Op het schoolplein van mijn zoon is een levendige handel in oude Citotoetsen. Een vader uit de parallelklas heeft zijn hand op de toets van vorig jaar weten te leggen en verkoopt kopietjes voor 7,50 euro per stuk. Wie wil, kan zijn kind zelfs op Citoles doen. Acht woensdagmiddagen oefenen in een klein groepje, of in de kerstvakantie een paar dagen lang oude toetsen maken. Ook zijn er oefenboeken voor thuis.

‘Zorgelijk,’ vinden de makers bij het Cito. De toets is bedoeld om de basiskennis van kinderen te testen. ‘Een goede voorbereiding op school om aan de vorm van de toets en het type vragen te wennen, is voldoende,’ zegt een medewerkster.

Maar juist aan die basiskennis schort het vaak. Dat zegt Peter Meijer van beter-bijles.nl, die leerlingen helpt voorbereiden op de eindtoets. Dat is iets anders dan oefenen, stelt hij. Het betekent vooral: kinderen bekend maken met de manier van vraagstelling. Zo staan in de Citotoets vaak opgaven met staafdiagrammen en lijngrafieken – iets waarmee de meeste kinderen op school niet leren werken.

Verder worden bijna alle toetsopgaven in verhaalvorm gegoten, wat dus betekent dat je goed moet zijn in begrijpend lezen. Ook iets waaraan niet altijd

genoeg aandacht is besteed in de klas. Meijer: ‘Kinderen weten soms helemaal niet hoe je een tekst moet lezen en interpreteren. En als je de opgave al niet begrijpt, wordt het vinden van het juiste antwoord wel heel lastig.’

Waar het volgens hem bij veel kinderen ook aan schort, is rekenkundig en taalkundig ontleden. ‘Het onderwerp kan een kind vaak nog wel uit de zin halen. Maar als je ook ziet wat het lijdend en meewerkend voorwerp is, dan verbetert dat het begrijpend lezen enorm.’ Ouders kunnen volgens hem hun kind op de Citotoets voorbereiden door het extra veel te laten lezen. ‘Veel boeken, maar ook een jeugdkrant als 7Days is heel geschikt.’

Dat er als voorbereiding op de eindtoets soms nog wel wat basiskennis mag worden bijgespijkerd, daarin is het Cito het met Meijer eens. Al zien de Citomakers toch het liefst dat dat op school gebeurt. ‘Leerkrachten weten namelijk als geen ander aan te sluiten bij de kennis waarover de leerlingen al beschikken.’

Vertekende uitslag

Bij het al dan niet oefenen voor de eindtoets hebben de makers van de toets en ouders vaak tegengestelde belangen. Testmakers gaan er bij het normeren van de test namelijk niet van uit dat er flink wordt geoefend. Kinderen die dat wel doen, vertekenen de uitslag.

Maar voor ouders kan een iets hogere score net het verschil maken tussen vmbo-kader of een theoretische leerweg. Of tussen havo en vwo. En oefenen voor de eindtoets is effectief, zo is uit onderzoek gebleken, dus waarom zou je het niet doen?

Peter Tellegen van de Universiteit van Groningen is maker van de nio, een intelligentietoets die op sommige scholen wordt afgenomen naast of in plaats van de Cito-eindtoets. Volgens hem halen kinderen die eenzelfde test na drie maanden opnieuw maken, een score die zes of zeven punten hoger ligt.

Doelgericht oefenen om de testscore omhoog te krijgen heeft volgens hem alleen zin als basisschool en voortgezet onderwijs veel laten afhangen van de eindscore. En gek genoeg bestaan daarover geen landelijke afspraken. Er zijn regio’s waar het schooladvies doorslaggevend is om toegelaten te worden op een middelbare school, maar ook regio’s waar de Citoscore allesbepalend is.

Dat laatste is vreemd, omdat de Citotoets oorspronkelijk alleen bedoeld is als aanvulling op het schooladvies. Een advies dat gebaseerd is op de schoolresultaten van voorgaande jaren plus de persoonlijke inschatting door de leerkracht.

Tellegen vindt dat er tegenwoordig overdreven eisen worden gesteld aan de uitkomst van de test. ‘Het krijgt de betekenis van een toelatingsexamen, terwijl de test daar helemaal niet voor is ontwikkeld,’ zegt hij.

Uit eigen onderzoek weet hij bijvoorbeeld hoe slecht dat kan uitpakken bij allochtone kinderen. De eindscore onderschat hun capaciteiten vaak enorm. ‘Als ze vervolgonderwijs zouden doen alleen op basis van hun eindscore, zouden ze slecht af zijn. Omdat de toets veel te veel op taal is gericht, benadeelt hij kinderen die laat Nederlands hebben geleerd of die tweetalig zijn opgegroeid.’

Zenuwenstrategie

Op scholen waar het schooladvies zwaarder weegt dan de toetsscore, is oefenen voor de toets dus niet nodig. Dat het schooladvies sowieso de beste voorspeller is van het latere schoolniveau van een kind, blijkt uit verschillende onderzoeken.

Dat is ook niet gek, want de eindtoets is slechts een momentopname. Die kan worden vertekend doordat een kind last heeft van zenuwen. De nervositeit neemt af als een kind vertrouwd is met de soort opgaven die het krijgt en de strategie die het moet volgen. Voorbereiden op de soort opgaven die een kind kan verwachten helpt dan.

Maar wat nog meer helpt, is om niet te veel waarde te hechten aan het moment van testafname. ?Sommige ouders besteden zoveel aandacht aan de voorbereiding, dat het kind alleen maar zenuwachtiger wordt. Bovendien verliezen kinderen vaak zelfvertrouwen als hun te hoge eisen worden gesteld.

Er zijn scholen waar het schooladvies al wordt gegeven voor het begin van de Cito. Dat haalt niet alleen onnodige spanning weg bij de kinderen, maar ook bij de ouders. Doelgericht oefenen voor de toets heeft dus eigenlijk alleen zin in die enkele gevallen dat de Citoscore misschien lager uitvalt dan het advies van de school. En dan alleen nog in die regio’s waar basis- en middelbare school er onderling niet uitkomen omdat de middelbare school alles-of-niets-eisen stelt aan de uitslag.

Alleen oefenen om een eenmalige hoge score te halen heeft als groot nadeel dat een kind boven zijn niveau terechtkomt en de hele middelbareschooltijd op zijn tenen moet lopen. Dat gebeurt, zegt Tellegen. Maar wat hij ook ziet, is dat sommige kinderen door die paar punten meer nét op de school terechtkunnen die uiteindelijk wel het beste bij hen past.[/wpgpremiumcontent]