Op een schaal van 1 tot 10, hoe gelukkig was uw jeugd? ‘Een 8 of een 9. Het was prettig en stabiel thuis en ik heb geen nare dingen meegemaakt. Tot mijn tiende leidde ik een prinsessenleven: mijn ouders gaven les aan Nederlandse militairen op een Navo-basis in Duitsland en daar woonden we in een groot landhuis met een enorme tuin. Als ik uit school kwam, klom ik over het hek en zat ik op een van onze paarden.’

Uit wat voor gezin kom je? ‘Uit een nuchter, hardwerkend middenklassengezin. Ik had twee oudere broers en een oudere zus. Mijn jongste broer was ruim drie jaar ouder dan ik. Ik zeg “was”, want die broer is bijna twee jaar geleden overleden aan darmkanker. Als kind had ik altijd het meeste contact met hem. Later zagen en spraken we elkaar niet zo vaak meer. We zijn sowieso niet zo’n familie die de deur platloopt bij elkaar. Maar we zijn er wel als het nodig is. Dat bleek ook toen hij ziek was. Die sterke band die ik met hem had, kwam weer helemaal terug.’

Wat voor kind was je? ‘Een verlegen meisje. Ik had wel veel vriendjes en vriendinnetjes, maar in de klas had

ik nooit het hoogste woord. Sterker nog: als ik in de klas de beurt kreeg, ging ik door de grond. Toneel vond ik verschrikkelijk. Ik was dolblij als ik een boom mocht spelen.’

Hoe was je op de middelbare school? ‘Daar sloeg mijn verlegenheid door naar teruggetrokkenheid. Ik zat achter in de klas en zei niet veel. Ik las boekjes over honger in de derde wereld. En zat te denken over hoe dat opgelost kon worden. Thuis was ik wel opstandig, ik kon vreselijk ruziemaken met mijn ouders. Maar op school deed ik niks met die opstandigheid. Ja, één keer. Toen moesten we bij de directeur komen. Met een stalen gezicht reageerde ik: “Is het anders een idee dat jij je leerkrachten gewoon wat beter onder controle houdt, zodat ze voortaan een beetje fatsoenlijk lesgeven?” Die man werd witheet. Dat was de eerste keer in mijn leven dat ik ergens voor opstond.’

Je eerste kus, kun je je die nog herinneren? ‘Niet de eerste. Wel een bepaalde. Toen ik een jaar of 14 was, was het echt goed raak. Alleen zag diegene míj totaal niet zitten. Ik vond het een ramp! Ik was redelijk geliefd, kon in feite bijna iedereen krijgen, waarom wilde nou net déze mij niet? Tot ik dacht “bekijk het maar”, en er enorm op los ben gaan leven. Daardoor herinner ik me die eerste kus ook niet meer. Het waren er zo veel… Behalve die ene op mijn 17de dan. Met hém. Want opeens zag hij me toch zitten en kuste hij mij. Achter bij ons tuinhek, ik weet het nog precies. En dat is nooit meer overgegaan. Ik ben nog steeds met hem getrouwd.’

Wat heb je geleerd van je ouders? ‘Dat niks vanzelf gaat en je je nooit moet verbeelden dat je beter bent dan een ander.’

En wat doe je absoluut anders? ‘Ik vrees niet dat ik zoveel anders doe. Mijn dochters van 15 en 17 gaan ook veel hun eigen gang, zijn nuchter en niet zo lijfelijk. Soms mis ik dat wel bij mezelf, hoor. Pas toen mijn broer op sterven lag, heb ik weer geleerd te knuffelen. Dat is gewoon niet zo heel erg vanzelfsprekend bij mij.’

– Geboren: 20 januari 1967 in Hessisch-Oldendorf (Duitsland)

– Gezinssamenstelling: jongste uit een gezin van vier kinderen (twee oudere broers en een zus)

– Middelbare school: Stedelijk Lyceum, Zutphen[/wpgpremiumcontent]