Dennis, zijn vader en zijn moeder zitten rond de tafel, een kop koffie in de hand. Ze bespreken de heftige ruzies thuis. Dennis gooit borden kapot en loopt daarna weg. En hij steelt geld en sigaretten.

Vader: ‘Als ik iets kwijt ben, dan wil ik weten of hij het gestolen heeft. Dat zou niet de eerste keer zijn. Dan ga ik kijken of het op zijn kamer ligt, ja of nee.’

Moeder: ‘Ben je je geld kwijt, dan wil je dat boven tafel hebben. Maar hij heeft zo’n gigantisch grote mond.’

Vader: ‘Hij haalt je het bloed onder de nagels vandaan. Dan sluit-ie zich op in de wc of in de badkamer.’

Voor het eerst doet Dennis zijn mond open. ‘Ik had me opgesloten omdat ik in bad zat,’ zegt hij onschuldig.

Het gezin is samengekomen voor hun wekelijkse therapiesessie. Dennis, die enkele geweldsdelicten op zijn naam heeft, kon kiezen: of naar de gevangenis, of in intensieve gezinstherapie.

Deze ‘functionele gezinstherapie’ is een jaar geleden geïntroduceerd op de afdeling forensische jeugdpsychiatrie van de Bascule in Amsterdam. Jongeren die zijn opgepakt voor diefstal, vernieling, agressie, huiselijk geweld of gewapende overvallen krijgen de therapie na – of in plaats van – gevangenisstraf. Het is een experiment: de komende vier jaar wordt gekeken of het helpt om terugval te voorkomen.

Log in om verder te lezen.