‘We waren met z’n drietjes thuis: Abel, Gert-Jan en ik. Abel is elf jaar ouder dan ik, Gert-Jan drie jaar. Ik wist dat Abel ouder was dan het aantal jaren dat mijn ouders getrouwd waren, maar daar had ik nooit iets achter gezocht.

Familiegeheimen

Bijna elke familie heeft wel, zoals de Engelsen het uitdrukken, een 'skelet in de kast': een of meer...

Lees verder

Ik zat op de lagere school en Abel was al het huis uit, toen een buurvrouw opeens tegen me zei: “Weet je dat Abel eigenlijk jouw halfbroer is?” Geen idee waarom ze dat deed. Ik ben natuurlijk naar mijn moeder gestapt. Ze was woedend op de buurvrouw. “Dat pokkenwijf.”

Ze was 21 toen ze zwanger raakte van de jongen met wie ze verkering had, vertelde ze. Een schande in die tijd. Bovendien wilde die jongen niet met haar trouwen. Ze moest uit huis en ging naar een tehuis voor ongehuwde moeders.

Daar is Abel geboren en hij heeft daar ook gewoond. Na zijn geboorte moest mijn moeder weer aan het werk, geld verdienen, ook voor Abel. Doordeweeks woonde ze bij haar ouders in het dorp, waar haar werk was – dat mocht weer, de dikke buik was weg – en in het weekend was ze bij Abel.

Ik weet niet of hij echt verzwegen werd voor de buitenwereld, maar de eerste jaren kwam hij niet bij zijn opa en oma thuis. Toch wisten mensen in het dorp er wel van. Mijn moeder heeft me verteld dat ze in de bus zat en twee dames achter haar fluisterden: “Kijk, dat is die met dat voorkind.”

Mijn vader heeft altijd geweten van Abel, hij was een vriend van mijn moeders verkering. Vanaf het moment dat hij een relatie kreeg met mijn moeder ging hij elk weekend mee naar het tehuis. Op de brommer, mijn moeder achterop. Voor hem werd Abel zijn zoon, hij heeft hem later ook erkend. Toen Abel 7 was, gingen ze bij elkaar wonen en werden ze een gezin.

Abel wist dat hij in een tehuis heeft gezeten en heeft daar ook herinneringen aan. Of hij voordat de buurvrouw erover begon ook wist dat mijn vader niet zijn vader was, durf ik niet te zeggen. Gek eigenlijk, dat heb ik hem dus nooit gevraagd.

We hebben altijd een speciale band gehad. Ik was er kind aan huis en hij nam me mee naar de dierentuin, de bioscoop. Met hem beleefde ik dingen, meer dan met mijn ouders, die altijd aan het werk waren. “Mijn allerliefste zusje,” zei hij altijd. Een grapje, want hij had er maar een.

Later ging hij in het buitenland werken en schreven we elkaar brieven. Ik deelde alles over mijn leven. In die tijd is volgens mij bij Abel de behoefte gerezen te weten wie zijn vader is. Hij woonde in een compound met mensen van Shell en andere internationale bedrijven.

Mijn ouders zijn arbeiders, hij verkeerde in andere kringen en voelde zich daar thuis. We zeiden in die periode weleens tegen hem: “Vergeet niet waar je vandaan komt!” Waarschijnlijk ging hij zich ook meer afvragen over zijn afkomst doordat hij zelf kinderen kreeg.

Training

Leer loslaten

  • Leer accepteren i.p.v. vechten
  • Leer de controle los te laten
  • Leer te leven volgens je waarden
Bekijk de training
Nu maar
€ 75,-

Ma noemde uiteindelijk de naam van haar verkering. Abel zocht de man op en die wilde meewerken aan een DNA-test. Daaruit bleek dat hij niet de vader was. Toen is het misgegaan. Mijn moeder vertrouwde de uitslag niet omdat er niemand bij was toen de man zijn bloed inleverde. Volgens Abel loog ze.

Gek genoeg kwam ze vervolgens met een andere naam op de proppen. Ook op die man is Abel afgestapt. Bizar, de gezinnen die bij zo’n zoektocht overhoop worden gehaald. Dat was een lieve man. Hij heeft het thuis meteen verteld en kwam al kennismaken met Gert-Jan en mij. Het gekke was, ik vond Abel zo op hem lijken. Maar ook hij bleek niet de vader.

Toen dachten we natuurlijk: oké mam, wat heb je allemaal uitgevreten? Ik zei tegen haar: “Als je in die tijd met meerdere mannen sliep, dan begrijpen we dat je niet meer weet van wie Abel is, maar zeg het dan.”

Een andere mogelijkheid is dat er iets vervelends is gebeurd. Iets wat ze zo heeft verdrongen dat ze in haar eigen nieuwe waarheid is gaan geloven. Zelfs dat heb ik haar gevraagd. “Is er iets gebeurd binnen de familie? Ben je verkracht?” Allemaal niet aan de orde, zegt ze. “Die eerste verkering is de vader.”

Eigenlijk zou die DNA-test over moeten worden gedaan, maar dat is voor Abel geen optie. Hij wil de waarheid van mijn moeder horen.

Vanaf dat moment was er altijd ruzie, want Abel bleef het bij haar proberen. Gert-Jan en ik begrepen hem wel. Ik ben ook een periode boos geweest, schreeuwde tegen haar: “Het is toch normaal dat je wilt weten wie je vader is! Wie houd je de hand boven het hoofd?”

We lieten haar ook de andere kant zien. Dan zeiden we: je hebt ervoor gekozen om hem niet af te staan en kijk wat er van hem geworden is. Kom hem tegemoet, anders verlies je hem nog.

De laatste keer dat we allemaal bij elkaar waren was met kerst 1996, alweer twintig jaar geleden. Daarna verbrak Abel het contact. Hij verweet ons: jullie kiezen te veel voor ma. Wij zeiden: nee, we kiezen niet, we willen omgaan met jullie allebei. Maar hij verwachtte meer loyaliteit van ons.

In 2009 heb ik nog een keer contact met hem opgenomen. Ik was in rouwtherapie om mijn vader en werd overspoeld door verdriet om het verlies van mijn broer. Hij stemde in met een gesprek. Ik heb gezegd dat ik hem begrijp en dat ik zeker weet dat ma veel van hem houdt.

Hij legde me uit dat hij afstand houdt omdat hij zichzelf en zijn gezin de onrust van ruzies wil besparen. Ieder contact is zo beladen. En hij zei wat hij al vaker heeft gezegd: dat hij openstaat voor contact als ma naar hem toe komt. Toen hij me naar huis bracht, vroeg ik: zullen we elkaar blijven zien of laten we het hierbij? Hij zei: het is goed zo.

Ik heb er vrede mee, het is voor iedereen nu het beste. Anders blijven de emoties komen, ook bij mij. Maar ik mis hem vreselijk. Ik ben er wel trots op dat we het hebben uitgepraat. En als ik hem zou bellen omdat ik hem nodig heb, dan staat hij op de stoep.

Tussen mij en mijn moeder laait de discussie soms nog op. Ik blijf het moeilijk te begrijpen vinden: wat kan er zo belangrijk zijn dat het gaat boven contact met je eigen zoon?

Wat me pijn doet is dat eigenlijk iedereen onrecht is aangedaan. Mijn broer omdat hij niet weet wie zijn vader is. Maar ook mijn moeder, want ze heeft toch voor hem gekozen destijds, en nu is ze hem kwijt.

Als je diep in haar hart kijkt, had ze het zo graag anders gewild. Ze heeft het vaak over hem. En al zegt ze dat hij haar gestolen kan worden, ik denk dat ze stiekem het meest van hem houdt.’

De namen in dit artikel zijn gefingeerd.

Heeft je eigen familie een geheim en wil je erover vertellen? Mail ons: redactie@psychologiemagazine.nl o.v.v. ‘familiegeheim’