Veel ervaring met crisissituaties hebben de meesten van ons niet – gelukkig. Maar dat maakt ook dat we vaak met de mond vol tanden staan als een vriend, familielid of kennis in een relatiecrisis zit. Of met een burn-out kampt. Of een traumatische overval heeft meegemaakt. We reageren soms klungelig en onhandig, zeggen de verkeerde dingen, hebben last van ‘handelingsverlegenheid’, zoals dat zo mooi heet. ‘Misschien is daarom in onze ­samenleving de overtuiging ontstaan dat verdriet een soort kwaal is waarvoor je deskundigen moet inschakelen,’ schrijven de auteurs van het boekje Kan ik wat voor je doen? Dat is een misverstand, want vaak kunt ook u als leek veel voor iemand betekenen.

Het begin is simpel: haak niet af. Iemand ontwijken, of niets zeggen, is erger dan iets onhandigs zeggen. En verder: maak tijd, zo adviseert relatietherapeut Vera Steenhart. ‘In onze drukke, hectische levens kan de eerste reactie zijn: “O jee, dit kan ik er helemaal niet bij hebben.” Bedenk dan hoe waardevol het zou zijn als vrienden voor jou klaarstaan wanneer je zelf in een crisissituatie zou zitten.’ Zeg tegen die vriend, dat familielid, die kennis: “Kom maandag even langs, en ik heb donderdag ook nog wel tijd.” Dan creëert u ‘reddingsboei-afspraken’, zoals Steenhart het noemt, en weet de ander: dit kan ik over een paar dagen weer bespreken.

Omgaan met iemands misère vereist begrip en tact. Soms ook praktische hand- en spandiensten, soms een luisterend oor, soms een wandeling langs het strand. Maar steeds is het van belang om af te stemmen op de wens van de ander – dus niet door uw eigen bril te kijken en vanuit uzelf te reageren. Vraag liever: ‘Wat kan ik voor je doen?’

Burn-out

Opgebrand. Uitgeblust. Uw vriend met een burn-out heeft geen enkele reserve meer, nauwelijks nog veerkracht. Alle energie is weggelekt. U zult hem dan ook geen dienst bewijzen met lange, diepgaande gesprekken, zegt psychotherapeut Lu Langeveld. ‘Fysiek en mentaal zijn burn-outpatiënten overgevoelig voor prikkels als geluiden en schel licht. Ze voelen zich uitgeput en ellendig; ze willen niet te veel praten en zeker niet naar een bioscoop waar nog meer prikkels zijn. “We gaan samen leuke dingen doen” is dan ook een goedbedoelde, maar dodelijke zin. Mensen met een burn-out knappen alleen op als ze tot rust kunnen komen.’

Op preken of oordelen zit de opgebrande vriend al helemaal niet te wachten, stelt Langeveld. ‘De patiënt heeft het allemaal allang zelf bedacht, maar is niettemin vastgelopen. Oplossingen en oordelen voelen daarom als kritiek. Degene met een burn-out voelt zich daarentegen gerespecteerd als iemand slechts vraagt: “Hoe kan ik helpen?”’

Helpen kunt u bijvoorbeeld door te koken. En dan niet één keer, maar op een vaste dag in de week. Door de keuken op te ruimen, of de administratie te doen. Langeveld: ‘Vaak is iemand met een burn-out het overzicht helemaal kwijt; een vriend die de zaken komt ordenen, kan zeer welkom zijn.’

Samen iets rustigs doen kan ook, zegt Langeveld. Naar de sauna, of op een bankje in het park zitten. Maar, waarschuwt ze, het gaat met ‘babystapjes’. Uw vriend moet bovenal veel rusten, een beetje bewegen en verder niets. Ja: veel loslaten. Daar kunt u ook bij helpen, door te relativeren. Te zeggen: “Iedereen is vervangbaar; accepteer maar dat je er even niet bent op je werk.” ‘Mensen met een burn-out vinden het heel moeilijk om hun verantwoordelijkheden los te laten,’ zegt Langeveld. ‘Ze denken dat alles dan in elkaar stort.’

Stel ook geen vragen als: ‘Wanneer ga je weer aan het werk?’ Want de patiënt hoort tot het slag mensen dat de lat hoog legt, té hard werkt, een té goed functionerend geweten heeft. Kritische vragen vergroten hun schuldgevoel. Een goede vriend toont begrip en geduld, en biedt rust en praktische hulp – al zit aan dat laatste ook een grens. Langeveld: ‘Wanneer je iemand te veel uit handen neemt, kan die zich een stumper gaan voelen. Het moet wel gelijkwaardig blijven.’

Trauma

Wanneer uw vriendin iets traumatisch meemaakt – de winkel waarin ze werkt wordt overvallen, ze wordt op straat aangerand – kan dat ook uw eigen wereldbeeld doen wankelen. Een rechtvaardige, veilige wereld bestaat niet, krijgt u weer eens hard ingewreven. Verberg uw eigen schrik vooral niet, adviseert Sjef Berendsen, psychotherapeut bij het Instituut voor Psychotrauma (IvP), want die maakt dat u authentiek reageert. Berendsen: ‘Echt­heid is heel belangrijk, want in een oprechte schrikreactie zit medeleven, soms ook verdriet. En gedeeld verdriet is beter te dragen. De ander ziet: ook mijn vriendin wordt emotioneel geraakt door wat mij is overkomen. Dat is belangrijk na een ingrijpende ervaring, omdat slachtoffers het gevoel hebben daar helemaal alleen in te staan.’

Ook in praktische zin kunt u iets betekenen. Maar, zegt Berendsen: ‘Kenmerkend na traumatische gebeurtenissen is de onmacht die het slachtoffer voelt. Die onmacht blijft in stand wanneer anderen alles gaan overnemen. Beter is om het slachtoffer zelf keuzes te laten maken, door te vragen: “Wat kan ik voor je doen?” Vervolgens kunt u haar een beetje helpen met voorstellen als: “Zal ik de was voor je doen, zal ik wat afspraken voor je afzeggen of wil je dat liever zelf doen?” Ook mensen die na een overval of ongeluk gewond zijn en in bed liggen, kunnen nog zelf besluiten nemen. Het terugkrijgen van de controle is heel belangrijk voor het herstel.’

Tact is verder van groot belang, zegt Berendsen. Flauwe grappen over het gebeurde zijn uit den boze, afleiding bieden door samen te gaan sporten kan heilzaam zijn, en geduld is gewenst. Dus niet vragen: ‘Is het nou nog niet over, moeten we het er nu weer over hebben?’

Wees ook geduldig – en tolerant – wanneer uw vriendin zich prikkelbaar of schichtig gedraagt. Maar wees ook op uw hoede als dat te lang duurt. Als ze na vier weken nog heftige herbelevingsreacties heeft, vermijdingsgedrag en schrikachtigheid vertoont, kan dat wijzen op een posttraumatische stress-stoornis. Het beste wat u dan kunt doen, is haar motiveren om hulp te zoeken.

Rouw

Rouw duurt lang. Heel lang, aldus psychotherapeut Ineke Kienhorst. ‘Soms wel een leven lang – zeker wanneer iemand een kind of een partner verliest.’ Dit is belangrijk om je te realiseren, zegt Kienhorst. Rouw duurt langer dan je denkt, maar ook langer dan de rouwende zélf denkt.

In eerste instantie, rond sterfbed en begrafenis, is iedereen vol belangstelling, geschokt en verdrietig. Kienhorst: ‘Maar een heel moeilijk deel van het rouwen komt pas later: als de achterblijver zich realiseert dat de ander echt niet meer terugkomt. De omgeving is allang weer met het eigen leven bezig, terwijl de rouwende denkt: mijn leven is ontwricht. Dat maakt heel eenzaam.’ Van belang is dán de rouwende niet te vergeten. Bent u een goede vriend, dan heeft u een lange adem.

Wie een dierbare heeft verloren, wil dat diegene weer terug is. Dat het weer zo wordt als vroeger. Vrienden en kennissen kunnen dit soms niet goed invoelen, weet Kienhorst. Ze maken dan pijnlijke opmerkingen als: ‘Gelukkig heb je nog twee andere kinderen.’ Of: ‘Je bent nog zo jong, jij vindt wel een nieuwe partner.’ Goedbedoelde, maar verkeerde reacties, volgens Kienhorst. ‘Wie dat soort opmerkingen maakt, vergeet dat de overledene uniek en onvervangbaar is voor de achterblijver.’

Iedereen rouwt op zijn eigen wijze. Uw kennis treurt vast heel anders om zijn verlies dan u dat zelf zou doen. Het is zaak af te stemmen op zíjn behoeften. Wil hij er niet over praten? Respecteer dat. Wil hij er voortdurend over praten, luister dan tot die drang afneemt. ‘Per individu én per fase in het rouwproces kan de behoefte verschillen. Check die telkens en ga daarop in,’ adviseert Kienhorst. U raakt misschien geïrriteerd wanneer u met plannen en suggesties komt waar uw kennis niets van wil weten. Accepteer dat; zijn afwijzing zegt niets over ú, en in een volgende fase heeft hij misschien wel behoefte aan afleiding of een uitje. ‘Bedenk dat de ander door een moeilijke tijd heengaat. Maar: om het contact “vol te houden” mag je jezelf wel altijd afvragen hoeveel je ervoor overhebt.’

Rouw, waarschuwt Kienhorst ten slotte, kan de draagkracht van mensen te boven gaan. Als u dit meent te signaleren, spreek dat dan uit. Zeg dat u zich zorgen maakt en probeer het sociale netwerk van de achterblijver te vergroten. ‘Rouw kan ontzettend ontwrichtend werken. Als deze na twee of drie jaar nog altijd even hevig is, moet vriendenhulp waarschijnlijk gepaard gaan met professionele hulp.’

Relatiecrisis

‘Kies in geval van een relatiecrisis vooral geen partij, want vaak gaan stellen erna toch weer samen verder,’ zegt Vera Steenhart, relatietherapeut en seksuoloog. Zit uw zus snikkend bij u op de bank te vertellen over de crisis in haar huwelijk, zeg dan niet: “Ik heb het altijd al een rotzak gevonden.” Of: “Ik vond jullie nooit goed bij elkaar passen.” Over een paar weken is het weer goed tussen die twee, maar heeft uw relatie met uw zus een deuk opgelopen door uw harde woorden. Het is de kunst om openlijk te zeggen: ‘Ik voel erg met je mee, maar ik wil geen partij ­kiezen. Misschien komt het weer goed en dan wil ik jullie allebei nog te eten kunnen vragen.’

Wat kunt u wél doen? ‘Tijd, aandacht en ruimte in uw huis bieden,’ zegt Steenhart. Maak tijd voor uw zus, bied haar een logeerbed aan als het thuis echt niet meer gaat en luister aandachtig. ‘Het is belangrijk dat de ander stoom kan afblazen. Dat iemand het aanhoort, maar zich er zo min mogelijk in mengt. En het probleem al helemaal niet overneemt, zoals ouders soms doen: “Wat doe je me aan, weet je wel hoe erg jouw scheiding voor míj is?”’ Dit gebeurt maar al te vaak, weet Steenhart. ‘Met als gevolg dat degene met het krakende huwelijk denkt: “Mijn moeder denkt alleen maar aan zichzelf, zelfs nu ik haar zo hard nodig heb, is ze vooral bezig met wat haar vrienden zullen vinden”.’

Let op uw eigen ‘overdracht’, adviseert de relatietherapeut ook nog. Hoort u in het verhaal van uw zuster allerlei thema’s die in uw relatie ook spelen, ga dan niet mee in uw angst dat dit u ook kan overkomen. Dan kunt u niet meer naar de ander luisteren. Steenhart: ‘Dit is moeilijk, want als een leuk stel opeens in scheiding ligt, wankelt ook jouw beeld van een goed huwelijk. Zie het liever als een leermoment: misschien zie je opeens heel scherp waar je in je eigen relatie op moet letten.’

Depressie

Wie een depressieve vriend wil helpen, moet hem rust gunnen én hem niet laten zitten. Die balans vinden is de – moeilijke – kunst, zegt Willem van der Does, klinisch psycholoog en hoogleraar in Leiden. Uw vriend is ziek en heeft rust nodig. Maar inmiddels is ook genoegzaam bewezen dat beweging heilzaam kan zijn. ‘Depressieve patiënten moeten geholpen worden om weer dingen te gaan ondernemen,’ aldus Van der Does. ‘Dat is bijna net zo moeilijk als revalideren, waarbij iemand opnieuw moet leren lopen. Vrienden en familie moeten degene met de depressie aansporen weer actief te worden, maar ook geduldig zijn en beseffen dat het veel tijd kan kosten.’

Depressie is een ziekte, het is belangrijk dat steeds voor ogen te houden. ‘Mensen in die toestand kunnen zichzelf en anderen het leven zuur maken, maar ze zijn echt zichzelf niet,’ zegt de hoogleraar. Verwijten moet u daarom niet te zwaar opnemen of persoonlijk opvatten; bedenk liever dat de ziekte meestal weer overgaat. Wat u wél serieus moet nemen, is dat uw vriend ernstig lijdt. Zijn uitspraken en (vaak apathische) gedrag zijn een uiting van dat lijden.

Probeer, adviseert Van der Does, hem zo ver te krijgen om één keer per week samen ergens heen te gaan. Met als enige doel het gáán, hij hoeft er niet van te genieten. Houd uw verwachtingen dus laag. Let ook op dat u niet ‘besmet’ wordt. Zeker als uw partner depressief is, kan het belangrijk zijn om uw eigen dingen te blijven doen, andere mensen op te zoeken. Wordt u zelf ook somber, dan kunt u namelijk niets meer voor uw partner betekenen.

Haak niet af, al wordt dat u soms wel moeilijk gemaakt. Van der Does: ‘Mensen met een depressie zeggen soms: “Laat mij maar zitten.” Daar moet je niet naar luisteren, maar zeggen: “Ik laat je níet zitten.” Zegt uw vriend: “Ga weg en kom niet meer terug,” dan moet u waarschijnlijk hulp inroepen.’

Professionele begeleiding is sowieso geboden, zegt de hoogleraar, want depressie is schadelijk. ‘Mensen zitten in zó’n negatieve spiraal van gedachten, dat trekt een spoor.’ Acute hulp kan nodig zijn als u vreest dat uw vriend een gevaar voor zichzelf vormt. ‘Soms is het mogelijk om afspraken te maken en iemand te laten beloven dat hij zichzelf niets aandoet. Maar wie dat niet vertrouwt, moet de huisarts of crisisdienst bellen en niet weggaan voor die is gearriveerd.’

Verder lezen

– Kan ik wat voor je doen? Een gewoon boek over verdrietige gebeurtenissen, Marieke Janssen en Maria Neele, Thema, € 17,95

– Hulp na traumatische gebeurtenissen (IvP): www.psychotrauma.nl

– Informatie over burn-out: www.burnin.nl

– Rouwbegeleiding en informatie (Ineke Kienhorst): www.kienhorstvandenbout.nl

– Relatietherapie (Vera Steenhart): www.hartszaken.nl

– Informatie over depressie: www.depressie.startpagina.nl[/wpgpremiumcontent]