Je zou denken dat mensen die over de glimlach van Mona Lisa spreken, vinden dat ze tevreden kijkt. Toch is dat zelden het geval. Vrijwel iedereen interpreteert Mona Lisa’s glimlach anders. Men ziet allerlei eigenschappen in haar uitdrukking. De literatuur draagt flink wat interpretaties aan: ze wekt de indruk geduldig te zijn, ongrijpbaar, mysterieus, eeuwig, gereserveerd en tegelijk verleidelijk, teder, melancholisch, beloftevol, diepzinnig, scherpzinnig, heilig en sfinxachtig (Freud). Een allegaartje, zo op het eerste gezicht. En dat allemaal in één glimlach! Kan één glimlach zoveel, soms zelfs strijdige, interpretaties opleveren?

Wat zeggen emotie-onderzoekers over de glimlach? De Amerikaanse psycholoog/etholoog Larry Stettner en zijn collega’s van de Wayne State Universiteit in Detroit deden uitgebreid onderzoek naar de smile. Ze vonden dat er weliswaar verschillende soorten glimlach bestaan, maar elk afzonderlijk leveren die vrij nauw te omschrijven reacties op. Volgens Stettner bestaan er zo’n twaalf soorten glimlachen (zie kader hieronder), elk met een eigen mimische configuratie – dat wil zeggen dat de bijdrage van verschillende spieren per soort varieert.

Mona Lisa’s glimlach zit er niet bij. De ‘valse’ of geposeerde glimlach (‘phony’ of posed smile) komt er nog het dichtste bij. Vooral wat de uitdrukking van het gezicht betreft want, zoals gezegd, zijn de interpretaties van de afzonderlijke smiles veel eenduidiger, dan van Mona Lisa’s glimlach.

Zou die veelheid aan interpretaties misschien mede veroorzaakt worden, doordat haar glimlach eenzijdig is? (Of althans lijkt: want Leonardo’s beroemde sfumato-techniek – het schilderen van vage, mistige overgangen waar in werkelijkheid scherpe lijnen horen te staan – maakt het moeilijk om te zien wat Mona Lisa met haar linker mond- en ooghoek exact doet.) Een eenzijdige beweging geeft een uitdrukking namelijk een andere betekenis dan een tweezijdige beweging. En hoe je zo’n uitdrukking beoordeelt, is dan natuurlijk een kwestie van zien. En waar je naar kijkt. Als de een de eenzijdigheid van de expressie waarneemt en de ander niet, kunnen mensen aan dezelfde uitdrukking verschillende betekenissen hechten.

De vorig jaar overleden Utrechtse hoogleraar Piet Vroon schreef in 1982 in zijn column ‘Signalement’ over de geheimzinnige glimlach van Mona Lisa. Hij suggereerde dat er in het schilderij niet alleen sprake is van een verticale gelaatsasymmetrie (een links-rechtsverschil), maar ook van een horizontale ‘asymmetrie’. De ogen zouden een andere emotie uitdrukken dan de mond. Als dat waar is, zouden de interpretaties uiteen kunnen lopen, omdat verschillende mensen letten op andere delen van het gezicht.

Een echte glimlach?

Dat Mona Lisa’s glimlach veel weg heeft van een geposeerde glimlach, is niet zo vreemd. Ten eerste poseert zij voor een schilder, en wat is poseren anders dan zich een houding (moeten) geven. Poseren is nu eenmaal moeilijk te verenigen met een spontane expressie. Als we de kunsthistoricus Roy McMullen mogen geloven, deed zij dat geheel volgens de voorschriften uit het handboek voor de vrouw uit de zestiende eeuw: Della perfetta bellezza d’una donna van Angelo Firenzuola. ‘Sluit van tijd tot tijd de rechter mondhoek met een zoete en levendige beweging, en open de linker mondhoek als in een geheimzinnige glimlach.’ Ten tweede suggereert neuropsychologisch onderzoek onder gezonde mensen dat bewust uitgevoerde gezichtsbewegingen vaker asymmetrisch zijn dan spontaan-emotionele gelaatsexpressies, én dat de uitdrukking van de emotie sterker is aan de linkerkant van het gezicht dan aan de rechter (zie Psychologie 3/96: ‘Ook mimiek heeft zijn principes’). De verklaring hiervoor is dat de impulsen voor bewust uitgevoerde gezichtsbewegingen van een hoger hersenniveau (de hersenschors) afkomstig zijn, dan die voor spontane expressies (zoals de thalamus) en dat op het hogere hersenniveau een van beide hersenhelften verantwoordelijk is voor de sturing van de impulsen, terwijl op de lagere niveaus (dus de thalamus) er van een links/rechts-verschil geen sprake is.

Dat de uitdrukking vaker aan de linkerkant van het gelaat verschijnt dan aan de rechter zou dan te maken hebben met het feit dat de linkerzijde van het gezicht directere connecties met de rechter hersenhelft heeft – die een belangrijke functie vervult bij de uitdrukking en verwerking van emoties – dan de rechter gelaatshelft.

Zelfs geen onechte glimlach?

Tot nu toe hebben we het vooral over de betekenissen gehad, die men toekent aan Mona’s glimlach, en over de ‘echtheid’ ervan. De vraag is echter of we überhaupt wel van een glimlach – echt of onecht – mogen spreken. Het kan ook zijn dat wat wij voor een soort van glimlach houden, een volstrekt andere uitdrukking is. Een grimas bijvoorbeeld, al dan niet behorend bij een ziektebeeld of een overblijvend verschijnsel na een gezichtsverlamming. Sommige artsen, die gespecialiseerd zijn in gelaatsafwijkingen, suggereren dit laatste. Dit lijkt geen onwaarschijnlijke gedachte, te meer omdat deze specialisten stuk voor stuk experts zijn op het gebied van de mimiek en dus als de besten weten wat nog normaal is. Zij vinden Mona Lisa’s glimlach blijkbaar niet normaal en hebben er hun eigen lezing over. Een steuntje in de rug dus voor de gedachte, dat er zelfs van een gewone glimlach bij Mona Lisa nauwelijks sprake lijkt.

Sommige artsen beweren dat Mona Lisa een verlamming van haar aangezichtsspieren heeft gehad (zie kader Mona Paralisa). De Franse orthopedisch chirurg professor Jean-Jacques Comtet en zijn collega Henri Greppo uit Lyon denken dat ze mogelijk een beroerte heeft gehad, die gepaard ging met een halfzijdige aangezichtsverlamming. Ze stellen dat Mona Lisa verlamd zou zijn geweest aan haar rechterzijde. Dit leidden zij af uit het feit dat La Gioconda haar handen op zo’n manier heeft gevouwen, dat het lijkt of de bovenste, licht spastische, rechterhand door haar onderste (krachtiger) linker ondersteund wordt. In hun eigen bewoording, die klinkt als een onderdeel van een autopsierapport: ‘Il existe une saille curieuse à la base de l’index de la main droite, avec une contraction du premier interosseux dorsal que semble permanente. En tenant compte de la curieuse position générale de la main, on peut évoquer une spasticité légère.’ Bovendien meenden ze te kunnen zien dat zij op een heel typische wijze zat; een manier die hen doet denken aan de zithouding van iemand die een beroerte heeft gehad. Een beroerte in haar linker hersenhelft zou volgens deze artsen de oorzaak zijn geweest van de uitval van de (gekruiste) gelaatsspieren, aan de rechterkant.

De Californische specialist in aangezichtsverlammingen Kedar Karim Adour schrijft de geheimzinnigheid van Mona Lisa’s glimlach toe aan gevolgen van een perifere aangezichtsverlamming (de meest voorkomende, Bellse verlamming). Paradoxaal genoeg echter aan haar linkerkant, terwijl ze juist die mondhoek optrekt. Hoe kan dat? Volgens Adour is de opgetrokken mondhoek een restverschijnsel, een ‘kunstfout van de natuur’, die wel vaker voorkomt als lichaamsweefsel zich na een zenuwbeschadiging herstelt. Spieren aan de aangedane zijde van het gezicht verkorten zich na verloop van tijd blijvend, waardoor bijvoorbeeld de mondhoek in de richting van de oorspronkelijke spierbeweging iets hoger blijft staan. Oppervlakkig gezien wekt de aangedane zijde (in dit geval de linkerkant) dan dus de indruk de gezonde zijde te zijn.

Geen glimlach, maar een grijns!

Wat we met deze medische voorbeelden zeker niet aan willen tonen is, dat Mona Lisa ziek moet zijn geweest; daar geloven wij eigenlijk niet zo in. Te meer daar sommige verklaringen elkaar tegenspreken (Comtet en Greppo versus Adour). Haar glimlach wekt de indruk geheimzinnig te zijn, omdat men vindt dat zij vreemd glimlacht. Terwijl er iets heel anders aan de hand kan zijn, bijvoorbeeld de reeds genoemde verlamming, een restverschijnsel of een vrij weinig voorkomende gelaatsuitdrukking: de grijns.

De grijns is een spottend lachende vertrekking van het gelaat, die onaangenaam aandoet. Iemand die grijnst, maakt geen prettige indruk, die is iets van plan, wat we niet kunnen duiden. Hij of zij is ‘ongrijpbaar, mysterieus en sfinxachtig’. Iemand die grijnst, glimlacht vals en (om het jargon van psycholoog Larry Stettner aan te halen) smiles phoney; niet alleen figuurlijk, maar ook letterlijk. En grijnzen doe je meestal aan één kant.

Bij de grijns domineert de lach- of grijnsspier (risorius), die de mondhoek niet schuin omhoog, maar opzij trekt. Het is een merkwaardige spier, omdat hij niet bij iedereen voorkomt en bij sommigen (bij Mona Lisa?) alleen maar in één gezichtshelft. De spier doet overigens ook in hevige mate mee in de zogenaamde sardonische lach.

Mona Lisa grijnst ook, maar wel mondjesmaat. Haar grijns is bovendien een samenspel van verschillende spieren aan een kant van haar gezicht: de jukbeenspieren (de zygomaticus major en minor), die meestal verantwoordelijk zijn voor de glimlach en de grijnsspier (de risorius). Dat zijn tegelijk de spieren die u heeft bekeken bij de openingstest van dit artikel. In de test zag u namelijk in foto 1 de originele afbeelding van Mona Lisa (activiteit van de jukbeenspieren in combinatie met de grijnsspier), in foto’s 2 en 4 de afzonderlijke linker jukbeenspieren in actie en in foto 3 een vertrekking van de linker grijnsspier. Hoogstwaarschijnlijk heeft u dus op de vragen geantwoord dat Mona Lisa op de vierde afbeelding het duidelijkst glimlacht en op afbeelding 3 het meest raadselachtig overkomt. Als dat zo is, dan bevestigt u ten minste onze vermoedens.

De anatomie van haar glimlach lijkt het mysterie dus op te lossen. Er is geen glimlach, maar een grijns.

Twaalf glimlachen

de minachtende glimlach de schuchtere, zedige glimlach de angstige glimlach de blije glimlach de verliefde glimlach de zenuwachtige glimlach de geposeerde, valse glimlach de verwarde glimlach de verdrietige glimlach de verlegen glimlach de kritische glimlach de zelfvoldane glimlach

Bron: L.J. Stettner, E. Ivery en O.M. Haynes. The Human Smile: Analysis of Structural Features and Perceived Meanings.

Wie lacht het scheefst?

Test 2: U ziet drie afbeeldingen van Mona Lisa, waarin u het onderscheid tussen een symmetrische en een asymmetrische glimlach goed kunt zien. In een asymmetrische expressie zijn bepaalde spieren van de ene gezichtshelft actiever dan dezelfde spieren van de andere kant. Welke afbeelding van de Mona Lisa (1, 2 of 3) toont volgens u de meeste asymmetrie in het gezicht en welke de minste?

Antwoorden:

De meeste mensen zullen, opmerkelijk genoeg, de gespiegelde versie van Da Vinci’s schilderij (nummer 2) het meest asymmetrisch vinden, meer nog dan het oorspronkelijke schilderij (nummer 3). Het eerste plaatje is een computermanipulatie waarin een symmetrische glimlach te zien is; Mona Lisa trekt haar rechter mondhoek daarin even ver op als haar linker.

Een goede verklaring voor het feit dat de gespiegelde versie asymmetrischer lijkt dan de originele versie van Leonardo, hebben we niet echt. Het verschijnsel lijkt vooral een perceptueel probleem. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat wij zo gewend zijn aan de originele beeltenis van Mona Lisa, dat een gespiegelde versie ons in verwarring brengt, omdat we het gezicht opeens op een andere manier bekijken dan op de ons vertouwde wijze. Zoals dat omgekeerd ook het geval is als wij onszelf op foto’s of videobeelden zien. Omdat niemand volstrekt symmetrisch is, vinden we dan dat we ‘er zo vreemd uit zien’. Dit wordt waarschijnlijk veroorzaakt doordat wij onszelf voornamelijk via de spiegel kennen.

Het kan ook liggen aan het feit dat we gewend zijn emoties op het gezicht vooral van de linkerkant af te lezen, omdat deze kant emoties sterker uitdrukt dan de rechter (zie de tekst van het artikel) en dat het ons opvalt dat dit bij de gespiegelde Mona Lisa niet het geval is. En dit effect zou nog eens versterkt kunnen worden door het feit dat de meeste mensen emoties in hun linker gezichtsveld (dus Mona’s rechter gezichtshelft) anders in de hersenen verwerken dan emoties in hun rechter gezichtsveld.

 [/wpgpremiumcontent]