Niet dat je alles over dolfijnen moet geloven. Hun zogenaamde glimlach is vals: ze ontberen de gezichtsspieren om uitdrukkingen te produceren. En het enige wat we geleerd schijnen te hebben door ‘dolfijns’ met ze te spreken, is dat eenzame mannelijke dolfijnen gek zijn op vrouwelijke onderzoekers.

Toch was ik verbaasd te horen dat dolfijnenhersenen tjokvol met gliacellen zitten. Gliacellen houden de zaak warm en maken het dus mogelijk dat hersencellen in een koude omgeving hun werk doen. De wetenschapper die deze ontdekking had gedaan, suggereerde dat gliacellen niet tellen als het om herseninhoud gaat.

Hij kon niet nalaten hieraan toe te voegen dat de intelligentie van dolfijnen nogal overdreven wordt; dat deze dieren in feite te stom zijn om over een kleine hindernis te springen – zoals wanneer ze gevangen zitten in een drijfnet – terwijl de meeste andere dieren dit wel doen. Hij noemde hier de goudvis, die tenslotte af en toe uit zijn kom springt.

Nog los van het feit dat gliacellen veel meer doen dan de hersenen warm houden en dat ook de mens erg veel van die cellen heeft, blijft de vraag waarom sommige mensen het zo moeilijk vinden om de intelligentie van dieren te erkennen. Bedreigen de hersenen van de dolfijn, die in feite 15 procent groter zijn dan de onze, het menselijk ego? Moeten we daarom die miljarden hersencellen die ze wél hebben, maar gewoon vergeten?

Neem Presley, een dolfijn in het Aquarium van New York, die tijdens een experiment een streep verf op zijn lichaam kreeg. Met grote haast zwom Presley daarop naar een spiegel ver weg in een ander deel van zijn bassin, alwaar hij rondjes draaide op de manier waarop wij kleding voor een spiegel passen, om te zien hoe hij eruitzag.

Sinds Aristoteles weten we dat dolfijnen heel sociaal zijn. Elk individu produceert eigen fluitsignalen, waaraan de anderen hem of haar herkennen. Ze vormen levenslange banden en verzoenen zich na ruzies door middel van gevrij. De mannetjes vormen coalities om de macht te grijpen, net zoals in de politiek van chimpansees en mensen. Dolfijnen steunen ook zieke maatjes door ze naar het wateroppervlak te duwen, zodat ze adem kunnen halen. Ze omcirkelen soms een school haringen, die ze in een compacte bal samendrijven en gevangenhouden door luchtbellen te blazen – waarna ze de vissen als vruchten van een boom plukken.

In gevangenschap zetten dolfijnen soms hun verzorgers voor gek door te doen alsof ze een taak niet kennen, wat ze meer trainingsuren oplevert en dus meer vis. Er zijn dus volop redenen om in de intelligentie van dolfijnen te blijven geloven.

Maar één ding heb ik geleerd van deze affaire. Vanaf nu, als ik mijn goudvis spartelend op de vloer aantref, zal ik hem een compliment maken voordat ik hem teruggooi in zijn kom.[/wpgpremiumcontent]