Op welk moment voelde u zich het meest afgunstig? Wanneer stak bij u het groene monster de kop op? Die vragen legden we u voor op onze site. Het bleef angstvallig stil. Krijgen we op sommige oproepen honderden reacties, nu kwamen er in totaal vijftien (!) binnen. Waarvan er één begon met: ‘Ik ben geen afgunstig type.’

Dit resultaat verbaast Niels van de Ven van de Universiteit van Tilburg niets. Hij doet wetenschappelijk onderzoek naar afgunst. Begeren wat een ander bezit is volgens hem iets waarover we niet graag praten. ‘Het is de norm om blij te zijn als het goed gaat met een ander. Bovendien: jouw waarde hangt toch zeker niet af van wat een ander heeft?’ Ook klinisch psychologe Helmi Goudswaard kijkt niet op van de lage respons. ‘Weinig mensen zullen toegeven afgunstig te zijn, want afgunst is een groot taboe. Het is een van de zeven hoofdzonden, en een van de Tien Geboden: “Gij zult niet begeren uws naasten huis…”’

Maar dat betekent niet dat we nooit lijden onder Glücksschmerz – die prachtige Duitse benaming voor het akelige gevoel dat je kunt krijgen als je ziet hoe succesvol een ander is. Neem Maria, een goede vriendin van mij;

toen ik haar vertelde dat ik bezig was met een verhaal over dit onderwerp, biechtte ze op geregeld afgunstig te zijn. ‘De eerste keer die ik me herinner, was toen ik dertien was. Mijn vriendin en ik kregen allebei een fiets voor onze verjaardag om mee naar de middelbare school te gaan. Zij één met versnellingen, in een fantastische paarse kleur. Ik één met een achteruittraprem, omdat mijn ouders die steviger vonden. Ik was zo jaloers op die fiets dat ik een paar keer haar banden heb laten leeglopen. Soms voel ik me daar nog schuldig over.’

Nekharen overeind

Maar ook nu is Maria af en toe jaloers. ‘Een vriendin heeft onlangs een prachtig huis toegewezen gekregen in het centrum van Den Haag, tegen een lage huurprijs. Nu woon ik in een koophuis in dezelfde stad, maar het feit dat zij daarvoor niet krom hoeft te liggen en ik wel, doet mijn nekharen overeind staan. Voor het gemak vergeet ik dan even dat mijn huis voor altijd van mij is. Ik zie dan alleen maar wat die persoon wel heeft en ik niet.’

Maria is een van de weinigen die er openlijk voor durven uit te komen. Maar gevoelens van afgunst hebben we natuurlijk allemaal weleens, ook al overkomt het sommige mensen vaker dan andere. ‘Je ziet afgunst terug in alle culturen,’ zegt onderzoeker Van de Ven. ‘En niet alleen bij mensen, maar ook bij apen, blijkt uit onderzoek door primatoloog Frans de Waal.’

In het onderzoek waar Van de Ven op doelt, lieten De Waal en zijn team kapucijnaapjes een taak uitvoeren waarvoor ze als beloning een stukje komkommer kregen. Als een aapje echter zag dat een ander aapje voor dezelfde taak een lekkere druif kreeg in plaats van een saai stukje komkommer, werd hij afgunstig en ging hij minder zijn best doen.

Karig afsteken

Ook al voelt iedereen weleens afgunst, we nemen het woord niet snel in de mond. We zullen in een eerlijke bui hooguit zeggen dat we misschien wel ‘een heel klein beetje jaloers zijn’ op het gemak waarmee een vriendin carrière maakt of op de zorgeloze manier waarop een vriend in het leven lijkt te staan. Maar hoewel jaloezie een stuk onschuldiger klinkt dan afgunst, is het eigenlijk niet de juiste term. Bij jaloezie zijn namelijk drie mensen betrokken; de angst om een geliefde te verliezen aan de derde persoon staat centraal. Je bent bijvoorbeeld bang dat je partner ervandoor gaat met die leuke collega.

Voor afgunst zijn slechts twee mensen nodig. Je vergelijkt jezelf met de ander en komt tot de conclusie dat jij nogal karig afsteekt bij hem of haar. Iemand die op de oproep op onze website reageerde, vergeleek haar situatie bijvoorbeeld met die van een vriendin. Ze schreef: ‘Toen die vriendin mij vertelde dat ze heel tevreden was met haar baan als dierenartsassistente en was gaan samenwonen, voelde ik me afgunstig. Ik modderde op dat moment aan in mijn baan, had geen relatie meer en woonde alleen in een anonieme stad.’

Kort samengevat gaat het volgens klinisch psychologe Goudswaard bij afgunst om willen hebben en bij jaloezie om willen houden.

De studenten die Van de Ven als proefpersoon gebruikte, waren vooral afgunstig op de studie- en sportprestaties van hun medestudenten. De zaken die onze lezers als bronnen van afgunst noemen, lopen sterk uiteen. Zo benijdde een van hen het karakter van haar schoonzus. ‘Zij is een heel sterke persoonlijkheid en heeft het lef om te doen wat haar hart haar ingeeft.’ Een ander had het moeilijk met de zwangerschap van haar zus. ‘Zij gaat voor een tweede kindje. Ik mag niet meer, in verband met een nabehandeling voor kanker.’

Een derde had er last van dat ze niet kon uitkomen voor haar verliefde gevoelens. ‘Ik was het meest afgunstig toen een vriendin me vertelde dat ze een nieuwe liefde had gevonden en ontzettend verliefd was. Dat straalde ze ook uit. Ik kamp met een liefde voor een gebonden man, en mag dus niets zeggen of laten blijken.’

Hoe dichterbij, hoe erger

Wat maakt nu dat we ons bij het succes van de een wél afgunstig voelen, terwijl dat van de ander ons koud laat? We benijden degenen die het meest op ons lijken en het dichtst bij ons staan, laat psychologisch onderzoek zien. Zo deden wetenschappers van de universiteit van Hongkong onderzoek onder vrouwelijke bankbedienden die net een promotie aan hun neus voorbij hadden zien gaan. Een aantal maanden voordat ze dit nieuws te horen kregen, hadden ze opgeschreven hoeveel ze gemeenschappelijk hadden met elk van hun collega’s. Wat bleek? Hoe meer de vrouwen zichzelf vonden lijken op de vrouw die uiteindelijk de promotie kreeg, hoe meer ze die persoon benijdden.

Het resultaat hiervan is dat we niet zo snel afgunstig zullen zijn op een popster als Madonna of de directeur van een multinational. Zij hebben zo weinig met ons gemeen, dat we ons niet met hen zullen meten. Een vergelijking met een vriend, familielid of collega is echter vlug gemaakt.

Ook moet het terrein waarop de ander succesvol is, relevant voor je zijn. Wie weinig om auto’s geeft, zal de buurvrouw niet benijden om haar nieuwe terreinwagen. Hecht je daarentegen erg aan de schoolprestaties van je kinderen, dan zul je eerder afgunstig worden als je hoort dat het zoontje van de buren wél op het gymnasium is toegelaten.

Wát je belangrijk vindt, is volgens Goudswaard ook seksegebonden. ‘Vrouwen zijn eerder afgunstig om relaties, mannen om prestaties.’ Verder laat onderzoek zien dat vrouwen vaker anderen benijden om hun uiterlijk. Ook Maria heeft daar last van: ‘Ik kan het moeilijk verkroppen als een vriendin in mijn ogen veel mooier en dunner is. Dan kan ik mijn ogen bijna niet van haar af houden en alleen maar bedenken hoe stom ik er zelf uitzie. Het is niet dat ik daarom niet met haar ga stappen, ik doe alleen wel extra mijn best om er zelf ook leuk uit te zien.’

Overlevingsmechanisme

Door het taboe dat op afgunst rust, hebben we vaak niet eens door dát we afgunstig zijn, zegt Goudswaard. ‘Niemand komt bij mij in de praktijk omdat hij een probleem met afgunst heeft. Ik opper het zelf voorzichtig in de loop van de therapie. “Is het niet zo dat jij ook wel die aandacht van je moeder wilt hebben die je zus heeft gehad?” vraag ik dan. Mensen zijn dan vaak heel opgelucht.’

Volgens de psychologe zijn er verschillende soorten reacties die wijzen op verborgen afgunstige gevoelens. ‘Je reageert bijvoorbeeld niet enthousiast op iets waarmee de ander heel erg blij is. Je devalueert het.’ Als iemand een geweldige tuin heeft en jij hebt alleen maar een winderig balkon, zeg je: ‘Poeh, al dat onderhoud, ik benijd je niet, hoor.’

Een andere vermomming is iemand juist uitbundig prijzen om je afgunstige gevoelens te overschreeuwen. Hier kan volgens Van de Ven ook nog een ander mechanisme een rol spelen: ‘Door een ander heel erg op te hemelen krijg je voor elkaar dat hij of zij eigenlijk helemaal niet meer vergelijkbaar is met jou. Dan hoef je ook niet meer afgunstig te zijn.’

Ook roddelpraat kan op afgunst duiden. Dat moet wel een borstvergroting zijn, smiespelen we als de buurvrouw langsloopt in een strak truitje. En de promotie van die collega? Die kan hij alleen maar hebben gekregen omdat hij zo heeft lopen slijmen bij de baas.

Jammer dat we afgunst meestal niet herkennen, vindt Goudswaard. Het is namelijk niet voor niets dat we deze emotie ervaren. Volgens evolutionair psychologen is het zelfs een overlevingsmechanisme. Afgunstige gevoelens wijzen ons erop dat de ander een voordeel heeft dat wij niet hebben. Goudswaard: ‘Iedereen heeft de neiging om te rivaliseren over wat schaars is. Daaruit komt afgunst voort. Je komt op voor je belangen: ik wil ook!’

Pas als je in de gaten hebt dat afgunst ten grondslag ligt aan je gedrag, kun je er op een constructieve manier mee aan de slag. De foute manier om met afgunst om te gaan, is proberen de ander naar beneden te halen om het verschil tussen hem en jou te verkleinen. Dan misgun je de ander zijn succes. Een betere manier om de zaken in balans te brengen, is proberen te bewerkstelligen dat jij ook krijgt wat de ander heeft. Afgunst werkt dan als motivator. Uit onderzoek door Niels van de Ven blijkt dat in dat geval het woord ‘benijden’ beter op zijn plek is dan het woord ‘afgunst’. Als je iemand benijdt, werk je hard om het verschil met de ander te verkleinen; je doet bijvoorbeeld je best om ook een baan te vinden waar je voldoening uit haalt of om een partner te vinden die beter bij je past.

En mijn vriendin Maria? Die werd door haar zwager op het juiste spoor gezet. Voor Sinterklaas kreeg ze als surprise twee kartonnen huisjes. Het huisje waar haar foto achter het raam was geplakt, had voor de deur slechts een grijze vlakte. De buren daarentegen keken uit op een weelderige tuin. De boodschap van haar zwager: bij een ander lijkt het gras altijd groener. Maria: ‘Iedere keer als ik jaloers word, denk ik aan mijn surprise en dan moet ik altijd verschrikkelijk lachen. Daardoor ebt mijn afgunstige gevoel vanzelf weg.’n

Staar u niet blind

Wat kunt u doen om gevoelens van afgunst te verminderen? Psychologe Helmi Goudswaard geeft vijf tips:

Onderzoek uzelf Probeer te ontdekken wat afgunstige gevoelens te maken hebben met uzelf of uw zelfbeeld. Onderzoek welke aspecten van anderen u idealiseert. Spoor de gedachten over uzelf op die uw afgunst voeden, zoals: ik stel niets voor; anderen zijn sowieso mooier, beter en succesvoller dan ik. U kunt dit soort gedachten uitdagen door ­– samen met mensen die u vertrouwt – te onderzoeken wat ervan waar is en wat niet.

Vermijd het voetstuk We worden afgunstig als we denken dat een ander het beter heeft dan wij; dat we gelukkiger zouden zijn als we in zijn of haar schoenen zouden staan. Het is natuurlijk maar de vraag of dat echt zo is. We staren ons vaak blind op datgene wat we in anderen benijden. Die vriendin met die fantastische vriendenkring, modelkinderen en designkleding heeft immers ook haar onzekerheden en tekortkomingen.

Doorgrond uw verlangens Aan afgunst zitten twee kanten: het kan leiden tot vijandigheid, wraakzucht en zelfs tot geweld, maar het kan ook een prikkel zijn tot creativiteit. Afgunstige gevoelens werken namelijk als alarmsignaal. Ze kunnen u op het spoor zetten van wat u nodig heeft of verlangt. Bekijk welke situaties u in het algemeen aanleiding geven om u afgunstig of jaloers te voelen.

Zoek contact Probeer uw gevoelens van afgunst te delen met de ander zonder hen te beschuldigen. Tegen degene die u benijdt zeggen dat u afgunstig bent, helpt vaak om het minder beladen te maken. Uw gevoelens eerst zelf onderzoeken is wel aan te bevelen. Over het algemeen kun je namelijk beter communiceren over je gevoelens wanneer de eerste heftigheid eraf is.

Tel uw zegeningen Probeer uw positieve punten op te sporen en die bij uzelf te waarderen. Oefen hier iedere dag mee. Erken dat u niet alle dromen in uw leven kunt waarmaken. Fixeer u niet op wat u niet kunt of hebt, maar op wat u wél kunt of hebt.

 

[/wpgpremiumcontent]