Het waren gruwelijke beelden: eerst de knielende James Foley, twee weken later de knielende Steven Sotloff, alle twee kaalgeschoren en in een oranje ‘gevangenispak’ gestoken, met naast zich een gemaskerde beul die hen de keel zal doorsnijden.

Het grote breinboek

Bestel nu het grote breinboek in onze webshop!

Beide journalisten werden onthoofd door jihadisten van de Islamitische Staat (IS). Meteen na Foleys dood vroegen nabestaanden om op internet toch vooral foto’s te delen van toen hij nog als journalist werkte, en niet dit beeld van de man die op zijn knieën was gedwongen. Die andere foto’s toonden namelijk hoe hij écht was – toen hij nog niet tot object was verklaard.

Voor sociaal psycholoog Jeroen Vaes is het duidelijk: IS heeft Foley met deze beelden doelbewust ontmenselijkt. ‘Ook uit hun uitspraken kun je opmaken dat IS-strijders iedereen die niet bij hun religieuze groep hoort, aanduiden als minder menselijk,’ zegt Vaes, onderzoeker aan de universiteit van Padua op het gebied van ontmenselijking. ‘Ze vergelijken andere religieuze groeperingen met honden en varkens.’ Maar, voegt hij toe, nieuw is dat niet. ‘Je ziet het mechanisme vaak in oorlogstijd.’

Is een mens dan alleen tot gruweldaden in staat als hij de ander als niet-menselijk ziet?

Sociaal psychologen denken dat dit inderdaad noodzakelijk is.

Wie de ander niet als mens ziet, hoeft hem of haar immers ook niet menselijk te behandelen. ‘Ik kan me niet voorstellen dat je iemand met een mes kunt onthoofden als je diegene als volwaardig mens ziet,’ zegt Jeroen Vaes hierover. ‘De geschiedenis wemelt van de voorbeelden van ontmenselijking die aan gruwelijkheden voorafgingen. De nazi’s bestempelden Joden als ratten en virussen, de Hutu’s noemden Tutsi’s in de aanloop tot de genocide kakkerlakken. Blijkbaar hebben we het nodig de ander een flink stuk lager op de ladder te plaatsen om ook echt tot gruweldaden te kunnen overgaan.’

De kern is dus dat de ander tot een lagere diersoort wordt verklaard?

Nee, niet per se. Soms beperkt het mechanisme zich ertoe dat we mensen van buiten onze groep – de outgroup – als net iets minder menselijk zien. Bij dit proces, door de Belgische sociaal psycholoog Jacques-Philippe Leyens infrahumanisation genoemd, krijgen ‘de anderen’ minder diepe emoties toegedicht. We zien ze nog wel als wezens die pijn hebben, angstig en woedend kunnen zijn, maar tot ingewikkelder emoties als schaamte, spijt of schuldgevoel zien we ze niet meer in staat. We beschouwen ‘de anderen’ ook al snel als minder rationeel en intelligent. Dit mechanisme versterkt de groepsidentiteit en helpt in het dagelijks leven om mensen in bepaalde categorieën in te delen – iets waaraan we blijkbaar behoefte hebben in het sociale verkeer.

Maar inderdaad, er doen zich geregeld minder subtiele voorbeelden voor van ontmenselijking, waarbij iemand letterlijk als niet-menselijk wordt omschreven. Vergelijkingen met dieren zijn dan populair – mensen uit een andere etnische groep zijn apen – maar ook het terugbrengen van een mens tot een object of lichaamsdeel. Een vrouw is dan bijvoorbeeld niet meer dan haar borsten of billen – ‘Hé, lekker kontje!’

Wat is de functie van dat mechanisme?

In oorlogstijd biedt het in ieder geval voordeel voor frontsoldaten. Vaes: ‘Uit onderzoek onder soldaten die na zware conflictsituaties een posttraumatisch stresssyndroom opliepen, bleek dat het trauma niet zozeer ontstond door dreigende situaties waarin ze hadden kunnen sneuvelen, maar vooral doordat ze moeite hadden met het feit dat ze zelf een ander mens hadden gedood. Soldaten die hun tegenstander als minder menselijk zagen, hadden minder last van ptss.’
Ook personeel in gevangenissen heeft baat bij het vermogen tot ontmenselijken. Uit een onderzoek van de Amerikaanse psycholoog Michael Osofksy naar gevangenispersoneel dat de doodstraf uitvoert, bleek dat zij de gevangenen bekijken als minder intelligent, emotioneel minder gevoelig, kortom ánders dan zijzelf – en dat hen dat helpt om hun werk te doen.

Maar in het dagelijks leven ontmenselijken we anderen toch niet?

Toch wel. Jeroen Vaes: ‘Het is een natuurlijke neiging, die in ons allen zit. Zodra iemand niet bij onze sociale groep hoort, of lijkt te horen, doet het fenomeen ontmenselijking zich al voor.’

Onderzoek naar hoe we daklozen waarnemen, is hierbij veelzeggend. Amerikaanse psychologen en neuro-wetenschappers testten wat er in de hersenen gebeurt wanneer we anderen waarnemen. Een deel van de prefrontale cortex wordt normaal gesproken actief bij het herkennen van gezichten of wanneer we ons in een ander verplaatsen.

Maar toen de onderzoekers proefpersonen foto’s van daklozen lieten zien, lichtte bij hen dit hersengebied níet op. In plaats daarvan werden de hersengebieden actief die ook oplichten wanneer mensen naar objecten kijken. De daklozen werden simpelweg niet als menselijk herkend. Volgens de onderzoekers had dat vooral te maken met het feit dat wij onze houding jegens anderen bepalen door hoe intelligent en aardig we denken dat die ander is. Eigenschappen die we blijkbaar vaak niet aan daklozen toekennen – waarmee we ze ontmenselijken.

Maar misschien is hier nog wel wat anders aan de hand: door mensen die het slecht hebben getroffen als minder menselijk te zien, wordt het makkelijker om gewoon door te leven terwijl er een dakloze op de stoep ligt.

Al met al een bijzonder naar trekje, die neiging tot ontmenselijking.

Nou, niet helemaal, zo komt ook naar voren uit een onderzoek van Jeroen Vaes. Het helpt artsen en verpleegkundigen namelijk hun werk te doen. Hij onderzocht dokters en ander zorgpersoneel die ernstig zieke en terminale patiënten behandelden en verpleegden. Wat bleek? ‘Artsen en verpleegkundigen die het lijden van patiënten in primaire emoties beschreven – angst, pijn – liepen minder risico op een burn-out dan degenen die de patiënten als completere mensen zagen, met complexere emoties als schuldgevoelens en schaamte voor de situatie waarin ze verkeerden. Het deels ontmenselijken helpt zorgprofessionals dus om met deze groep zware patiënten te kunnen werken.

Er zijn ook aanwijzingen dat artsen die hun patiënten als minder menselijk zien, eerder noodzakelijke maar pijnlijke behandelingen voorschrijven. ‘Ik zou liever hebben dat mijn chirurg mij beschouwt als een stuk vlees waarin hij zo goed mogelijk moet snijden dan als een mens die daardoor pijn lijdt,’ zegt Vaes daarover. ‘Ik denk dat een chirurg die patiënten op de operatietafel als een object ziet, zijn werk beter kan doen.’

Functionele ontmenselijking dus. Maar het mechanisme dat artsen helpt, is dus ook het mechanisme dat IS in staat stelt gruweldaden te verrichten.

Bronnen o.a.: M. Osofsky e.a., The role of moral disengagement in the execution process, Law and Human Behavior, 2005 / L. Harris, S. Fiske, Dehumanizing the lowest of the low, Psychological Science, 2006 / A. McAlister e.a., Mechanisms of moral disengagement in support of military force, Journal of Social and Clinical Psychology, 2006 / Humanness and Dehumanization, edited by P. Bain e.a., Psychology Press, 2014 / J. Vaes, M. Muratore, Defensive dehumanization in the medical practice, British Journal of Social Psychology, 2013 / O. Haque, A. Waytz, Dehumanization in medicine, Perspectives on Psychological Science, 2012[/wpgpremiumcontent]