‘Sorry,’ piepte de sms. ‘Kan vanavond niet. Zie ik je vrijdag?’ En ik, boos, teleurgesteld, doodsbenauwd om hem kwijt te raken maar te verliefd om lastig te willen zijn, piepte terug: ‘Geeft niks, zie je vrijdag dan.’

Het heeft me jaren gekost om te leren zeggen: ik wil gewoon graag bij je zijn vanavond. Ik heb behoefte aan je gezelschap. Ik heb je nodig. Want een ander nodig hebben, dat is bijna taboe. Zeker voor leuke, zelfstandige, ambitieuze jonge vrouwen met een missie in het leven.

En toch is dat precies waar het relatieverhaal van deze maand over gaat. Sue Johnson, een Canadese relatietherapeute, werkte al lang met ruziënde stellen toen ze ontdekte wat er schuilgaat achter al dat gekibbel: geliefden ruziën omdat ze zich geborgen willen voelen. Maar om je veilig te voelen, betoogt ze, moet je eerst je kwetsbaarheid durven tonen. Verbondenheid ontstaat als je durft te zeggen: ik heb je nodig.

Is dat even schrikken! Jaren hebben we moeten horen dat je eerst van jezelf moet houden voor je aan een ander mag beginnen. Dat je niet bij een partner moet zoeken wat je jezelf niet kunt geven. We moesten het vooral alleen kunnen.

Eerlijk gezegd leek me dat altijd al een misverstand – hoe kwetsbaar de liefde maakt, weet iedereen die kinderen heeft en moet aanzien hoe zijn bloedeigen hart op pootjes bijna over het traphekje klautert, net niet van een balkon valt, rakelings langs een auto schiet. En dat je je beminde niet onder je eigen complexen moet bedelven, vooruit – maar eerst een liefdesrelatie met jezelf opbouwen?

Al die mooie woorden over onafhankelijkheid en eigenliefde zijn bezweringen om onze angst te overschreeuwen: dat die ander op een dag weer weggaat. Of doodgaat. Of je laat zitten, met je gladde benen en je fles wijn. En wil je dat het wat wordt met de liefde, dan kun je die angst maar beter erkennen.