Het vreemde is dat de gaaien de lunchrestanten niet ter plekke opeten, maar ze gelijk verstoppen in een struik, onder een steen of in een dakgoot. Pas uren later keren ze terug. Ze herinneren zich de precieze plekjes en peuzelen hun hapjes rustig op.

Tijdens haar verblijf in Davis viel het een Britse biologe, Nicky Clayton, op dat sommige gaaien vlak na lunchtijd, wanneer de meeste anderen al weer weg waren, stiekem terugkeerden om hun hapjes een tweede keer te verstoppen. Dit leek haar heel slim, want hun rivalen hadden mogelijk gezien waar ze de hapjes de eerste keer hadden verstopt. Op deze manier brachten ze iedereen in de war.

Deze situatie herschiep Clayton in haar laboratorium. Ze ontdekte dat dezelfde gaaien die de hapjes van hun collega’s jatten ook de dubbele verstoppingstechniek toepasten. Het leek wel alsof de grootste dieven zelf ook het bangst voor diefstal waren. Zoals de onderzoekers het zo fraai zeiden: ‘It takes a thief to know a thief.’

Gaaien horen tot de kraaiachtigen, zoals ook kauwen, eksters, raven en natuurlijk kraaien. Toen ik Clayton in Cambridge bezocht, voelde ik me helemaal thuis met een Vlaamse gaai op mijn hand, die gretig meelwormen aannam. Vroeger had ik tamme kauwtjes, en als student in Groningen bestudeerde ik een hele kauwenkolonie. De kraaiachtigen hebben grotere hersenen dan andere vogels en zijn opmerkelijk intelligent. Ze zijn mogelijk zelfs in staat om het standpunt van een ander in te nemen door erop te letten wat anderen hebben gezien en wat anderen weten. Dit komt natuurlijk mooi van pas als je je eten verstopt en van anderen steelt. De grootste dief van het stel is de ekster, waaraan Rossini zelfs een hele opera heeft gewijd (La gazza ladra, oftewel De stelende ekster). Als kind leerde ik al geen theelepeltjes buiten te laten liggen vanwege de eksters.

Om het standpunt van een ander in te nemen heb je zelfidentiteit (onderscheid tussen zelf en ander) nodig. Dat verklaart waarom deze eigenschap zich bij jonge kinderen pas ontwikkelt rond de tijd dat ze zichzelf in de spiegel gaan herkennen. Hebben eksters dit dan ook? Met andere woorden, kunnen deze vogels hun spiegelbeeld herkennen?

Duitse onderzoekers plakten een gekleurd etiketje op de zwarte borstveren van een ekster, dus buiten het gezichtsveld van de vogel zelf. Zonder spiegel liet de ekster het ding onberoerd, maar zodra hij voor een spiegel stond, begon hij eraan te krabben en pikken. De onderzoekers gebruikten ook zwarte etiketjes, die niet tegen de borstveren afstaken. Hier reageerden de vogels niet op. Als eerste vogelsoort gaven ze er dus blijk van dat ze hun spiegelbeeld met hun eigen lichaam in verband brachten. De ekster kent zichzelf.

Ineens kijken we met andere ogen naar deze zwart-witte maffiosi, die de buurt voor kleine zangvogels onveilig maken. Ze zijn nog slimmer dan we al dachten. En er is mogelijk zelfs een goede narcistische reden waarom ze zo op spiegelende voorwerpen zijn gesteld.[/wpgpremiumcontent]