In elk mens schuilt een gewoontedier dat zijn eigen plannen in de wind slaat. Om de troep niet te laten slingeren bijvoorbeeld. Om meer fruit te eten en meer aan sport te doen. Op de een of andere manier komt het er allemaal niet van. ‘Gebrek aan wilskracht,’ zeggen we dan vaak. Maar hebben we echt allemaal een karakterfout of zit er iets anders achter die slechte eigenschappen?

Neem de deur van de kledingkast die ik altijd laat openstaan als ik een overhemd heb gepakt. Mijn vrouw ergert zich er groen en geel aan. Ik ben het iedere keer oprecht met haar eens: die kast hoort dicht! En toch laat ik hem de volgende keer weer openstaan. Tot mijn eigen verbazing en ergernis.

Is dat onwil? Welnee! Ik wil wel, maar mijn hersenen werken niet mee. Terwijl ik het overhemd pak en wegloop om het aan te trekken is er geen gedachte in mijn hoofd die me aan mijn voornemen herinnert. Mijn bewustzijn is bezig met dat overhemd, of met wat ik vandaag ga doen; niet met die open kastdeur.

Wat we voor onwil verslijten is meestal gebrek aan controle. We hebben veel minder beheersing over onszelf dan we

Log in om verder te lezen.