Een dicht bos van kale eiken die kronkelend naar de hemel reiken. Verwilderde rododendrons langs een smal slingerpad. En aan het eind van dat pad een ­robuust wit landhuis met op het dak een kopergroen koepeltje. Villa Ockenrode. De duinen zijn vlakbij, de stad lijkt mijlenver, ooit vond een voorname Hagenaar hier zijn rust.

Training

Coach worden: de eerste stap

  • Leer wat coaching is en wat niet
  • Leer de basis van effectieve methodieken
  • Ontdek of je verder wilt leren voor coach
bekijk de training
Nu maar
€ 150,-

Sinds tien jaar biedt het statige pand een onderkomen aan 33 verslaafden. Eenmaal de detox gepasseerd mogen ze er twaalf maanden wonen in het kader van het programma Triple-Ex. Met als doel dat ze na afloop van die periode ‘drie keer ex’ zijn: ex-verslaafd, ex-crimineel en ex-werkloos.

En ondanks de idyllische omgeving is dat geen vakantiejaar. Want Triple-Ex betekent keihard werken aan jezelf. Al is het maar omdat dat de enige manier is om uit de gevangenis te blijven. De rechter kan verslaafde criminelen namelijk voor de keuze stellen: óf Triple-Ex, óf de cel. En wie er op Ockenrode de kantjes van afloopt of bij de steekproefsgewijze urinecontroles op drugs­gebruik wordt betrapt, wordt rücksichtslos weggestuurd. Maar dat gebeurt niet vaak, want eenmaal hier zijn de meeste bewoners al snel gewonnen voor het idee dat het met een beetje goeie wil kán, ‘drie keer ex’ worden.

‘Gewoon’ afgegleden

David (31) is een van die bewoners. Een tengere man uit het zuiden van het land. Bleek gezicht, onrustige ledematen. Hij zit hier nu negen maanden en ja, knikt hij met een flauwe glimlach, het gaat goed.

Vijftien jaar lang was David verslaafd. ‘Hasj, wiet, xtc, cocaïne, heroïne, methadon…’, somt hij op. ‘Het begon met blowen en snuiven, tijdens het stappen. Daarna raakte ik aan de base, coke die je rookt, maar daarvan werd ik paranoïde. Toen ben ik bruin gaan gebruiken. Heroïne.’

Hoe hij van ‘onschuldige’ partydrugs naar het zware spul afgleed? ‘Een traumatische ervaring,’ antwoordt David ontwijkend. Maar oké, als ik het per se wil weten: ‘We waren wat mensen aan het pesten, ik en mijn beste vriend. Gewoon, beetje gedoe. Maar ze gaven hem een duw en hij kwam onder een auto. Dat beeld raakte ik maar niet kwijt. Ik sliep slecht, ging blowen, en mijn ouders hadden niks in de gaten.’

Zo dus, glijdende schaal, heel normaal. ‘Al mijn vrienden gebruikten, ik kom uit een wijk waar dat heel gewoon was.’ De laatste vier jaar dat hij gebruikte, had hij trouwens geen vrienden meer. ‘Ik was een eenling geworden. En daarvóór kon je eigenlijk ook niet van vriendschap spreken, je belazerde elkaar voornamelijk.’

Twee jaar heeft hij in totaal in detentie gezeten. ‘Vooral wegens diefstal, korte strafjes. En één langere, voor een ramkraak.’ In de gevangenis hoorde hij goede verhalen over Triple-Ex en dus zorgde hij dat hij hier terechtkon. Ver van zijn ‘vrienden’ én van zijn ‘ouwelui’. Ook dat laatste doelbewust: ‘Ik was nog erg afhankelijk van hen, dat was te makkelijk. Daarom wilde ik de regio uit. Ik wil straks ook in Den Haag blijven, proberen hier een nieuw leven op te bouwen.’

Leer-werktraject

Want een nieuw leven beginnen kán, heeft Triple-Ex afgelopen decennium bewezen. Maar liefst 43 procent van de deelnemers aan dit Haagse programma blijft na afloop clean. Oké, dat betekent dat 57 procent terugvalt in zijn of haar verslaving. Maar zelfs dan: 70 procent recidiveert niet qua criminaliteit.

Dat zijn ongekende cijfers in deze branche: elders in de verslavingszorg blijft het succes­percentage doorgaans op 20 steken. Geen wonder dat Ockenrode regelmatig bezocht wordt door binnen- en buitenlandse delegaties. Want ook elders op de wereld is er geen programma dat beter scoort. Niet dat afdelingshoofd Lonneke van Bijnen weet, tenminste.

Wat het geheim van Triple-Ex is? ‘We vormen geen therapeutische maar een praktische gemeen­schap,’ antwoordt Van Bijnen. ‘Sommige verslavingsprogramma’s zitten erg op de psychische toer. Wij hameren er vooral op dat een cliënt zijn alledaagse zaken op orde krijgt. Als iemand binnenkomt, kijken we meteen: heb je schulden? Dan zorg je dat je in een schuldhulpverleningsprogramma komt. Ben je dakloos? Dan schrijf je je nú in voor de Woonkrant. Hoe staat het met je eventuele partner of kinderen: wil je het contact aanhalen onder begeleiding van een therapeut?’

Maar het belangrijkste programmapunt, zeker in tijdsbeslag, is wel het leer-werktraject. Zeven dagdelen per week gaan de cliënten naar ‘het Filiaal’ aan de overkant van de grote weg, waar ze een begin maken met een vakopleiding naar keuze. Het aanbod omvat onder andere hout & metaal, metselen & stukadoren, verzorging en groenvoorziening.

‘De meeste verslaafden hebben geen voltooide opleiding en nauwelijks werkervaring,’ licht Van Bijnen toe. ‘Zo hebben ze na een jaar Triple-Ex in ieder geval een opstapje naar de arbeidsmarkt. Wie hier weggaat, heeft een stage­plek of vrijwilligerswerk geregeld. Sommigen hebben zelfs al een baan, of gaan een opleiding doen.’

Leiding over de keukenploeg

David koos voor het horecatraject. Op de gok, want gekookt had hij nog nooit. Maar het was raak. ‘Koken geeft me rust en dat is goed, want ik ben vrij zenuwachtig van mezelf,’ vertelt hij. Zijn eerste culinaire triomf heeft hij al gevierd – onlangs heeft hij zijn ouders een maaltijd voorgeschoteld. Even zit hij helemaal stil als hij zegt: ‘Vijftien jaar lang heb ik alles verkloot en nu kon ik iets laten zien.’

Ook binnen Triple-Ex scoort David met zijn pas ontdekte talent. Hij is ‘voorman’ geworden van de mensen die het horecatraject volgen. Dat houdt onder andere in dat hij leiding geeft aan de keukenploeg, die iedere dag voor de 33 bewoners kookt.

En na dit jaar – Jamie Oliver achterna? ‘Nee. Ik heb via de Sociale Dienst een koksopleiding aangevraagd en wil daarna in een instellingskeuken werken,’ antwoordt David stellig. ‘Voor een restaurantkeuken moet ik eerst wat sterker in mijn schoenen staan. In de horeca ligt de werkdruk hoger en wordt veel gedronken, heeft mijn leraar me verteld. Van zo’n leven moet ik eerst maar even verre blijven.’

Inderdaad, over dat soort dingen gaat het ook op het Filiaal. David: ‘De docent vertelt niet ­alleen hoe je een saus maakt, hij deelt ook zijn levenservaring met je. Mijn leraar is een soort mentor voor me.’

Maar tussen alle praktische zaken door komt de psyche op Ockenrode echt wel aan bod, verzekert Ab Westendorp. Westendorp, behalve sociaal-pedagogisch hulpverlener zelf ook ‘ervaringsdeskundig’ op het gebied van verslaving, is zorgcoördinator bij Triple-Ex en geeft in die hoedanigheid leiding aan het behandelteam. Daarnaast leidt hij zelf gespreksgroepen; op dit moment heeft hij er bijvoorbeeld één lopen over sociale vaardigheden.

Hoe ze daarin te werk gaan? Westendorp: ‘De bewoners kijken gedragstherapeutisch naar ­elkaar. Wat doe je? Waarom doe je dat? Hoe komt dat over op anderen?’ Maar, vervolgt hij, de groep blijft daarbij wel in het hier-en-nu. ‘Er zitten hier veel beschadigde mensen – incest en dergelijke. Vroeger was het idee: “Graven in die beerput!” Maar tegenwoordig weten we dat iemand wel eerst de draagkracht moeten hebben om iets met dat verleden te doen.’

Triple-Ex richt zich dus vooral op de gezonde aspecten van de cliënten. ‘Dat gezonde deel proberen we te versterken. Je ziet ook echt dat mensen na een maand of zes in het programma meer kunnen hebben. Ze verdragen dan situaties waarop ze vroeger zouden hebben gereageerd met drugsgebruik.’

Geen bajescultuur

‘Wat doe je, waarom doe je dat’ – David kan die vragen inmiddels dromen. Hij heeft het de eerste tijd behoorlijk zwaar gehad hier, laat hij doorschemeren. ‘Ik heb een negatieve kijk op de dingen, toon geen betrokkenheid, praat conflicten niet uit. Dat wist ik allemaal al wel, maar als je het steeds van de groep te horen krijgt, wordt het nog groter. En ik kon niet praten over mijn paniekaanvallen. De eerste vijf maanden was ik een soort tijdbom. Maar toen was er een soort klik in mijn hoofd. “Waar ben ik nu mee bezig,” dacht ik. Sindsdien gaat het beter.’

Een ‘klik’ in Davids hoofd? Lonneke van ­Bijnen en Ab Westendorp glimlachen als ze het horen. ‘Als ik me niet vergis, was dat tijdens een Gesloten Huis,’ zegt de zorgcoördinator. Eens in de zoveel maanden blijkt dat nodig, zo’n Gesloten Huis, licht hij toe: ‘Als de “bajescultuur” hier te veel de overhand krijgt en het gewoon wordt om een grote bek op te zetten, link uit je ogen te kijken en vooral je kwetsbare kanten niet te laten zien. De enige manier om dat te corrigeren, is door alle programma­onderdelen buiten de deur stop te zetten. Oók het leer-werktraject. We richten ons dan een paar weken volledig op het groepsproces. Drie gespreksgroepen per dag, dan wordt het wel een beetje kiezen of delen.’

Voor David betekende het een doorbraak. ‘Net voor het Gesloten Huis had ik een conflict gehad met een medebewoner die mij ook bedreigde. Die jongen is eruit gezet, maar voor mij was het toch aanleiding om te gaan kijken naar mijn aandeel in het geheel.’

Waar dat conflict precies over ging? David, ontwijkend: ‘Ik wilde iets niet doen wat de anderen wél moesten.’

Ab Westendorp: ‘Je kunt dan ook zeggen: “Oké, ik ben het er niet mee eens, maar daar zullen we het een andere keer wel over hebben,” maar David dreef het op de spits.’

David: ‘Ik was niet anders gewend. Buiten móét het zo. Iets wat ik niet wil, doe ik niet. Zo reageerde ik mijn hele leven al.’

Alleen de deur uit

Nu niet meer. David heeft geleerd, zegt hij. ‘Ik kan beter met conflicten omgaan, bespreek dingen eerder. En ik kom afspraken na. Dat wordt hier erg belangrijk gevonden.’

Hij zit nu dan ook in de eennalaatste, ‘open’ fase van zijn verblijf en mag sinds kort alleen de deur uit. ‘Op planning gaan’ heet dat binnen Triple-Ex, want zulke uitstapjes worden van ­tevoren uitgebreid doorgenomen en gepland. Wat gebeurt er met je als je in de tram door je oude buurt rijdt? En hoe reageer je als je bekenden uit het drugscircuit tegen het lijf loopt? ‘Ik weet nu wat ik dan zal zeggen,’ stelt David: ‘Dat ik gestopt ben. Ik dacht eerst dat ik ze zou negeren, maar dan kan dat weer een conflict worden. Dus nu zal ik gewoon zeggen dat ik niet meer gebruik.’

Hoe zijn leven er over een paar jaar uit zal zien? ‘Gewoon normaal, met een baan en een huisje. Verantwoordelijkheid kunnen dragen. En als het even meezit een gezin.’

Een eerste stap in zijn nieuwe Haagse bestaan heeft David onlangs al gezet: hij heeft zich aangemeld voor een voetbalclub. Een ‘burgerclub’, niets therapeutisch. Dat hoort erbij, in de laatste fase van Triple-Ex, zegt Westendorp: een alledaagse vrijetijdsbesteding vinden waarin je ‘normale’ mensen tegenkomt. ‘Onze cliënten moeten ook weer leren functioneren buiten deze beschermende omgeving waarin hun probleem centraal staat. In de buitenwereld is niet iedereen ingesteld op praten over jezelf.’n

David heet in werkelijkheid anders.[/wpgpremiumcontent]