Elke lente komen hier de kolibries terug van hun wintervakantie en vliegen recht naar de plek waar normaal de ‘honingflessen’ in onze tuin hangen. Met hun snelle vleugelslag staan ze zoemend stil in de lucht om het suikerwater op te zuigen.

Ook al hangt er niks, ze cirkelen rond dezelfde tak in de boom waar de fles ‘hoort’. Het is al een mirakel dat een vogel van een paar gram duizenden kilometers naar Mexico en Panama overbrugt, maar om dan naar dezelfde tuin in Georgia terug te keren is pas echt opmerkelijk.

Of neem onze kat, Leon, die we naar Amerika hadden meegenomen. In Nederland kwam soms een vriendin, Ankie, op bezoek met haar hond. Leon was zo bang voor de hond dat ze gedurende het hele bezoek verdween. Toen vele jaren later Ankie in Amerika op bezoek kwam en – zonder hond – bij ons naar binnen liep, zagen we Leon met wijde ogen naar haar staren alsof ze een spook zag. Ze rende naar boven en liet zich niet meer zien.

Ik ken ook het geval van een chimpansee, Socko, die nog precies wist wat we vroeger hadden gedaan. Toen Socko jong was, deden we een proef waarbij een appel werd verstopt in een grote tractorband die in het apenverblijf lag. Socko was de enige die door een raampje kon zien waar de appel werd geplaatst.

Hij was slim genoeg om zijn kennis voor zich te houden. Zodra de apen los waren liep hij snel naar de band, keek of de appel er nog lag, en kuierde daarna rond totdat de rest van de kolonie in de zon lag te dutten. Pas toen keerde hij terug naar de band om de appel eruit te halen, die hij op z’n gemak oppeuzelde. Als hij niet had gewacht, was hij de appel ongetwijfeld kwijtgeraakt aan de alfaman. Het was een interessant staaltje bedrog.

Jaren later hadden we een cameraploeg over die hetzelfde proefje wilde filmen. We konden het niet meer met Socko doen, want die was zelf tot alfaman uitgegroeid. Een hooggeplaatst individu is ongeschikt omdat hij geen enkele remming heeft. Dus we kozen een laaggeplaatst vrouwtje en verstopten de appel op een heel andere plek. Ze deed precies wat van haar werd verwacht, maar zodra ze de appel in haar mond stak, zag ik Socko naar haar staren. Zou hij haar bestraffen?

In plaats daarvan rende hij naar de tractorband en keek erin. Het was alsof hij dacht: ‘Hé, ze zijn weer appels aan ’t verstoppen!’ Hij had de plek precies onthouden, ook al was het ruim vijf jaar later.

Dus onthouden waar, lang geleden, de koffie werd getapt is helemaal niet zo opvallend. We leven allemaal met een mentale kaart in het hoofd waarop zowel positieve als negatieve ervaringen met vlaggetjes staan aangegeven. Die vlaggetjes blijven vaak tot onze dood overeind.[/wpgpremiumcontent]