Tijdens de zwangerschap kunnen we niet precies zien wat er in de baarmoeder gebeurt, laat staan welke invloed onze dagelijkse handelingen hebben op het ongeboren kind. Zou het iets merken van uw heftige emoties tijdens die ruzie? Of van dat muziekje dat u telkens draait, de smaak van uw eten, die drie wijntjes die u zomaar dronk?

Volgens oude volkswijsheden heeft alles wat een zwangere vrouw voelt of denkt, effect op het kind in haar buik. Is ze vaak boos tijdens de negen maanden, dan brengt ze een boos kind ter wereld; is ze verdrietig, dan krijgt ze een huilbaby. Bij de Siriono, een Zuid-Amerikaanse stam, is het zwangere vrouwen zelfs verboden om vlees van bepaalde dieren en vogels te eten: ze zijn bang dat de eigenschappen van die dieren worden overgedragen op het kind.

Allemaal bijgeloof, gelukkig. En toch zit er een kern van waarheid in. Want uit recente studies blijkt dat voeding, voedingsstoffen en zelfs stress van de moeder echt een subtiele, maar blijvende invloed kunnen uitoefenen op het kind in de buik.

Welke invloed heeft roken en drinken?

Hoewel de placenta veel stoffen tegenhoudt, kunnen alcohol en nicotine vrij passeren. Zelf voelen we weinig van één biertje

of sigaretje, dus lijkt het alsof het geen kwaad kan. Maar een ongeboren kind is veel kleiner, en krijgt in verhouding dus veel meer binnen van één drankje of sigaret. Bovendien zijn de hersenen volop in ontwikkeling, en alcohol en nicotine kunnen die in de war brengen. Psycholoog Anja Huizink van het Erasmus Medisch Centrum: ‘Bij roken en drinken geldt: hoe meer je het doet, hoe schadelijker het is voor het ongeboren kind. Grote hoeveelheden hebben ernstige gevolgen, maar kleine hoeveelheden kunnen ook al subtiele effecten geven.’

Wat alcohol doet, is het duidelijkst te zien aan kinderen van alcoholische moeders, die lijden aan het foetaal alcoholsyndroom (FAS). Zij worden geboren met minder ontwikkelde hersenen, een lagere intelligentie, een typisch gezicht en soms zelfs verstandelijke beperkingen. Recente studies hebben gekeken naar minder grote hoeveelheden alcohol. Kinderen van wie de moeder drie drankjes per dag heeft gedronken tijdens de zwangerschap, zijn vaker hyperactief en impulsief en hebben meer gedragsproblemen. Zelfs bij één drankje per week of één uitspatting (vijf drankjes op een dag) aan het begin van de zwangerschap zijn duidelijke effecten gevonden, zoals meer agressief gedrag.

Nicotine belemmert vooral de werking van de placenta, waardoor de bloedstroom in de baarmoeder vermindert. Het kindje in de buik krijgt daardoor minder voedingsstoffen en minder zuurstof aangevoerd via het bloed. Ook andere giftige stoffen in sigarettenrook, zoals koolmonoxide en teer, hebben invloed op de ontwikkeling van het brein van de foetus. Kinderen van wie de moeder tijdens de zwangerschap rookt, vertonen over het algemeen vaker kenmerken van ADHD, en presteren gemiddeld slechter op mentale taken.

Nu zou het in theorie zo kunnen zijn dat moeders die blijven roken en drinken tijdens de zwangerschap, misschien van nature wat minder slim en sociaal zijn, en dus ook minder slimme en sociale kinderen krijgen. Maar ook hier geven experimenten met dieren soortgelijke resultaten. Het ligt dus niet aan genetische factoren.

Welke invloed heeft stress?

Onderzoek naar de invloed van emoties tijdens de zwangerschap heeft zich vooral gericht op negatieve emoties, zoals angst en stress. Psychologen hebben bijvoorbeeld gekeken of kinderen die in de buik zaten tijdens een ramp of oorlog, na de geboorte anders waren dan andere kinderen. Israëlische vrouwen die zwanger waren tijdens de Zesdaagse Oorlog, bleken inderdaad meer kans te hebben op kinderen die iets meer huilden, sneller geïrriteerd waren en meer hyperactief gedrag lieten zien. Andere onderzoeken kwamen tot soortgelijke conclusies, en vonden bovendien dat kinderen van gestreste moeders na de geboorte soms wat achterliepen in de ontwikkeling en meer kans hadden op stressgevoeligheid en probleemgedrag.

Psycholoog Anja Huizink, die bij het Erasmus Medisch Centrum onderzoek doet naar prenatale risicofactoren: ‘Een mogelijke oorzaak is het stresshormoon cortisol, dat gedeeltelijk door de placenta wordt doorgelaten en in het bloed van de baby terechtkomt. Het ontwikkelende brein van de foetus kan hierdoor extra gevoelig worden voor het hormoon, en dus ook voor stress. Kinderen van gestreste moeders geven bijvoorbeeld vaker een heftige reactie op de hielprik.’

Nu kun je ook redeneren dat angstigheid en gevoeligheid voor stress in de genen zitten, en dat het dus logisch is dat gestreste moeders vaker stressgevoelige kinderen op de wereld brengen. ‘Maar,’ zegt Huizink, ‘dierstudies geven vergelijkbare resultaten, en bij doorgefokte dieren kun je beter controleren op de genetische aanleg voor stress.’

Is er dus reden om u nog meer zorgen te maken als u een stressvolle periode heeft gehad tijdens de zwangerschap? Nee, vindt Huizink: ‘De gevonden effecten zijn meestal subtiel, en lang niet alle kinderen laten ze zien.’

Welke invloed heeft voeding?

Om zich goed te ontwikkelen, is een foetus volledig afhankelijk van de voedingsstoffen die hij viade moeder krijgt. Een zwangere vrouw heeft dagelijks tussen de 2000 en de 2800 calorieën nodig, in een evenwichtig dieet met alle belangrijke vitamines en mineralen.

Het gunstige effect van goede voeding tijdens de zwangerschap lijkt vanzelfsprekend. Toch is de invloed van slechte voeding moeilijk te meten: je kunt zwangere vrouwen niet bij wijze van experiment te weinig te eten geven. Ontwikkelingspsychologen hebben daarom achteraf gekeken naar het effect van korte periodes van acute hongersnood, zoals de hongerwinter in ’44-’45. Een extreem voedseltekort blijkt vooral risicovol in de eerste drie maanden van de zwangerschap. In die periode zijn de gevolgen onder meer miskramen en geboorteafwijkingen. Voedseltekort in de laatste drie maanden van de zwangerschap heeft minder zware consequenties en vertraagt vooral de groei van de foetus.

Ook een minder ernstig tekort aan voedingsstoffen kan effect hebben op de prenatale ontwikkeling. Toen de Amerikaanse overheid bijvoorbeeld een voedselprogramma instelde voor moeders met een laag inkomen, vond men achteraf verschillen in het IQ van de kinderen, afhankelijk van het tijdstip waarop de moeder met het programma was begonnen. Had ze in de laatste maanden van de zwangerschap al extra voedsel ontvangen, dan presteerde haar kind op zesjarige leeftijd beter op intelligentietests dan wanneer ze pas na de geboorte begon met het programma.

Welke invloed hebben geluid, smaak en geur?

Geluiden uit de buitenwereld kunnen direct doordringen tot het kind in de baarmoeder. Maar pas omstreeks het derde trimester van de zwangerschap kan het kind ze ook horen: dan zijn de oren genoeg ontwikkeld om te functioneren. Toch is het de vraag hoeveel een kindje écht opvangt in de baarmoeder. Want het vruchtwater vervormt de klanken, het lichaam van de moeder werkt isolerend, en haar lichaamsgeluiden overstemmen bovendien het geluid van buiten. Waarschijnlijk hoort een foetus dus vooral zijn moeders stem en het kloppen van haar hart.

Van deze geluiden kan het zich zelfs het een en ander herinneren na de geboorte. Pasgeboren baby’s blijken harder te gaan sabbelen op een speen als ze hun moeders stem horen. De stem van hun vader herkennen ze daarentegen niet. In een ander onderzoek lazen moeders telkens hetzelfde ritmische verhaaltje voor in de laatste weken voor de geboorte. De baby sabbelde na de geboorte heftiger op zijn speen bij dat ene verhaaltje, zelfs als een andere vrouw het voorlas. Op deze manier is ook aangetoond dat pasgeborenen hun moedertaal al kunnen onderscheiden van een buitenlandse taal.

Ook van geuren en smaken krijgen kinderen al iets mee in de baarmoeder. Kinderen die na de geboorte door omstandigheden een aantal weken gescheiden waren van hun moeder, reageren bijvoorbeeld sterker op haar eigen melk. En wat een moeder eet tijdens de zwangerschap, heeft zelfs invloed op de smaakvoorkeur van het kind na de geboorte. Kinderen bleken in een recente studie veel meer van een wortelprutje te eten als hun moeder elke dag wortelsap had gedronken tijdens de zwangerschap. Geur- en smaakstoffen komen namelijk ook in het vruchtwater terecht, en vanaf vijf maanden kan het kindje die waarnemen, verklaren de onderzoekers.[/wpgpremiumcontent]