Hij heeft niet de makkelijkste maanden achter de rug. Een enerverend jaar voor Boris Dittrich werd afgesloten met een persoonlijk drama in de fractie. De achttienjarige dochter van kamerlid Francine Giskes werd dodelijk slachtoffer van een misdrijf. ‘Dat nieuws is bij ons allen heftig aangekomen. Er zitten 24 rechercheurs op de zaak, ik mag er daarom niets over zeggen. En wil dat ook niet, om de privacy van de familie te respecteren. Maar je begrijpt dat het pijn doet om die lege stoel in de fractie te zien, om te weten wat een groot verdriet een naaste collega en vriendin moet doormaken.’

De regen valt deze zaterdagmiddag met bakken uit de hemel, in huize Dittrich ligt de reisgids van Tunesië als een zonnige belofte op het bijzettafeltje. ‘Het liefst zoek ik ’s winters de zon op om nieuwe energie op te doen. Maar nu ik fractievoorzitter ben, is dat door een drukke agenda lastig. En als leider van de fractie kan ik het me niet veroorloven me neer te laten trekken door het winterse weer.’

Precies een jaar geleden werd Dittrich gekozen tot fractievoorzitter van D66. De nieuwe stap in zijn carrière kende een sensationeel

begin. Binnen vier maanden loodste hij zijn partij de regering in. Ook voor Dittrich zelf was dat een verrassing. ‘Ik heb altijd gezegd dat het niet zou gebeuren. Met de vvd en cda in één kabinet, dat zou een hartstikke rechtse club worden. Daarom zag ik het helemaal niet zitten.’ Ook emotioneel voelde het niet goed, zegt de fractievoorzitter. Maar toen de onderhandelingen tussen Wouter Bos en Jan Peter Balkenende stukliepen, moest hij wel aanschuiven voor een oriënterend gesprek. ‘Ik kon dan in ieder geval zeggen dat we het hadden geprobeerd. Om er snel vanaf te zijn legde ik meteen de eis van het gekozen burgemeesterschap op tafel. Ik wist haast zeker dat dit voor de vvd en het cda onbespreekbaar was. Tot mijn verbazing zei Balkenende: “Dat moesten we dan maar eens doen.—’

Na twee weken onderhandelen was Dittrich ervan overtuigd dat hij er voor zijn partij meer had uitgesleept dan hij in twintig jaar in de kamer voor elkaar zou hebben gekregen. ‘Die wetenschap gaf de doorslag.’

Op het Binnenhof kijken ze niet op van zijn carrièrevlucht. Vriend en vijand zijn het erover eens dat Dittrich een groot politiek talent is. Als zoon van een Tsjechische vluchteling kreeg hij de democratische grondbeginselen met de paplepel ingegoten. ‘Als het vroeger verkiezingsavond was, mochten mijn zus en ik extra lang opblijven. Dan zaten we met de haren nog nat van het douchen in onze pyjama voor de tv, en hielden we op een blocnote de uitslagen bij.’

Boris Boef

De gedwongen vlucht van zijn vader uit het communistische Tsjechoslowakije in 1948 heeft Dittrichs opvoeding bepaald. Al op de kleuterschool ontdekte hij dat hij anders was. ‘Mijn vader sprak thuis een soort Tsjechisch-Nederlandse mengelmoes. Op school gebruikte ik daardoor weleens woorden die niemand begreep. Ik had dat zelf niet door en snapte dan ook niet waarom er werd gelachen.’

Ook zijn naam viel op, want hij was de enige Boris van de hele school en werd al snel omgedoopt tot Boris Boef, een naam die de kinderen wel kenden van de Donald Duck. En dan was er nog de politieke voorkeur van de familie Dittrich die op de katholieke lagere school moeilijk lag. ‘Mijn zus had op het schoolplein verklapt dat wij thuis psp stemden. Ik werd vervolgens door de meester voor de klas gehaald om die keuze uit te leggen. Het voelde net alsof ik iets had gedaan wat absoluut niet mocht.’

De politiek stond ook thuis dagelijks op het menu. ‘Bij ons aan tafel hadden we het vaak over de familie in Tsjechoslowakije, en dat het zo onrechtvaardig was dat we die niet konden ontmoeten. Dat gevoel van onmacht heeft grote indruk op me gemaakt. Als kind had ik al door dat er mensen zijn die het voor het zeggen hebben en daardoor het leven van anderen totaal in de war kunnen schoppen. Daar komt mijn betrokkenheid bij de underdog vandaan.’

Zijn ouders mochten dan links georiënteerd zijn, van een flowerpower-opvoeding was geen sprake. Zijn vader hanteerde een streng regime dat ertoe moest leiden dat zijn kinderen het in Nederland gingen maken. ‘Dat was een dwingende eis. De norm bij ons thuis was: je moet de beste zijn.’

Tot zijn veertiende hield Dittrich zich gedwee aan de regels, maar in de puberteit haakte hij af: hij weigerde te leren en bleef in de vierde klas van het gymnasium zitten. Tot overmaat van ramp gebeurde hetzelfde met zijn zus, die een klas hoger zat. ‘Dat gaf me een drama thuis. Ik herinner me nog dat de gordijnen letterlijk dichtgingen. De familie was te schande gezet. Het belangrijkste probleem voor mijn vader was hoe hij dit moest verkopen aan de familie in Tsjechië. Ik zeg het nu lachend, maar het was bloed, zweet en tranen.’

Advocaat of kunstenaar?

Dittrich verhuisde naar het Montessori Lyceum en stuitte daar op een leraar Grieks die de juiste snaar bij hem raakte. Het boze jongetje werd weer een ijverige leerling en de familie in Tsjechië kreeg goed nieuws: Dittrich ging rechten studeren en werd advocaat.

De definitieve afrekening met zijn jeugd kwam toen hij zijn ouders op zijn 24ste van zijn coming out op de hoogte bracht. ‘Ik had jaren met een vrouw samengewoond, mijn ouders gingen ervan uit dat ik zou gaan trouwen en kindjes zou krijgen. Maar op een gegeven moment voelde ik dat ik voor mijn homokant moest kiezen. Ik wist dat het bij mijn ouders hard zou aankomen. Maar als je een goede relatie wilt hebben, moet je zoiets wezenlijks delen. Ik had iets van een hulpverlener over me toen ik ze het nieuws vertelde. Ik zag mijn ouders instorten waar ik bij was. Maar in plaats van kwaad te worden of gekwetst, dacht ik: ik moet hen helpen, zonder de bittere pil te verzachten. Dus ik heb hen zo duidelijk mogelijk uitgelegd hoe ik tot mijn keuze was gekomen. Uiteindelijk ben ik die avond door mijn vader het huis uitgestuurd. “Je moeder en ik willen dit nieuws samen verwerken—, zei hij. Twee dagen later belden ze met de vraag of ze weer met me mochten praten. Ze hadden mijn keuze aanvaard.’

Voor Dittrich was het een bevrijding. ‘Een nieuw leven lonkte, ik werd verliefd op de man met wie ik nu alweer twintig jaar samenleef. Er kwam een soort oerkracht in me vrij.’

Met deze bevrijding werd een nieuwe passie in hem wakker: hij zou kunstenaar worden. In zijn vrije tijd had hij een groot aantal figuratieve schilderijen gemaakt, die hij besloot voor te leggen aan de toelatingscommissie van de Rijksacademie. ‘De advocatuur en de kunst spraken me allebei aan, het lukte me niet om beide disciplines te combineren. Als ik op de Rijksacademie was aangenomen, was ik zeker gestopt met de advocatuur. Maar ik werd afgewezen.’

Nadien heeft hij nooit meer een kwast aangeraakt. De kunstwerken die in de etage in Amsterdam-Zuid de wand sieren, zijn alle van de hand van zijn vriend, die kunstenaar is van beroep. ‘Al mijn schilderijen staan in de kelder. Zelfkwelling? Nee hoor, zo zit ik in elkaar. Ik doe iets goed of ik doe het niet. Ik kan er geen genoegen mee nemen een zondagsschilder te zijn en dat was precies hoe die toelatingscommissie mij kwalificeerde.’

Een dagdromer

Als hij in de keuken voor zijn gast een tweede cappuccino door het stoomapparaat laat lopen, zegt hij dat hij soms nu al verlangt naar zijn pensioen: ‘Dan is het gelegitimeerd om lekker dvd’s te kijken op de bank.’ Om diezelfde reden koestert Boris Dittrich zijn vakanties. Hij gaat bij voorkeur naar verre oorden waar hij niet wordt herkend. ‘Het is een ontsnapping aan de dagelijkse realiteit, het geeft me ruimte in mijn hoofd. En voor mij is het ook het moment dat ik me aan mijn luiheid mag overgeven, in de vakantie kan ik dat voor mezelf verantwoorden. Alhoewel: ik neem dan weer vier boeken mee en dan vind ik dat ik ze ook allevier moet uitlezen. Dat dan weer wel.’

Ondertussen is er ook een andere droom: schrijver zijn. ‘Ik ben bezig met een politieke thriller die bestaat uit drie delen. Deel een is af en het tweede deel staat in de steigers. Maar net toen ik aan het derde deel van het boek wilde beginnen, werd ik gevraagd voor het fractievoorzitterschap.’

Daarmee trad hij in het voetspoor van zijn ontdekker, Hans van Mierlo. Hij was het die Dittrich, die inmiddels was opgeklommen tot rechter, naar de kamer haalde. Hij wilde geen fractievoorzitter worden, maar de gedoodverfde kandidaat Lousewies van der Laan wilde niet, en andere geschikte kandidaten waren niet voorhanden. ‘Misschien is het wel een patroon’, zegt hij, ‘en zoek ik de ambitie onbewust op. Ik besef heel goed dat die moraal er vroeger bij mij is ingepompt. Het levert me veel op, maar ik besef wel dat het aangeleerd gedrag is. Eigenlijk ben ik een dagdromer die het liefst de hele dag uit het raam kijkt en mijmert over het leven. Maar ik ben bang voor die kant van mezelf. Als ik de teugels laat vieren, verval ik in ledigheid.’

Het fractievoorzitterschap doet een beroep op zijn minder ontwikkelde kwaliteiten. De individualist Dittrich moest een groep gaan aansturen, en dat betekent voor hem vooral een les in het betrachten van geduld. ‘Ik houd van opschieten, maar ik snap wel dat iedereen in zo’n vergadering zijn ei kwijt moet.’ De vergadertijd is inmiddels drastisch ingekort. ‘Ik heb namelijk een enorme hekel aan lang vergaderen. Dan is het wel weer prettig dat je de baas bent, want dan kun je het zelf regelen.’

Zijn arbeidsmoraal komt hem ook nu weer goed van pas. Met zes kamerleden moet D66 dezelfde dossiers behandelen als het cda, dat 44 zetels bezet. De vakantie naar Thailand vorig jaar werd zelfs gecombineerd met een bezoek aan de Nederlandse gevangenen aldaar. Hij bezocht onder andere Machiel Kuijt, de voormalige marktkoopman van de Albert Cuyp die levenslang heeft gekregen wegens drugssmokkel. Dittrich is overtuigd van zijn onschuld en wist de kwestie dit najaar hoog op de politieke agenda te zetten. Een bilateraal verdrag is in de maak, waardoor Kuijt waarschijnlijk in Nederland zijn straf mag uitzitten. ‘Vaak vragen mensen of je niet je idealen verliest als je eenmaal in de politiek zit, maar het tegendeel is waar. Het heeft wel degelijk zin.’ n

Emotionele intelligentie bestaat uit vijf kwaliteiten. Psychologie Magazine legde Boris Dittrich op elk gebied een aantal vragen voor. De uiteindelijke score wordt bepaald door een combinatie van zijn beschrijving van zichzelf en ons oordeel.

Zelfkennis

Boris Dittrich kent zichzelf goed. Hij weet van zichzelf dat hij een opgeruimd persoon is, die ‘gebalanceerd’ in het leven staat. Als hij al geïrriteerd is, houdt hij dat liever binnen. ‘Ik ben niet iemand van emotionele oprispingen, daarvoor ben ik te veel diplomaat.’ Hij weet ook van zichzelf dat hij braaf is: hij rookt en drinkt niet en loopt gedisciplineerd zijn rondjes in het Vondelpark. Door collega-politici wordt Dittrich steevast ijdel genoemd, maar zelf herkent hij zich niet in dat beeld. ‘Ik ben blij dat ik veel word geciteerd en geïnterviewd. Niet uit ijdelheid, maar omdat het mijn taak is bij maatschappelijke ontwikkelingen een mening te hebben als politicus en die te verwoorden.’

score 4

Zelfbeheersing

Dittrich kan zich goed beheersen en heeft weinig ruzie. Hij telt eerst tot tien als hij heftige emoties voelt opkomen. ‘Als je meteen van alles er uitflapt, kun je iemand enorm kwetsen. Ik denk eerst: waarom voel ik dit en hoe moet ik hier mee omgaan.’ De enige momenten waarop hij zich bijna niet kan inhouden, is als hij ziet dat mensen zich in het openbaar onfatsoenlijk gedragen. ‘Ik bemoei me daar alleen mee als het uit de hand loopt, of als ik zelf slecht word behandeld. Dan zeg ik op een scherpe manier dat ik daar niet van gediend ben.’

score 4

Empathie

Dittrich heeft als zoon van een vluchteling van huis uit meegekregen dat het belangrijk is om empathisch te zijn. Hij maakt zich als kamerlid hard voor het niet gedwongen op straat zetten van vluchteling-gezinnen. Tijdens de kabinetsformatie heeft hij voor een ruime pardonregeling voor illegalen gepleit tijdens de besprekingen over het regeerakkoord, en het doet hem pijn dat het maar ten dele is gelukt. ‘Daar lig ik weleens wakker van.’ Het overlijden van de dochter van fractiegenoot Francine Giskes heeft hem zwaar aangegrepen. ‘Tijdens haar crematie heb ik voor het eerst sinds jaren gehuild. Dat lucht wel op. Ik dacht: waarom doe ik dit niet vaker?’

score 4

Zelfmotivering

Dittrich is een man van de lange adem. Hij is vasthoudend en stelt zich voortdurend doelen voor de lange termijn. ‘Ik heb een keer een cursus Silva Mind Control gedaan. Daar leer je jezelf doelen te stellen. Dat spreekt me aan: ik wil weten waar ik naartoe werk. Ik weet nu al dat ik met de volgende verkiezingen wil meedoen. En dat ik geen minister wil worden, ha ha.’

score 4

Betrokkenheid

Dittrich is zeer betrokken, zowel bij maatschappelijke problemen als bij mensen in zijn directe omgeving. In zijn schaarse vrije tijd is hij bestuurslid van het Aidsfonds. Als student wilde hij al iets betekenen voor de maatschappij. Jarenlang werkte hij als vrijwilliger bij de telefonische hulpdienst, waar hij nachtenlang luisterde naar mensen die in psychische nood verkeerden. ‘Daar heb ik geleerd te luisteren, het is een soort tweede natuur geworden.’ Ook als zijn partner met problemen thuiskomt, is luisteren het eerste wat hij doet. ‘Maar daarna ga ik wel meedenken en probeer ik een oplossing te verzinnen.’

score 5[/wpgpremiumcontent]