De schichtige blikken en bibberende handjes vallen het eerst op. Maar rekenangst kun je ook in het brein zien. Dat zegt de Amerikaanse onderzoeker Vinod Menon nadat hij kinderen tussen 7 en 9 jaar die normaal kunnen rekenen in een fMRI-scanner onderzocht.

Het grote breinboek

Bestel nu het grote breinboek in onze webshop!

U ontdekte dat het brein van de rekenangstigen onder hen anders functioneert. In welk opzicht?

Vinod Menon: ‘Wanneer ze onder tijdsdruk rekenopgaven moeten maken, reageert hun amygdala – het angstcentrum – veel sterker. Dat geeft de fysieke verklaring voor hun paniekerige gevoelens.’

Lijden hun prestaties daar ook onder?

‘Ja. En dat terwijl ze dus hetzelfde niveau hadden; zonder tijdsdruk vertoonden ze geen angstreactie en presteerden ze wél normaal. Wat er gebeurt, is dat die angstreactie het functioneren onderdrukt van andere hersengebieden, waar onder meer ons werkgeheugen, onze aandacht en ons vermogen tot numeriek redeneren zitten.’

Hoe komen kinderen aan rekenangst?

‘Dat varieert. De een krijgt het al na één keer voor de klas te hebben gestaan en niet uit een som te zijn gekomen. Bij de ander ontstaat het langzamer, via een opeenstapeling van negatieve ervaringen met rekenen.’

En hoe help je ze eraf?

‘Door ze een maand lang speciale, intensieve begeleiding te geven. Dat geeft

gewenning; de angst ebt dan weg en ze gaan ook onder tijdsdruk weer op hun werkelijke niveau presteren.’

The Neurodevelopmental Basis of Math Anxiety, Psychological Science, nog te verschijnen