Wat een spraakwaterval, denk ik bij de eerste sessie met Teunis. Hij vertelt over het piekeren, de vermoeidheid, de sluimerende depressie, de angst dat hij nooit een leuke vriendin krijgt.In het verleden is hij verslaafd geweest aan cannabis en heeft hij antidepressiva gebruikt. Hij heeft toen – twaalf jaar geleden – ook hulp gehad van een psycholoog.

5 vragen waarbij een coach je kan helpen

Loop je al een tijdje rond met een probleem of prangende vraag en twijfel je of een coach je kan hel...

Lees verder

Door die gesprekken weet hij dat het feit dat hij als kind voor zijn moeder en zus moest zorgen een stempel heeft gedrukt op zijn leven. ‘Een pleaser’ noemt hij zichzelf.
Dat gedrag begint hem meer en meer op te breken. Teunis komt bij mij omdat hij zich steeds verder van zichzelf verwijderd voelt en bang is weer depressief te worden. Ik zet paarden in tijdens het coachen en dat spreekt hem wel aan.

Krachtige mantra

Teunis is niet gewend om zichzelf op de eerste plaats te zetten. Bovendien gaat hij ervanuit dat hij het nooit goed genoeg doet. In alles wat hij vertelt, schemert door dat het draait om wat collega’s, vrienden en familie van hem zullen vinden. ‘En jij? Mag jij er ook zijn?’ vraag ik hem na zijn betoog, Wat er dan gebeurt, verrast me zo dat ik intuïtief een hand op zijn arm leg: Teunis barst in huilen uit. Ik voel zijn opluchting.

Die middag besluiten we te gaan werken aan een Teunis 2.0. Eerst laat ik hem, aan de hand van een kwaliteitenspel met allerlei positieve eigenschappen, een lijst maken van dingen waar hij goed in is. En dan kiezen we een krachtige mantra: ‘Ik ben nummer 1.’ Die zin gaat hij overal ophangen en als reminder in zijn telefoon zetten.

Kaken in zijn bovenarm

In sessie twee gaan we naar mijn paard toe en observeer ik hoe hij op Teunis reageert. Als een paard bijvoorbeeld gaat kauwen of rollen, kan dat een signaal zijn dat hij spanning ervaart. Daar kun je vervolgens over in gesprek: klopt het wat het paard aangeeft?

Mijn paard drukt meteen stevig zijn kaken in Teunis’ bovenarm. Teunis lacht erom en zegt dat het wel gaat. Stop zeggen komt niet in hem op. Als we er later over praten, vertelt Teunis hoe confronterend hij het vindt dat zijn behoefte om te pleasen blijkbaar zo diep zit. Ook bij het paard dacht Teunis alleen aan hem: hij bedoelt het vast niet slecht, zielig als ik hem wegstuur. Het levert die middag een volgende helpende zin op: ‘NIVEA’, wat staat voor Niet Invullen Voor een Ander.

Training

Goed zoals je bent

  • Leer jezelf accepteren
  • Omarm je imperfecties
  • Met boek van Brené Brown
bekijk de training
Nu maar
€ 95,-

Vitamine paard

In de weken erna lukt het Teunis om vaker voor zichzelf te kiezen. Na lang twijfelen, vraagt hij bijvoorbeeld salarisverhoging, wat hij ook krijgt. Hij durft zelfs een keer op date. De laatste keer dat hij een vriendin had, liep de relatie al snel stuk. Dat heeft hem nogal onzeker gemaakt. Samen formuleren we daarom opnieuw een helpende zin: ‘Ik ben leuk en als ze me niet wil, is het ook goed.’

Na vijf sessies zie ik hoe anders het paard op Teunis reageert. Hij respecteert hem en grijpt hem niet meer bij zijn arm. We besluiten om te bekijken hoe het zonder regelmatige coaching gaat.

Drie maanden later zie ik Teunis terug. Al na tien minuten zegt hij trots: ‘Ik wil het iets korter houden, want ik ga zo mijn vriendin van de trein ophalen.’ Ik geef hem spontaan een dikke knuffel. En na een aantal maanden hoor ik het vervolg: ze gaan samenwonen. ‘Met dank aan vitamine paard,’ aldus Teunis.

Joyce van Asselt is gecertificeerd coach en werkt met en zonder paarden. Ze is gespecialiseerd in het coachen van singles. Vind een coach die bij je past op Coachfinder.nl

Zelfsabotage

De vraag ‘Mag jij er zijn?’ doet het meest met mensen die onzeker zijn of zichzelf wegcijferen, vertelt Joyce van Asselt. ‘Het daagt je uit om na te denken over elementaire vragen als: mag je jezelf zijn? Houd je van jezelf? Als het antwoord ontkennend is, onderzoeken we waar dat vandaan komt. Soms is dat duidelijk, soms zit het verborgen. Mijn paard kan dan helpen om bepaalde niet helpende patronen aan het licht te brengen.

Vervolgens kijken we hoe we die kunnen veranderen. Bijvoorbeeld door niet steeds voor anderen te denken in de trant van: ze zullen me wel saai/stom/onaantrekkelijk vinden. Want dat weet je helemaal niet. En zelfs al denken ze dat wel: wat is dan het ergste dat je kan gebeuren? Door steeds dieper op dit soort vragen in te gaan, ontdekt iemand wanneer hij zichzelf ‘saboteert’ met negatieve gedachtepatronen. Dan kun je aan de slag om die om te buigen.