Iedere vrijdagmiddag een halfuur vrijmaken om afstand te nemen, prioriteiten te stellen voor de komende week en goeie langetermijnplannen te maken: ik neem het me al maanden voor. Ik heb er zelfs een agendamelding voor ingesteld om me te waarschuwen – ‘Over 14 minuten uit het raam staren.’ Meestal komt dat slecht uit. Dus klik ik de melding snel weg, negeer de afspraak met mezelf en blijf koppig vastgeplakt zitten aan mijn beeldscherm. Niks afstand nemen; snel door met het volgende taakje!

Goede voornemens – ik hoef u er niets over te vertellen. Dikke kans dat u dit ligt te lezen op de bank terwijl u eigenlijk zou gaan hardlopen. U had zich voorgenomen gezonder te eten, maar op mysterieuze wijze is er toch een pak koekjes uit het keukenkastje ontsnapt. Gek? Helemaal niet. Het is een hardnekkig misverstand dat ons bewustzijn bepaalt hoe we ons zullen gedragen. We denken dat ons gedrag braaf aan de leiband loopt van onze gedachten. Maar het is eerder een oude hond die zich van zijn etensbak naar zijn mand sleept, dag na dag, en je moet van goeden huize komen om hem een ander kunstje te leren.

‘Ja, ik ga wel hardlopen,’ sussen we onszelf, ‘maar niet als het zó koud is.’ ‘Nee, het is vandaag zó druk, nu kan ik mijn tijd beter gebruiken voor urgente klussen.’ Het is doorgaans gemakkelijker om je gedachten aan te passen dan om jezelf terug te fluiten. Gewoontes zijn nu eenmaal hardnekkiger dan overtuigingen.

Als je de hond in jezelf wilt trainen, moet je daar gebruik van maken. Door voornemens anders te formuleren, bijvoorbeeld – een slimme truc van psycholoog Arend van Dam, die er een minitraining voor ontwikkelde. En door anderen erbij te betrekken.

Bij dezen vraag ik u als co-trainer. Kom vooral eens langslopen, vrijdagmiddag tussen half vier en vier, en kijk dan even naar boven. Het is het derde raam vanaf de hoek. Als u zwaait, zal ik kwispelen.