Het muzikale brein: is muzikaliteit aangeboren?

Waarom galmt de een moeiteloos en zuiver een nummer met de radio mee en kan de ander toon noch maat houden? Is muzikaliteit aangeboren, of is het toch vooral een kwestie van oefening?

Ik heb niks met muziek. Zal nooit een cd’tje opzetten. Ik luister wel naar de radio, maar tune altijd in op Radio 1. Het is overigens niet zo dat ik muziek vervelend vind; het is er, punt. Voor mijn gevoel zijn liedjes hetzelfde als auto’s. Als iemand me vraagt welke auto ik mooier vind, kan ik dat best vertellen. Maar er moet wel een heel uitzonderlijke bolide passeren, wil die spontaan mijn aandacht trekken. Hetzelfde geldt voor muziek: als een nummer hard staat of heel bijzonder is, heb ik het heus wel door, maar doorgaans hóór ik muziek niet eens.

Een ster in het produceren van muziek ben ik trouwens ook niet. Ik speel geen instrument en voel nooit de behoefte om te zingen. Nooit. Niet in de auto, niet onder de douche. Ik ben op verzoek ook gestopt met het zingen van slaapliedjes voor mijn kinderen (‘Mam, laat maar, dit is niet mooi’).

Geen natuurtalent

Ik zou mezelf zonder aarzeling het stempel ‘a-muzikaal’ opplakken, maar dat is te pessimistisch, zo blijkt wanneer ik op bezoek ga bij Henkjan Honing, cognitief muziekwetenschapper van de Universiteit van Amsterdam. Volgens Honing is muzikaliteit namelijk meer dan het bespelen van een instrument of het zuiver zingen van een lied. Er bestaat ook zoiets als ‘passieve muzikaliteit’. Het kunnen onderscheiden van valse en toonvaste muziek of het kunnen mee­klappen op de maat telt ook als muzikaal. ‘Wij doen veel onderzoek naar muzikaliteit en het blijkt keer op keer dat mensen muzikaler zijn dan ze zelf denken.’ Dat geeft de burger moed. IJverig doe ik mee aan zo’n luisterexperiment. Ik hoor steeds twee uitvoeringen van eenzelfde muziekstuk. Een ervan is de originele versie, het andere is gemanipuleerd: er is bijvoorbeeld een versnellinkje ingebouwd of het is in een andere toonsoort gespeeld. Ik moet steeds proberen de originele versie eruit te pikken.

Als ik de uitslag krijg, blijkt dat ik slechts zes van de vijftien testjes goed had. Niet echt een briljant resultaat, gezien het feit dat je er op grond van kansberekening ook zeven goed kunt hebben. Volgens Honing ben ik inderdaad misschien geen natuurtalent, maar hij meent dat de uitslag ook geen reden is om aan te nemen dat ik écht a-muzikaal ben. Ik wéét namelijk van mezelf dat ik vals zing. Echte toondoven kunnen vals niet van zuiver onderscheiden. Sterker: ze horen niet eens het verschil tussen een ritme en random geluid, en hebben het niet door als twee liedjes door elkaar worden gespeeld. Echte toondoofheid oftewel amusie komt zeer zelden voor. Sommige amusielijders zijn ermee geboren, maar je kunt het ook op latere leeftijd oplopen. Tijdelijk, door een migraineaanval, of structureel, als het muzikale brein door bijvoorbeeld een beroerte is aangetast. Sommige mensen hebben selectieve amusie; zo is er een geval bekend van een man die alleen kan beoordelen of een liedje het Franse volkslied is of niet.

Absoluut gehoor

Niet toondoof, maar ‘gewoon minder muzikaal’, dat ben ik. En waarschijnlijk is dat op latere leeftijd ontstaan. Uit Amerikaans onderzoek van Jenny Jaffran blijkt namelijk dat baby’s ‘muzikaal’ geboren worden. Vers uit de buik hebben kinderen een absoluut gehoor: ze kunnen uit hun hoofd de exacte toonhoogte van een klank herkennen, iets wat in Nederland bij volwassenen is voorbehouden aan een enkele muzikale geluksvogel.

Jaffran liet in haar onderzoek baby’s van acht maanden en volwassenen een serie tonen horen. Vervolgens werden er subtiele veranderingen in deze toonreeks aangebracht. De volwassen proefpersonen bleken de verschillen niet te detecteren, de baby’s wel. Stuk voor stuk draaiden ze hun hoofdje naar de bron van het geluid als ze iets ‘geks’ hoorden.

Men vermoedt dat het aangeboren absolute gehoor een hulpmiddel is bij het leren van taal, en dan met name de tonale talen. In sommige talen is het belangrijk om subtiele verschillen in intonatie te kunnen horen; de manier van uitspreken bepaalt dan de betekenis van een woord. Nederlands is geen tonale taal, het Limburgse dialect een beetje. Zo betekent bal wanneer je het in het Limburgs ‘slepend’ uitspreekt voetbal en wanneer het meer ‘stotend’ wordt uitgesproken dansfeest. Een uitgesproken voorbeeld van een toontaal is het Chinees. Het is dan ook niet verwonderlijk dat in China veel meer mensen met een absoluut gehoor rondlopen dan in Nederland. Chinezen worden van jongs af aan blootgesteld aan subtiele klankverschillen – wat overigens niet hoeft te betekenen dat ze ook muzikaler zijn.

Ritmegevoel wordt afgeleerd

Henkjan Honing is niet echt onder de indruk van mensen die een absoluut gehoor hebben. ‘Er wordt naar mijn smaak te belangrijk gedaan over het absolute gehoor. Natuurlijk is het bijzonder dat baby’s en sommige musici iets kunnen wat wij niet kunnen, maar eigenlijk is het veel bijzonderder dat mensen een relatief gehoor hebben. Het maakt niet uit in welke toonsoort je Vader Jacob speelt: mensen herkennen het. Dat is toch fantastisch? In het dierenrijk zijn mensen trouwens uniek met hun relatieve gehoor. Het absolute gehoor komt bij dieren heel vaak voor.’ Volgens Honing is het specialer dat baby’s ontvankelijk zijn voor het herkennen van alle denkbare ritmes. ‘Wanneer je een volwassen Noord-Amerikaan twee ritmes laat horen uit bijvoorbeeld Bulgaarse muziek, kan hij de verschillen vaak niet horen. Luisteraars met een Bulgaarse achtergrond kunnen dat wel. Het grappige is dat dit gevoel voor ritme niet cultureel wordt áángeleerd, maar wordt áfgeleerd. Baby’s kunnen met alle ritmes uit de voeten.’

Vroege blootstelling

Taal en muziek zijn met elkaar verbonden, maar niemand weet precies hoe. Darwin dacht dat taal is voortgekomen uit oermuziek die onze voorouders gebruikten in de baltstijd. Anderen dachten dat muziek juist een restverschijnsel is van emotionele taal. Hoe het ook zij: taal en muziek hebben behoorlijk wat gemeen. Zo geldt voor beide het use it or lose it-principe. Volgens taalkundigen bestaat er een kritieke periode voor het leren van een vreemde taal die eindigt rond de puberteit. Na die periode zouden in het brein biologische veranderingen plaatsvinden die het aanleren van een andere taal bemoeilijken. Voor muziek geldt eveneens dat vroege blootstelling essentieel is om ‘vloeiend’ muzikaal te zijn.

Ook als je inzoomt op het brein, blijkt dat taal en muziek veel van elkaar weg hebben. Zo bevindt het muzikale brein zich in de rechter auditieve cortex, precies op de plek waar zich (bij de meeste mensen) aan de linkerkant het taalcentrum bevindt. Hoe meer je in aanraking komt met taal en muziek, hoe geavanceerder deze stukken brein. Ook voor andere vaardigheden geldt dat oefening haar sporen nalaat in het brein, maar het blijkt dat ‘taalknobbels’ en ‘muziekknobbels’ veel beter herkenbaar zijn dan andere artistieke knobbels of bijvoorbeeld een ‘wiskundeknobbel’.

Ik heb natuurlijk geen idee hoe mijn brein eruitziet als ik plaatsneem in een scanner, maar het zou me niets verbazen als mijn linker en rechter auditieve cortex niet geheel in balans zijn. Ik ben in mijn jeugd veel met taal, maar weinig met muziek in aanraking gekomen, waardoor mijn taalbrein zich wel en mijn potentiële muzikale brein zich niet heeft kunnen ontwikkelen. Volgens Honing ben ik daarmee een extreem, maar wel illustratief voorbeeld van hoe er in onze westerse cultuur wordt omgegaan met muziek. ‘Vraag op een willekeurig feestje of iemand een liedje wil zingen en hij krijgt een kop als een boei. Zoiets doe je gewoon niet, tenzij je écht goed kunt zingen. In Nederland gaan we calvinistisch om met muziek: alleen als je heel goed kunt worden, ga je op muziekles. In een land als Brazilië is dat heel anders. Muziek is daar overal. Niemand geneert zich. En omdat ze zo veel met muziek bezig zijn, worden ze vanzelf muzikaal en is er ook helemaal geen reden om je te generen. Ik ben ervan overtuigd dat wij met een andere mentaliteit allemaal swingende Brazilianen zouden kunnen zijn!’

Het gaat niet vanzelf

Een swingende sambadame zal ik wel niet meer worden, maar zou ik mijn muzikale vermogens niet toch op de een of andere manier kunnen opleuken? Volgens Honing moet ik met intensieve training best nog wel ergens kunnen komen. Héél intensieve training welteverstaan. Het is bekend dat het goed kunnen bespelen van een instrument voor ongeveer vijftig procent genetisch bepaald is. De rest is een kwestie van oefening. Het verband tussen uitblinken (in muziek, maar ook op andere terreinen zoals schaken, atletiek of wetenschap) en het aantal uren training, bleek uit een onderzoek van de Zweedse psycholoog Anders Ericsson. Hij vergeleek het studiegedrag van drie groepen conservatoriumviolisten: uitblinkers, goeden en de ‘potentiële muziekleraren’. Het bleek dat de beste violisten gemiddeld tienduizend uur hadden geïnvesteerd in hun training. De goede violisten scoorden vijfduizend uur en de muziek­docenten ‘slechts’ drieduizend uur.

Ook een van de grootste muzikale geniën ooit, Wolfgang Amadeus Mozart, schreef in een van zijn brieven dat mensen onderschatten hoeveel investering het kostte om te zijn wie hij was: ‘Mensen vergissen zich als ze denken dat het allemaal vanzelf gaat. Ik kan je verzekeren dat niemand zoveel tijd en gedachten heeft besteed aan muziek als ik. Er is geen enkel beroemd musicus wiens muziek ik niet intensief bestudeerd heb. Niemand heeft er harder voor gewerkt dan ik…’

Is Alex de nieuwe Mozart?

Hij componeerde de nieuwste voorstelling van het Russische staatsballet, dirigeerde diverse orkesten, trad op voor koninginnen en staatshoofden: Alex Prior is wat je noemt een muzikaal genie. Zeker als je bedenkt dat Prior pas vijftien jaar is. Volgens zijn moeder is hij voorlijk geboren. ‘Hij kon alles snel en goed. Alex heeft bijvoorbeeld nooit leren kruipen, hij kon meteen lopen.’ Toen hij drie was, kreeg hij zijn eerste pianolessen. Op zijn achtste begon hij met componeren, op zijn elfde schreef hij zijn eerste requiem – voor de omgekomen kinderen van het gijzeldrama in Beslan.

Zelf luisteren? www.alexprior.co.uk/

Meer weten

– Musicofilia. Muziek en het brein, Oliver Sacks, uitgeverij Meulenhoff, € 19,90

– This is your brain on music. The science of a human obsession, Daniel Levitin, Dutton Books, $ 10,20 via Amazon.com

– Luistertestje: http://cf.hum.uva.nl/mmm/ (klik op online experiments)[/wpgpremiumcontent]

auteur

Floor van den Hout

Floor van den Hout studeerde Psychologie aan de Universiteit van Amsterdam.

» profiel van Floor van den Hout

Dit vind je misschien ook interessant

Interview

Hoe ons brein opbloeit van muziek

Of het nu Bach of Beyoncé is, muziek maakt ons gezonder, aardiger en stabieler. Breinwetenschapper ...
Lees verder
Interview

Hoe ons brein opbloeit van muziek

Of het nu Bach of Beyoncé is, muziek maakt ons gezonder, aardiger en stabieler. Breinwetenschapper ...
Lees verder
Branded content

Hoe cadeaus geven je relaties kan verdiepen

Natuurlijk draaien kerst en Sinterklaas niet alleen maar om cadeaus, maar de feestdagen zijn wel het...
Lees verder
Branded content

Hoe cadeaus geven je relaties kan verdiepen

Natuurlijk draaien kerst en Sinterklaas niet alleen maar om cadeaus, maar de feestdagen zijn wel het...
Lees verder
Artikel

Deze drie gezinnen namen hun (schoon)ouders in huis

Vrienden verklaren hen voor gek, maar zelf vinden deze gezinnen het vooral fijn én handig om met hu...
Lees verder
Artikel

Deze drie gezinnen namen hun (schoon)ouders in huis

Vrienden verklaren hen voor gek, maar zelf vinden deze gezinnen het vooral fijn én handig om met hu...
Lees verder
Artikel

‘Ik was doodsbenauwd voor de badmeester’

Waarom galmt de een moeiteloos en zuiver een nummer met de radio mee en kan de ander toon noch maat ...
Lees verder
Artikel

Boksen op muziek met tae bo

Een betere conditie! Energieker! Een mooier en slanker figuur! Meer zelfvertrouwen! Fitter! Geconcen...
Lees verder
Artikel

Bestaat het Mozart-effect wel?

Waarom galmt de een moeiteloos en zuiver een nummer met de radio mee en kan de ander toon noch maat ...
Lees verder
Artikel

Nieuwe oude mode

Eerst keerden de jaren zestig terug in het modebeeld, toen de jaren zeventig en momenteel zijn de ja...
Lees verder
Artikel

Het gevaar van de autoradio

Waarom galmt de een moeiteloos en zuiver een nummer met de radio mee en kan de ander toon noch maat ...
Lees verder
Artikel

De populariteit van pop

In de jaren vijftig en zestig werd popmuziek razend populair in Nederland. Vaak wordt gezegd dat dez...
Lees verder