En als ik bang was, kreeg ik een paniekaanval. Sommige mensen denken dan dat ze doodgaan. Ik niet, ik schaamde me. Voor mijn gestotter als ik dichtklapte en me helemaal niks kon herinneren van wat ik wilde zeggen. Zo misselijk dat ik geen hap meer kon eten. Rood, benauwd. Gefaald. Mislukt.

Kalmeer je lichaam, kalmeer je geest
Training

Kalmeer je lichaam, kalmeer je geest

  • Leer je omgaan met overprikkeling en overspoeling 
  • Ontwikkel je meer lichaamsbewustzijn
  • Creëer je meer balans met behulp van de polyvagaaltheorie
Bekijk de training
Nu maar
69,-

Begin twintig was ik toen het begon en doodmoe werd ik ervan. Het vermijden, de workarounds die ik bedacht, het zorgen dat niemand wat aan me merkte. Na een tijdje zocht ik hulp.

‘Natuurlijk faal je niet,’ zei de RET-therapeut die me ervan af ging helpen. ‘Kan de beste overkomen, een keer niet uit je woorden komen.’

‘Natuurlijk faal ik wel,’ antwoordde ik – verbijsterd door zoveel onbegrip: ‘Ik kan toch niet voortdurend dichtklappen tijdens een interview? Dat is mijn werk, na een tijdje word ik ontslagen. En dan?’ Als twee kemphanen stonden we driekwart jaar tegenover elkaar te bekvechten of mijn gedachten nu wel of niet irrationeel waren.

Met een andere therapeut ging ik in het kader van exposure therapie uit eten om mijn angst voor etentjes te overwinnen. Dat was lekker en gezellig, aangezien het een leuke jongen was met wie ik geanimeerde gesprekken kon voeren. Alleen: van therapeutische etentjes kreeg ik geen paniekaanvallen, dus ze gingen er ook niet van over.

Daarna slikte ik pillen. Die hielpen enorm goed, maar vlakten naast de angst ook allerlei andere emoties af. Tot ik dat niet meer wilde, stopte en weer terug bij af was.

Ik weet niet meer hoe ik uiteindelijk zélf ontdekte wat wel hielp. Op een gegeven moment was het zo erg dat het me amper nog lukte de schijn op te houden.

Ik denk dat ik gewoon geen keus had dan het extreemste te doen wat ik kon verzinnen: stoppen met ertegen vechten. Die aanvallen niet langer zien als ongenode gasten die mijn leven kwamen verzieken, maar als boodschappers van iets waar ik als hoofd op pootjes gewoon keihard overheen leefde.

Dat ik niet lekker in mijn vel zat, bijvoorbeeld, dat ik me niet veilig voelde in een bepaalde situatie, dat ik te veel van mezelf vroeg. En dat ik dáár dan wat aan moest doen. Iets voor mezelf, om het beter te maken.

Pas toen ik de paniek omarmde, nam hij af. Het was zó simpel en zó moeilijk. Ik heb er bijna twintig jaar over gedaan. En wat had ik graag veel eerder een therapeut gehad die me daarbij had geholpen.

Ik ben nog vaak genoeg bang. Ik heb heel soms nog een paniekaanval. Ik schaam me er veel minder voor. Ik veroordeel mezelf niet meer. Ik ben mijn lichaam tegenwoordig dankbaar als het me iets vertelt. En dan probeer ik te luisteren.