‘Ik ben op het moment lichtelijk hysterisch hoor, maar kom verder, kom verder!’ Mylène d’Anjou (37) ontvangt met een weids gebaar en een stralend gezicht. Een knusse bovenwoning in een Amsterdamse volksbuurt. Meteen zet ze de fluitketel op voor thee. ‘Sorry, ik had geen tijd meer om koekjes en chocola voor je te halen. Ik kom net van een afspraak met mijn muzikant, we zitten midden in de voorbereiding van een nieuw theatertournee, vandaar dat ik een beetje gestrest ben.’ In één adem begint ze te vertellen dat ze zoveel droomt de laatste dagen: over het publiek dat de hele tijd door haar heen praat en niet lacht, omdat het totaal niet leuk is wat ze doet. Ze heeft zelfs een nachtmerrie gehad waarin het publiek haar en masse uitlacht en met rotte tomaten bekogelt, om vervolgens keihard weg te rennen.

Dit is dus Mylène d’Anjou: angstdromen terwijl ze volle zalen trok met haar vorige theatershow, lovende recensies kreeg, op radio en tv nog steeds de sterren van de hemel zingt, en alom wordt genoemd als de opvolgster van Jenny Arean, Adèle Bloemendaal en Jasperina de Jong. Maar d’Anjou is en blijft onzeker. ‘Het is een beetje ‘the story of my life’: altijd kritiek op mezelf en bang voor een slechte beoordeling. Het commentaar op mezelf gaat zó automatisch, dat ik echt moeite moet doen het een halt toe te roepen.’

Log in om verder te lezen.