Psychisch gestoorde mensen zijn het grootste deel van de geschiedenis weggestopt in kelders, dolhuizen of gestichten, als zij de maatschappij met hun uitzinnige gedrag te veel tot last waren. Behandelingen leken meer op martelingen, zoals de duiveluitdrijving in de Middeleeuwen die gepaard ging met uithongeren, eindeloos ronddraaien, uitrekken en door elkaar schudden. Meestal werden ze domweg vastgeketend, en het gejank en gebrabbel dat vanachter de gestichtsmuren te horen viel, was soms zelfs een toeristische attractie.

Pas rond 1800, in de beginperiode van de industriële revolutie, kwam er enige verbetering, omdat men de krankzinnigen begon te zien als slachtoffers van de snel moderniserende maatschappij. De zenuwen werden overprikkeld, de gemoedsrust ondermijnd en het geestelijk evenwicht verstoord. Het leven was voor een zwakkere te turbulent, veeleisend en complex geworden, zo meende men. De directeur van een gesticht in Parijs, Philippe Pinel, was de eerste die in die periode openlijk pleitte voor een menswaardige behandeling van de gestoorden, en bevrijdde hen van hun ketenen. Zijn patiënten hadden volgens hem rust en structuur nodig, gecombineerd met een opvoedkundig regime, oftewel ‘moral treatment’.

Omdat Pinels aanpak aanvankelijk succes had, breidde de morele behandeling zich snel uit. Het moderne arbeidsproces, dat hoge eisen stelde aan

de discipline en ijver van de werknemers, zorgde er echter voor dat er steeds meer ‘zenuwlijders’ bijkwamen. En omdat er niet genoeg personeel was, verwerden de gestichten halverwege de negentiende eeuw toch weer tot een soort gevangenissen.

Rond diezelfde tijd wilde men geestesziekten op wetenschappelijke wijze benaderen, en dus kwamen er gestichtsartsen die de patiënten systematisch onderzochten. De artsen onderwierpen hen aan allerhande ‘medische’ behandelingen, zoals het trekken van tanden of het knippen van amandelen, hydrotherapie – het afwisselen van hete en koude baden – en lobotomie, het weghalen of uitschakelen van een hersenkwab.

Slechts weinig patiënten verlieten de gestichten genezen, terwijl er steeds meer bijkwamen. In het begin van de twintigste eeuw werd duidelijk dat geprobeerd moest worden geestesziekte te voorkomen, net als lichamelijke ziekte. ‘Mentale hygiëne’ werd dit genoemd, en die benaming stond voor geestelijke gezondheid die verbeterd kon worden met behulp van voorlichting over bijvoorbeeld opvoeding, moederschap, en huwelijk.

In de eerste helft van de twintigste eeuw ontstond voor het eerst ambulante zorg, zoals die van de sociaal psychiatrische diensten (spd’en). Pas toen er in de jaren vijftig pillen op de markt kwamen die hetzelfde effect hadden als lobotomie of elektroshocks, hoefden er beduidend minder patiënten opgenomen te worden.

De Antipsychiatrie uit de jaren zestig en zeventig gaf de tendens van ambulante zorg nog een zetje. Aanhangers van deze beweging propageerden de stelling dat inrichtingen bewoners eerder gek maken dan gezond. Deze opvatting is terug te vinden in boeken en films als ‘One flew over the cuckoo’s nest’, en publicaties van mensen die zich undercover hadden laten opnemen in een inrichting. In het Londense Kingsley Hall lieten voorstanders van deze stroming schizofrenen zelfs vrijuit hun ‘door de maatschappij gecreëerde psychose’ doormaken. Deze bewustzijnstoestand werd wel verheerlijkt tot reizen door innerlijke ruimte en tijd. Het project stelde echter teleur en na een paar jaar werd het verloederde Kingsley Hall gesloten.

De goede kant van de Antipsychiatrie was dat patiënten mondiger werden en zich verenigden in belangenorganisaties. Er kwam discussie over discriminatie en de rechten van de patiënt. De overtuiging dat geestelijk gestoorden een plek in de maatschappij verdienen en niet afgezonderd moeten leven in inrichtingen, werd steeds sterker. Hoewel die beweging goed is geweest voor de acceptatie van afwijkende mensen in de samenleving, gaan er nu ook weer stemmen op om niet alle patiënten te dwingen een normaal leven te leiden. Voor sommigen is de moderne maatschappij misschien gewoon te turbulent, veeleisend en complex.

Volgende maand:

Persoonlijkheidstypologieën[/wpgpremiumcontent]