De wolf jaagt ons al eeuwenlang de stuipen op het lijf. Voor onze voorouders moet het inderdaad angstaanjagend zijn geweest om ’s nachts in hun eentje over een bospad te lopen en in de verte wolvengehuil te horen. Vandaar natuurlijk al die spookverhalen over weerwolven, en die vreselijke sprookjes met drie biggetjes en Roodkapje.

Ik moest aan de grote oren uit laatstgenoemd sprookje denken toen ik in Montana was, een staat negen keer zo groot als Nederland maar met minder dan een miljoen mensen. We waren net langs de ranch van Ted Turner gereden, de mediamagnaat die enorme kuddes bizons houdt, toen we stuitten op vier hondachtigen. Op een besneeuwde heuvel deden ze zich tegoed aan een bevroren karkas. Voor coyotes waren hun oren en staarten te groot. Coyotes zijn ook lid van de hondenfamilie, maar kleiner en meer verbreid dan de wolf. Ik schoot een plaatje met te weinig licht en een te korte lens, maar duidelijk genoeg voor de lokale deskundige om te bevestigen dat het echte wolven waren.

En voor die foto was ik uit de auto gestapt. Toch is dat niet zo gek, aangezien er de afgelopen eeuw in Amerika, waar duizenden wolven leven, slechts twee mensen aan hen ten prooi gevallen zijn. Honden daarentegen doden twintig tot dertig mensen per jaar.

Dat wolven gevaarlijk zijn is een oude mythe, in het Westen versterkt door het bloedbad dat ze in de winter van 1450 aanrichtten in Parijs. Hongerige wolven drongen de stad binnen en doodden circa veertig inwoners. Uiteindelijk werden de dieren door woeste burgers afgeslacht aan de voet van de Notre Dame. Achteraf is er twijfel gerezen: ging het niet eerder om bastaarden, kruisingen tussen honden en wolven? De wolf is heel sluw en schuw, en houdt zich verre van mensen, met wie hij alleen maar slechte ervaringen heeft. Hond-wolf-kruisingen daarentegen hebben weinig remmingen en gelden daarom als levensgevaarlijk.

Amerikanen zijn veel banger voor wolven dan voor beren en jagen ook meer op de wolf. En dat terwijl volgens de officiële statistieken grizzly’s gevaarlijker zijn. Onze gastheer in Montana begon op zeker moment keihard te praten omdat we in een berenhabitat waren beland. Het op een na ergste wat je kan overkomen is dat je onbedoeld een beer in de struiken in het nauw drijft; het ergste is een berin met jongen tegen het lijf lopen. De meesten kunnen dat niet navertellen.

Dus vanwaar die buitensporige angst voor de wolf? Of is het haat? Van oudsher eet de wolf ons vee, dus zijn we concurrenten. Stammen onze negatieve gevoelens mogelijk uit de tijd dat we nog geen vuurwapens hadden en dus weinig verweer? Inmiddels hebben we een andere machtsrelatie met het dier. Toch moet ik altijd weer denken aan de Dodenrit van Drs. P., waarin een door wolven achtervolgd gezin hun arme getalenteerde kinderen een voor een van de troika gooit. Het wrange liedje speelt in op onze irrationele wolvenangst, die zich kennelijk niets van statistieken aantrekt.[/wpgpremiumcontent]