Je oude leven ligt overhoop, je nieuwe leven moet nog vorm krijgen. Dat maakt scheiden heftig. Als je kinderen hebt, geldt dat ook voor hen. Bijna 70 procent van de gescheiden ouders maakt zich vooral zorgen over de gevolgen voor de kinderen, blijkt uit een recent onderzoek onder vijfhonderd gescheiden ouders. Die zorgen zijn terecht, zegt echtscheidingsexpert en klinisch psycholoog JoAnne Pedro-Carroll in haar boek Kinderen op de eerste plaats. Bij kinderen uit gebroken gezinnen is

Training

Van single
naar samen

  • Leer wat je valkuilen zijn in de liefde
  • Ontdek welk relatietype je bent
  • Kom erachter wat voor partner bij je past
bekijk de training
Nu maar
€ 67,50

de kans op psychische en sociale problemen tweemaal zo groot als bij kinderen met ouders onder één dak. Ze hebben meer gedragsproblemen en depressies, presteren slechter op school en hebben weinig zelfvertrouwen. Vrijwel alle kinderen – ook die waar het ogenschijnlijk goed mee gaat – ervaren heftige emoties. Die nemen in de jaren na de scheiding wel af, maar kunnen op de langere termijn toch tot problemen leiden.

Gelukkig heeft Pedro-Carroll ook goed nieuws: dat alles hoeft niet te gebeuren. Je kunt als ouder namelijk van alles doen om kinderen veiliger door een scheiding te loodsen.

Herstelkracht

Sommige kinderen doen het opmerkelijk goed na een scheiding en dat is, schrijft psycholoog Pedro-Carroll, geen toeval: het is een optelsom van wat hun ouders in de loop der jaren hebben gedaan om ze te helpen veerkrachtig te reageren op tegenslagen. ‘Veerkracht’ betekent niet dat ze geen pijn of verdriet hebben, maar dat ze daar goed van kunnen herstellen.
Veerkracht is niet aangeboren, het is vooral iets dat een kind gaandeweg kan ontwikkelen. En daar kunnen ouders aan bijdragen door ‘goed ouderschap’, zoals Pedro-Carroll het noemt. Kort samengevat houdt dat in: aan de ene kant liefdevolle zorg en aandacht, aan de andere kant structuur en veiligheid.
Onderzoek naar de resultaten van het Amerikaanse New Beginnings Program concludeerde dat goed ouderschap na een echtscheiding een groot verschil maakt. Kinderen van moeders die dit programma hadden gevolgd, gingen ook nog jaren later beter om met tegenslagen dan een willekeurige groep adolescenten met gescheiden ouders. Ze hadden bovendien minder psychische stoornissen, gingen zich minder te buiten aan alcohol, drugs en riskant seksueel gedrag, presteerden beter op school en hadden meer zelfrespect.

Niet te laat

In haar boek noemt Pedro-Carroll een aantal vaardigheden die de veerkracht van kinderen vergroten. Er is aangetoond dat ze een groot effect hebben op hoe kinderen herstellen van de nare gevolgen van een scheiding, hoe ze zich aanpassen aan de nieuwe situatie en hoe hoopvol ze zijn over hun toekomst.
Met het trainen van die vaardigheden kun je ook midden in een scheiding nog beginnen; elke tegenslag biedt kinderen een mogelijkheid om te oefenen.

Dit zijn volgens Pedro-Carroll de vijf belangrijkste vaardigheden voor veerkracht:

1. Zelfbewustzijn: het vermogen om op een gezonde manier de eigen emoties te onderkennen en te uiten. Als ouder kun je kinderen dat al jong leren: via verhaaltjes, tekeningen en (rollen)spelletjes koppel je woorden aan emoties door ze te benoemen: ‘Toen de haas wegging, voelde de eekhoorn zich in de steek gelaten. Hij was boos en ook verdrietig.’ Zo leert een kind zelf ook heftige emoties onder woorden te brengen.

Vanaf een jaar of 6 is de ‘gevoelsgrabbelton’ een mooi middel om dit te trainen: op kaarten schrijf je emoties die voor een kind begrijpelijk zijn en die een rol spelen bij de scheiding, zoals je verlaten voelen, woede of angst. Om de beurt trekt iedereen een kaart en beeldt uit welke emotie erop staat. Zo ontstaan er op een natuurlijke manier gesprekken over gevoelens.
Maak voor kinderen die al een beetje kunnen schrijven eens een koelkastkrant: creëer een ruimte waar iedereen met briefjes, tekeningen en (eigen) gedichten kan aangeven hoe hij zich voelt en kies één vast moment om de ‘krant’ te bespreken.

2. Empathie: het vermogen ontvankelijk te zijn voor de gevoelens van anderen. Als een kind beter begrijpt hoe een ander zich voelt en waar dat vandaan komt, betrekt het niet alles op zichzelf. Schuldgevoel bij het zien van een verdrietige moeder kan zo plaatsmaken voor begrip.

Ook empathie kunnen kinderen al oefenen als ze heel klein zijn. Je kunt bijvoorbeeld gericht samen benoemen wat je ziet en wat dat zou kunnen betekenen. Bijvoorbeeld: ‘Hij kijkt nors, zou hij boos zijn?’ Schoolgaande kinderen kun je helpen zich in een ander te verplaatsen. Met vragen als: ‘Als jij je broertje was, hoe zou jij je nu dan voelen?’ Of constateringen: ‘Ik zie een grijns op jouw gezicht. Je lijkt blij.’
Kinderen leren meestal het meest van wat hun ouders zelf doen. Als je regelmatig het gevoel van je kind erkent zonder er een oordeel over uit te spreken en laat zien dat je ook anderen op die manier observeert, ontwikkelt het kind vanzelf een empathische houding. Door zinnen als: ‘Je bent boos omdat papa en ik zoveel ruziemaken’ en: ‘Ik zie dat je verdrietig bent omdat papa weer naar zijn eigen huis is gegaan’ voelt een kind zich gezien en begrepen, en leert ook zo naar anderen en hun emoties te kijken.

3. Zelfregulering: het vermogen om heftige emoties te hanteren en impulsen te beheersen. Gevoelens herkennen en erkennen (zie 1) is essentieel, maar je er niet door laten overspoelen is óók belangrijk. Een van de beste manieren om goed met heftige emoties om te gaan, is een stap achteruit doen, diep ademhalen en rustig nadenken over een reactie. Dat werkt direct, onder meer doordat de amygdala – het emotiecentrum in de hersenen – erdoor kalmeert en de prefrontale cortex – het gebied dat gaat over logisch denken en oordelen – wordt gestimuleerd.

Een kind vanaf ongeveer 4 jaar kan dat al oefenen met de ‘stoplichtmethode’. Spreek af dat bij een heftig gevoel het stoplicht op rood gaat. Tijdens rood mag het niets doen, alleen rustig ademhalen en nadenken over de situatie. Is je kind bijvoorbeeld boos op je omdat je bent weggegaan bij je ex en heeft het daardoor regelmatig woedeaanvallen, spreek dan af dat het boos mag zijn, maar alleen na tien keer rustig ademhalen. Dat kun je samen doen. Daarna mag het stoplicht op groen en mag het reageren – maar: alleen met ik-uitspraken. Zoals: ‘ik ben boos’, ‘ik voel me verdrietig’, ‘ik vind het niet leuk dat…’ Leg uit dat door verwijten de negatieve emoties alleen maar erger worden.

4. Het vermogen om problemen op te lossen. Dat begint bij onderscheid kunnen maken tussen problemen waar je geen invloed op hebt, zoals scheiding of ruzies van je ouders, en problemen waar je wél invloed op hebt.

Je kunt samen met je kind – vanaf een jaar of 6 – af en toe een probleem-stappenplan maken. Daarin beschrijf je samen het probleem, je beoordeelt of je er iets aan kunt doen, bedenkt verschillende oplossingen, kiest er een en na afloop praat je over hoe het uitpakte. Dat geeft je kind meer zelfvertrouwen in een volgende lastige situatie.

5. Optimisme: het vermogen om positieve mogelijkheden te zien, ook in moeilijke tijden.

Uit de gedragstherapie is bekend dat onze gedachten voor een groot deel bepalen hoe we ons voelen. Positievere gedachten leiden tot een beter gevoel. Daarmee lost je kind misschien niet het probleem – de scheiding – op; maar het kan wel leren zichzelf te troosten door het nare gevoel dat het probleem geeft – verdriet, boosheid – te veranderen.
Maak bijvoorbeeld samen een fijne-dingen-lijst van dingen die je kind zelf kan ondernemen en die een goed gevoel geven: schilderen, tekenen, met een huisdier spelen, een van de ouders bellen, sporten, rustig ademhalen… Met zo’n lijst leert je kind het helemaal zelf te doen.
Daarnaast is het natuurlijk ook heel belangrijk dat een kind leert dat negatieve gevoelens er mogen zijn. Door die waar te nemen en te accepteren, kunnen ze al minder zwaar worden.
Voor iets grotere kinderen is een op hun leeftijd gerichte cursus mindfulness een goede manier om dat te oefenen.
Het werkt ook goed om regelmatig te benoemen wat je kind al heeft geleerd op het gebied van veerkrachtig reageren. Een kind dat zich realiseert wat het allemaal zelf kan, voelt zich zelfredzamer.
Tot slot maakt het ieder kind sterker om samen te praten over een positieve toekomst. Wat zijn jullie dromen? Waar staan jullie over vijf jaar? Wat kan allemaal wél? Daardoor groeit het vertrouwen in een gelukkige toekomst.

Bronnen o.a.: Onderzoek door de Nederlandse Vereniging van Familierecht Advocaten en Scheidingsmediators, 2017