Een andere verklaring is dat we echt anders gaan denken en voelen over doden, doordat ze geen kwaad meer kunnen. Dit heeft te maken met twee algemene beoordelingsdimensies die we gebruiken bij het waarnemen van anderen, The Big Two* genoemd. De eerste heet ‘liking’ en gaat over hoe aardig, warm en eerlijk mensen zijn, of ze goede bedoelingen hebben en of je graag in hun gezelschap wilt zijn. De tweede dimensie verwijst naar wat mensen kúnnen en wordt ‘power’ genoemd: hun kwaliteiten en vermogens, kracht en dominantie.

Coachfinder

Vind een betrouwbare coach via Coachfinder

Coaching is een belangrijke stap in zelfontwikkeling. Maar de juiste coach vinden blijkt nog niet zo eenvoudig. Coachfinder helpt je in je zoektocht naar een coach die bij je past.

Vind je ideale coach

In het algemeen zorgt een hoge score op power ervoor dat iemands liking meer impact heeft, ten goede of ten kwade**: iemand die aardig en warm is en ook nog sterk en bekwaam, zien we als extra aardig vergeleken met een lief doetje dat niks kan en niks durft. En iemand die koud en vijandig is en ook nog sterk en bekwaam, zien we als nóg onaardiger en immoreler dan een koude loser die weliswaar lelijke bedoelingen heeft maar geen enkel talent om iets voor elkaar te krijgen.

Een wezenlijk kenmerk van dood is dat iemands power dramatisch zakt – tot nul, in feite. Dood kun je niks meer uitrichten. Dus als mensen tijdens hun leven soms onaangenaam waren – te dominant, agressief, brutaal, grof – worden de implicaties daarvan drastisch verminderd à la minute dat ze sterven. Dan kunnen ze geen kwaad meer. Dán kunnen we opeens mild en met compassie kijken naar hun zwak¬heden en hun worsteling met de wereld.

Dat kan een rare discrepantie geven tussen hoe we over mensen praten tijdens hun leven – bijvoorbeeld roddelend, als ze er niet bij zijn – en na hun dood – als ze er ook niet bij zijn. Tja, moeten we dan na hun dood onze kritische of smalende woorden maar gewoon blijven uiten, om in stijl te blijven? Nee, ik heb een beter idee.

We nemen een voorschotje op de dood en de positieve kanten daarvan. Laten we bij alle mensen om ons heen ons voorstellen dat ze er op zeker moment niet meer zijn; met ze omgaan alsof ze nog maar een paar maanden te leven hebben. Dat haalt de scherpe kantjes van hun onhebbelijkheden af. Net zoals wanneer je je voorstelt dat je zelf nog maar kort te leven hebt, maakt het dat je beter ziet waar het echt om gaat, je aandacht richt op de dingen die ertoe doen. Op die manier kunnen we met mildheid naar anderen kijken, onze liefde tonen, lovend en waarderend over ze spreken, stilstaan bij wat ze voor ons betekenen. Eeuwig zonde daarmee te wachten tot ze dood zijn.

Bronnen:
* T. Fiske, A. Cuddy, P. Glick, Universal dimensions of social cognition: Warmth, then competence, Trends in Cognitive Sciences, 2007
** R. Vonk, Negativity and potency effects in impression formation, European Journal of Social Psychology, 1996