montanari e.a., Hoe kinderen meertalig opgroeien, uitgeverij PlanPlan, € 11,25

– Op Ouders Online (www.ouders.nl) is een uitgebreide en zeer gedegen ‘vraagbaak kindertaal en meertaligheid’ te vinden. Via www.kennisdebat.nl van de Rijks Universiteit Groningen kunt u doorklikken naar diverse discussies over meertaligheid.[/wpgpremiumcontent]