Die lijkt me niet zo,’ stuurt ze terug. ‘O, welke lijkt jou leuk?’ Een minuut later appt ze: ‘We moeten naar Playing for keeps, daar speelt die knappe ­Gerard Butler in!’

Training

Vergroot je zelfvertrouwen

  • Bewezen effectief
  • Technieken uit de cognitieve gedragstherapie
  • Inclusief dagboek-app
bekijk de training
Nu maar
€ 67,50

Op internet krijgt Playing for keeps geen goede ­recensies. Maar als ik dat tegen haar zeg, voel ik me zo’n betweter.

‘Is goed, ik ga meteen reserveren,’ antwoord ik. Twee uur later zit ik in de bioscoop met allemaal kwijlende vrouwen te kijken naar een film die ik helemaal niet interessant vind.

‘Zoiets overkomt me te vaak. Dit was maar een voorbeeld; het had net zo goed een situatie op mijn werk ­kunnen zijn, of een projectgroepvergadering op school,’ vertel ik aan ­Robert Haringsma. Hij is promovendus aan de VU Amsterdam op het gebied van zelfvertrouwen, ­sociale vaardigheden, productiviteit en positief denken. Ook is hij oprichter van het Instituut voor Positieve Psychologie, waar hij werkt als trainer en coach.

‘Waarom heb je eigenlijk gekozen voor de film die je vriendin wilde zien?’ vraagt Robert. ‘Omdat ik dan zeker wist dat zij het leuk zou hebben en omdat ik graag de goede keuze wilde maken.’ ‘En wanneer denk jij dan,’ vervolgt hij, ‘dat een bepaalde keuze de goede is?’

‘Als anderen het goed vinden,’ antwoord ik. Ik kan mijn lach niet onderdrukken, want terwijl ik het zeg begint het kwartje te vallen. ‘Precies. Jij bent vooral bezig met wat anderen vinden. In plaats van dat je bij jezelf binnenkijkt en je afvraagt: wat vind en wil ík? Daarom vind je het ook moeilijk als werknemer aan te geven dat je het niet helemaal eens bent met je baas. Of om ideeën in te brengen tijdens een inspiratievergadering.’ Ik knik. Ik denk namelijk altijd: een ander zal het wel beter weten, of een leuker idee bedenken.

Haringsma pakt een flip-over en tekent met stift een schema. Hij vertelt: ‘Zelfvertrouwen bestaat uit twee onderdelen: vaardigheid en eigenwaarde. Je eigenwaarde wordt vaak ­beïnvloed door je vaardigheden. Maar je moet ze eigenlijk loskoppelen. Presteren staat los van wie je bent.’ Hij legt uit dat sommige mensen bijvoorbeeld alles geven op hun werk, of willen uitblinken in een sport, omdat ze zich dan pas goed voelen over zichzelf. Deze prestatiedrang zorgt ervoor dat hun eigenwaarde met hevige ups en downs gaat. Je hebt ook mensen die zo bang zijn om te falen, dat ze zich liever terugtrekken. Ik pas wel een beetje in die laatste categorie. Om dat af te leren moet ik in het echte leven oefenen met zeggen wat ik wil en wat ik vind.

Twee dagen later stel ik mezelf op de proef en stuur mijn date een berichtje: ‘Als je zin hebt kun je vanavond een rood wijntje bij me komen drinken. En aangezien we al twee actiefilms gezien hebben, kijken we dit keer naar een romantische.’ Ik doe er een verleidelijk kijkende emoticon bij. Na het verzenden wacht ik in spanning af hoe hij gaat reageren op dit – voor mijn doen – assertieve berichtje.

‘Klinkt heel gezellig. Maar dan ga ik nu wel eerst een paar push-ups doen en een kratje bier leegdrinken om het ­romantische wijn- en filmavondje te compenseren!’ stuurt hij terug met een knipoog. Ik moet hardop lachen om zijn humoristische reactie. Stiekem voel ik me ook opgelucht. Waarschijnlijk heeft hij niet eens door dat ik nu assertief probeerde te zijn. We gaan vanavond iets doen wat ik heb voorgesteld; mijn eerste huiswerkopdracht is geslaagd.