‘Zolang dat lampje brandde, had ik hoop’

Tweeënhalf uur dreef hij in het barre zeewater na de crash met zijn vliegtuigje. Tweeënhalf uur balanceerde Herman IJsseling (50) op het randje van de dood. ‘Onderkoeling is geen nare manier van sterven. Heel langzaam gleed ik weg.’

Ruim twintig minuten tevoren waren ze opgestegen bij Den Helder. 8 mei 2013, vlak voor acht uur ’s ochtends. Bewolkt, maar daaronder een spiegelgladde zee en een schip dat gefotografeerd moest worden. Piloot Brien van Wijk (71) en luchtfotograaf Herman IJsseling (50), kwamen vlak bij het schip onverwacht in dichte mist terecht. De eenmotorige Cessna zakte een stuk lager. Te laag. Ze raakten het water. ‘Die klap weet ik nog goed,’ zegt IJsseling. ‘Maar op dat moment wist ik niet dat we over de kop gingen. Mijn lijf verkrampte. Toen ik weer bijkwam, hing ik ondersteboven in de riemen. In de cockpit stond al een laag water.’

Anderhalf jaar later klinkt het verhaal, zoals de fotograaf het navertelt in zijn hangar op vliegveld Texel, als een spannend jongensboek. Dat hij in een levensgevaarlijke situatie was terechtgekomen, was IJsseling, een bedreven zeezeiler en -kanoër, direct duidelijk. Het lukte hem het hoofd koel te houden. ‘Deuren ontgrendelen en riemen los, riep ik tegen Brien. Ik voelde een shot adrenaline en duwde de deur eruit. Er stroomde veel meer water naar binnen, mijn hoofd ging als eerste onder. Omdat ik in een gedraaide riem hing, kreeg ik de sluiting door mijn gewicht niet open. Pas toen

de kist vol water was, begon ik te drijven en lukte het om mezelf te bevrijden.’
Heel gek, zegt hij, hij raakte niet eens in paniek toen het koordje van zijn zwemvest ergens achter bleef haken. ‘Als vanzelf maakte ik het los. Even heb ik nog gedacht dat ik Brien moest losmaken, maar mijn overlevingsinstinct nam het over. Ik was volledig gedesoriënteerd, ik wilde er alleen maar uit.’

Niet meer te redden

De eerste minuten boven water vloekte hij langdurig. Boos op de situatie. ‘Einde verhaal, dacht ik.’ Maar hij raapte zich bij elkaar en deed wat hem geleerd was te doen in zo’n geval. ‘Ik blies mijn zwemvest op. Ik pakte mijn noodzender uit de zak van mijn overlevingspak en las hoe het ook alweer werkte, rolde de antenne uit en activeerde de zender.’ Hij maakte zijn lichaam klein en stak zijn arm omhoog. ‘Vanaf dat moment heb ik, in foetushouding, de zender constant hoog gehouden.’
Toen zag hij zijn collega. Brien dreef rustig op het water. Hij had een flinke hoofdwond, zag IJsseling. ‘In een reflex probeerde ik naar hem toe te gaan. Dat lukte niet, ook omdat ik de zender niet wilde loslaten. Zijn situatie zag er beroerd uit: hij lag met zijn gezicht naar beneden, armen wijd. Ik kan niets meer doen, besloot ik. Hem redden bracht mijn eigen kansen in gevaar: ik zou de noodzender waarschijnlijk kwijtraken. Naderhand heb ik hier erg mee geworsteld, maar reddingswerkers vertelden me dat ik goed had gehandeld. Hij was niet meer te helpen geweest. Brien redden had me te veel energie gekost. Dan had ik deze ramp niet overleefd.’

Aan zijn naasten dacht hij niet zo snel toen hij daar in het water lag. ‘Mijn vrouw en kinderen verschenen in mijn gedachten. Maar ik heb geen seconde gehuild, ergens wist ik dat dat me niet zou helpen. Die noodzender hoog houden, dat was mijn kans, daar moest ik al mijn aandacht op richten.’

Hij wist dat hij minstens twee uur zou moeten volhouden in water van 9 graden. Noodalarm hadden ze zelf niet meer kunnen geven; na verlies van radiocontact slaat de verkeersleiding alarm, maar dan is er zo een halfuur voorbij. ‘Wat me heel erg steunde, was het bliepje en het brandende led-lichtje van de noodzender. Hij doet het nog, dus er is hoop, dacht ik steeds. Was dat er niet geweest, dan had ik het mentaal minder goed volgehouden.’

Langzaam onderkoeld

Als de ultieme eenzaamheid, zo voelden de uren waarin IJsseling in die kille, onherbergzame zee dobberde, zonder teken dat er redding op komst was. Voor zijn gevoel was hij al een beetje aan ‘de andere kant’. Totdat hij geluiden achter zich hoorde.
Ook al heeft hij zijn relaas al zo vaak gedaan dat hij het vrij beheerst kan brengen, hier hapert ineens zijn stem. ‘Ik hoorde het snuiven van bruinvissen. Ik zag ze niet, maar hoorde ze wel. Hun aanwezigheid gaf me een vorm van troost, een gevoel dat ik niet langer alleen was.’
Maar toen begon het rillen. Heel erg rillen, gevolgd door spasmes: het onderkoelingsproces was begonnen. Bij onderkoeling komt de lichaamstemperatuur onder de 30 graden, waardoor uiteindelijk de organen stuk voor stuk uitvallen. Bij IJsseling ging dat onderkoelingsproces waarschijnlijk sneller: de rits van zijn overlevingspak, bescherming tegen onderkoeling, stond een stukje open. Volgens zijn redders van de knrm zijn er zeker drie emmers water naar binnen gesijpeld – dat heeft hem veel extra energie gekost, want zijn lichaam warmde al dat water automatisch op.

Als in een nachtmerrie

‘Onderkoeling is geen vervelende manier van doodgaan, heel langzaam glij je weg. Ik was in een sluimerstaat. Als de reddingsboot later was gearriveerd, was ik mijn bewustzijn waarschijnlijk compleet verloren. Er was niets. Ervaringen als wit licht of een tunnel heb ik niet gehad. Het enige wat er in me omging, was dat ik de zender omhoog moest blijven houden. Ik leefde puur nog op instinct.’
Ondanks die apathische sluimertoestand werkten zijn zintuigen nog: ineens hoorde hij een helikopter overvliegen. Hij werd alert. ‘Ze hadden me gevonden! Ineens voelde ik weer emotie. Ik was zo blij.’
Tot drie keer toe vloog de helikopter over hem heen, maar het geluid vervaagde. ‘Ze zagen me niet. Ik had geen hoop meer, ik zakte weer weg. Maar die antenne hield ik nog steeds hoog. Een half uur later hoorde ik een motor; het geluid kwam van achter. Ik richtte me op en zag een reddingsboot. Twee mannen op het voordek keken me aan: ik was gered!’
Wat zijn eerste reactie was: hartverscheurend gillen. ‘Niet omdat ik bang was dat ze voorbij zouden varen. Het was een oerkreet, aan één stuk door, zoals in een nachtmerrie.’ Zijn stem slaat over als hij vertelt over het moment van zijn redding. ‘Het kwam uit mijn tenen. Ik ben natuurlijk ontzettend bang geweest.’

Bizarre reactie

Toen hij om 10.43 uur aan boord was gehesen, bijna tweeënhalf uur na de crash, raakte de onderkoelde IJsseling alsnog buiten bewustzijn. In volle vaart werden hij en de eveneens bewusteloze piloot naar de wal gebracht. Bij aankomst in het ziekenhuis bleek dat Brien van Wijk was overleden. Onderzoek van IJsseling wees uit dat zijn armspieren waren gescheurd. Zijn lever- en nierfuncties werkten op halve kracht. Pas nu merkte hij dat hij een gebroken enkel had opgelopen door de klap op het water. Hij was zo druk geweest met overleven dat hij daar al die tijd niets van had gemerkt.
‘Gek: ik vroeg om warme chocolademelk, terwijl ik daar helemaal niet zo van houd. Die eerste uren was ik euforisch. Ik had het overleefd! Ik was er goed van afgekomen! De kans op overleven was heel miniem geweest, dat gaf een heel speciaal gevoel. Echt, werkelijk alles maakte me blij. Zelfs van het avondeten werd ik extreem gelukkig. Ik had zo’n zin in die gehaktbal die ze voor mijn neus zetten. Wat stom, dacht ik, ik ben blij met een gehaktbal en terwijl Brien er niet meer is. Achteraf vind ik het bizar dat ik op die manier reageerde. Maar op dat moment was het zo.’
Toen hij die ochtend in het water lag, dacht hij: weer in een vliegtuig stappen, no way. Nog diezelfde avond was dat voornemen van de baan. ‘Ik doe dit werk al dertig jaar. Ik had een gezin met drie kinderen, inmiddels zijn het er vier – er moest brood op de plank komen. Twee weken na de ramp vloog ik alweer. Het voelde meteen goed, ik had geen angst. Het hielp wel dat het goed vliegweer was. En natuurlijk: onder slechte weersomstandigheden ben ik minder op mijn gemak, of ik besluit om niet te gaan. Maar ik sta voorgoed anders in het leven: dankbaar dat ik het heb overleefd.’

Grotere overlevingskans

Hersenexpert Victor Lamme: ‘De gangbare reactie is paniek’
Wat gebeurt er in de hersenen bij iemand die zo lang op het randje van de dood zweeft? Volgens hersenonderzoeker Victor Lamme is logisch redeneren in zo’n situatie vrijwel onmogelijk. Lamme, hoogleraar psychologie aan de Universiteit van Amsterdam: ‘De stresshormonen die in een noodtoestand vrijkomen, zorgen ervoor dat je terugvalt op handelingservaring. Onder invloed van stress kun je alles automatisch uitvoeren wat je intens hebt getraind. Herman IJsseling was daartoe in staat dankzij zijn ervaring met de zee. Maar de gangbare reactie van iemand die met zijn hoofd onder water is en vastzit, is paniek. En dat leidt makkelijk tot verdrinking.’
Ook het besluit om de collega te laten zitten in diens stoel werd ingegeven door acute stress. Lamme: ‘Dan ben je nu eenmaal meer gefocust op jezelf. Tenzij bijvoorbeeld je kind, dat nog dichter bij je staat dan een vriend, in die stoel zou zitten. Dan handel je waarschijnlijk anders.’
Dat IJsseling, eenmaal op volle zee ronddrijvend, geen emotionele instorting kreeg, kwam volgens hersenexpert Lamme door de adrenalinekick. ‘Huilen is dan bijna onmogelijk. Vergelijk het met een soldaat in oorlog, die zal tijdens het gevecht ook niet huilen. De adrenalinekick als gevolg van de enorme stress maakt dat je fysiek sterker wordt, en roept ook agressie op. In eerste instantie gebruik je de adrenaline om spieren aan te zetten en te zorgen dat je juist handelt. De gedachte aan doodgaan verdwijnt snel, omdat primitief overlevingsinstinct het wint van ratio. Als die actie voorbij is en je in rust bent, moet je die adrenaline kwijt en kun je weinig anders doen dan vloeken en schelden.’

Het geluid en lichtje van de noodzender gaven een vorm van zekerheid en hebben de overlevingskansen vergroot, zegt Lamme. ‘In een angstreactie kunnen er twee dingen gebeuren: óf je verlamt, óf je komt in actie. Angst in de vorm van onzekerheid leidt bijna altijd tot verlamming.’ Bij onderkoeling raakt vervolgens het perifere zenuwstelsel uitgeschakeld. ‘Je voelt daardoor geen pijn meer. Het is er ook de oorzaak van dat deze man geen bijna-doodervaring had. Zo’n ervaring kun je alleen krijgen wanneer je een hartstilstand hebt en je brein tot dan toe nog prima functioneerde. Dan is er een selectieve uitval van de visuele cortex die leidt tot de hallucinaties waaruit een bijna-doodervaring bestaat.’
De oerkreet die IJsseling slaakte toen hij zijn redders in de ogen keek, was niet ingegeven door angst, zegt Lamme. ‘Echt gillen doen we alleen in de achtbaan. Bij pure doodsangst is gillen contraproductief. Hij schreeuwde omdat hij na die langdurige, extreme stress eindelijk kon ontspannen. Het was zijn manier om de stress eruit te gooien.’
De grote hoeveelheid adrenaline had tot gevolg dat de geredde man een enorme behoefte aan eten kreeg. Lamme: ‘Eten staat na zo’n noodsituatie hoog op de prioriteitenlijst, want er is zóveel energie verbruikt. Dat belang is op dat moment groter dan het overlijden van een vriend.’

Dit vind je misschien ook interessant

Artikel

Zo kun je groeien na tegenslag

Tweeënhalf uur dreef hij in het barre zeewater na de crash met zijn vliegtuigje. Tweeënhalf uur ba...
Lees verder
Verhaal

‘Zolang dat lampje brandde, had ik hoop’

Tweeënhalf uur dreef hij in het barre zeewater na de crash met zijn vliegtuigje. Tweeënhalf uur ba...
Lees verder
Column

Hoofdredacteur Sterre van Leer: Gewoon bijzonder

Herken je dit: dat je soms volschiet om dingen die een ander niet eens ziet – van zielige honden t...
Lees verder
Column

Hoofdredacteur Sterre van Leer: Gewoon bijzonder

Herken je dit: dat je soms volschiet om dingen die een ander niet eens ziet – van zielige honden t...
Lees verder
Artikel

Na de noodlanding

Redacteur Dagmar van der Neut herinnert het zich nog als de dag van gisteren: het vliegtuigongeluk d...
Lees verder
Advies

Ik heb geen bodem, geen identiteit

Tweeënhalf uur dreef hij in het barre zeewater na de crash met zijn vliegtuigje. Tweeënhalf uur ba...
Lees verder
Interview

‘Ik liet anderen nog voorgaan in de ambulance’

Willie Tol (30) overleefde vijftien jaar geleden de cafébrand in Volendam, maar verbrandde wel haar...
Lees verder
Kort

Waarom wiet angstig maakt

Tweeënhalf uur dreef hij in het barre zeewater na de crash met zijn vliegtuigje. Tweeënhalf uur ba...
Lees verder
Advies

Sinds mishandeling durft mijn zoon niet meer naar buiten

Tweeënhalf uur dreef hij in het barre zeewater na de crash met zijn vliegtuigje. Tweeënhalf uur ba...
Lees verder
Artikel

De evolutie van de hysterische verlamming

Verstijven van angst, lijkt het onhandigste wat je kunt doen als je wordt aangevallen: het geeft de ...
Lees verder