‘Soms voel ik zelfs weer een spranje geluk’

Anna Kibikuu (36) ontsnapte aan mensenhandelaren: ‘Zes jaar geleden is mijn man, die politicus was in Kenia, vermoord. Ik ben gevlucht en kwam in Nederland terecht in een asielzoekerscentrum. Omdat het centrum nogal afgelegen lag, liftte ik net als veel mensen naar de winkels, dat ging sneller dan de bus. Maar helaas stapte ik een keer in bij de verkeerde. Ik werd naar een huis uren rijden verderop gebracht en vastgezet. Die man en zijn handlangers pakten mijn AZC-kaart af. Het was een nachtmerrie. Met dreigementen en geweld dwongen ze me tot prostitutie. De schaamte is nog zo groot dat ik er liever niet over praat. Je doet het omdat ze je slaan en dreigen je familie in Afrika wat aan te doen. Het maakt je allemaal zó ongelooflijk bang, dat je verlamd bent. Je voelt je door iedereen verlaten. Je denkt dat je er nooit meer uit komt.

Ik heb weten te vluchten door “bevriend” te raken met een van de pooiers. Hij liet de deur open zodat ik weg kon komen. Gierend van angst vroeg ik bij een politiebureau om hulp. Maar daar geloofden ze me niet. Omdat ik ook geen

papieren had, belandde ik in de cel. Ik snapte er helemaal niets van. Ik voelde me letterlijk waardeloos, ontkend door alles en iedereen. Al drie maanden zat ik in vreemdelingenbewaring toen iemand van BlinN, een organisatie voor slachtoffers van mensenhandel, me vrij kreeg. In de crisisopvang ontmoette ik voor het eerst iemand die ik vertrouwde. Zij heeft me leren praten, zelfs over de allerergste gebeurtenissen. Nu weet ik dat je angst pas weggaat als iemand luistert. Ik wil andere slachtoffers dan ook toeschreeuwen: je móét praten! En daarom doe ik zelfs met foto mee aan dit artikel, al ben ik bang dat ik word herkend.

Langzaam vind ik mijn oude ik terug. Contact met andere slachtoffers helpt daarbij. Mijn angst voor de handelaren is bijna over. Door me te richten op positieve dingen voel ik soms zelfs weer een sprankje geluk.’

www.blinn.nl

‘Het is zó rustig om niet meer te hoeven scoren’

Sylvio Heres (41) overwon zijn cocaïneverslaving: ‘Tussen de kicks door voel je je zo’n ongelooflijke loser dat je zo afhankelijk bent van dat witte goedje. Maar ja, de cocaïne zet al je problemen weer effe lekker in de vriezer en dan hoef je nergens meer over na te denken.

Al snel nadat ik was begonnen met stappen begon ik cocaïne te gebruiken. Dat heeft in totaal twaalf jaar geduurd. Als dj in Nederland en Duitsland kreeg ik succes en aanzien. Ik leefde er flink op los en genoot van de spanning en het nachtleven. Maar de coke is als een kankergezwel: je komt er niet zomaar vanaf. Ik had meer en meer nodig om overeind te blijven. Ik stal geld van mensen die me in huis haalden, jatte de kas leeg in de coffeeshop waar ik werkte, loog en bedroog vrienden die me hielpen. Alles om mijn “relatie met het pijpje” in stand te kunnen houden. Nou, dan weet je het wel: ik verloor mijn baan, mijn vrienden, en uiteindelijk ook mijn huis. Torenhoge schulden had ik. Was broodmager. En alles kwijt, op een plastic tasje met kleren na.

Een leven als junk op straat gaapte me aan. De politie zocht me en iedereen en alles had zich – terecht – van me afgekeerd. En pas toen besefte ik, vreemd genoeg, dat ik kon kiezen: leven in het afvoerputje of kappen met de coke.

Bij een kennis in Duitsland ben ik cold turkey afgekickt. Het Nederlandse hulpcircuit redde me daarna met begeleid wonen, schuldsanering, met geld leren omgaan, noem maar op. Ik ging door diepe dalen, het was ongelooflijk moeilijk, maar mijn god, wat ben ik blij dat ik verlost ben van het dwangmatige van dat leven op coke. Ik ben niet meer bang voor de two-faced bitch. Ook al leg je er een kilo van voor me op tafel, dan heeft het me niet meer in z’n greep. Het is zo’n bevrijding om niet meer te hoeven scoren. Eindelijk heb ik een soort rust. Niet in de laatste plaats doordat ik mijn eigen huisje heb – niet meer in Amsterdam! – en mijn geweldige vriendin. En ik heb plezier in mijn platenlabel in wording.

Mijn leven is soms zelfs op het saaie af. Dan mis ik het spetterende van vroeger. Maar nee, met geen tien paarden krijg je me weer zover.’

‘Met het opruimen en ordenen kwam mijn levenslust terug’

Belle van Rijn (37) kiepte containers vol troep uit haar huis: ‘Mijn tienerkamer was al een chaos, maar mijn moeder praatte dat altijd goed, ook omdat mijn vader letterlijk een verstrooide professor was. In mijn hoofd was het ook altijd druk: ik wilde veel, maar ik kwam tot niets. Toen ik op mezelf ging wonen, stapelde de rommel zich alleen maar op. Ik bewaarde tijdschriften, bakjes en tasjes omdat ze later vast nog van pas zouden komen. Ook dingen die kapot waren, omdat ik ze ooit nog zou gaan maken. Als ik geen sokken kon vinden, kocht ik gewoon nieuwe. Kwam er bezoek, dan stopte ik zoveel mogelijk stapels lukraak in plastic tasjes, die ik dan weer opstapelde in een kast. De puinhoop verdrong ik met televisiekijken of computeren. Ik bracht het niet op er iets tegen te doen.

Toen mijn dochter werd geboren kreeg ik gespecialiseerde thuishulp om me te helpen overleven in die puinhoop. Het drong tot me door dat er iets moest veranderen. Omdat mijn vriend zo mogelijk nog erger was dan ik en er spanningen ontstonden, ben ik uiteindelijk met mijn dochter op mezelf gaan wonen.

Maar ook dat huisje stond binnen de kortste keren weer stampvol: twee eetkamersets, uitpuilende kasten, bergen vieze en schone kleren, stapels vaatwerk in de keuken. Ik werd er wanhopig van en depressief. Min of meer toevallig kreeg ik in die tijd de diagnose ADHD/ADD. Opeens viel voor mij alles op zijn plaats, want mensen met deze ziekte zijn bovengemiddeld ongeorganiseerd en druk in hun hoofd, en daardoor kunnen ze bijvoorbeeld moeilijk hoofd- en bijzaken scheiden. Dáárom lukte het me maar niet!

Ik riep de hulp in van een opruimcoach. Oude kasten brachten we naar de kringloop, zakken met kleren naar de container, hele jaargangen WNF-krantjes naar de papierbak. Elk bakje en zakje zochten we samen uit. Alles wat mocht blijven, kreeg een vaste plek. Wat kostte het me een moeite, maar wat voelde het als een bevrijding! Met het ordenen kwam ook mijn levenslust weer terug. Ik ben er nog niet, maar soms voel ik voor het eerst in mijn leven een soort vrijheid, omdat alles is gedaan.’

Opruimcoach: www.komtinorde.com

‘De vrijheid was wel even wennen’

Topkok Cees Helder (62) verkocht zijn sterrenrestaurant: ‘Twintig jaar lang hebben we onze hele ziel en zaligheid erin gestopt. Mijn vrouw Rosalie en ik bouwden Parkheuvel zelf, op een lege plek in het Park in Rotterdam. Met onze expertise groeide ook het aantal Michelinsterren. We waren het eerste Nederlandse restaurant dat er drie had. Prachtige tijd. Elke dag met veel plezier naar mijn werk. Maar toen de zestig naderde, wist ik dat er iets moest gebeuren. Ik zag collega-restaurateurs jarenlang worstelen met de verkoop van hun “kindje”, waardoor ze langer moesten doorwerken dan ze wilden. Een loden last. Mijn schrikbeeld was dat ik op mijn 65ste nog steeds in de keuken zou staan, terwijl ik me altijd had voorgenomen met zestig eruit te zijn. Daarom begon ik alvast met de verkoop.

Het werd de naarste en moeilijkste tijd uit mijn loopbaan. Alles wat ik zo zorgvuldig had opgebouwd mocht niet als een nachtkaars uitgaan. Een sterrenrestaurant draait op vertrouwen, dus als bekend wordt dat jij weggaat, kunnen niet alleen je goede naam maar ook je Michelinsterren aan het wankelen gaan. Ik liep op eieren om ons geliefde Parkheuvel te laten voortleven.

Toen ik mijn opvolger gevonden had, begon het pas echt: onderhandelingen met het mes op tafel. Ik lag er wakker van. Ik ben kok, geen echte zakenman. Machteloos voelde ik me, omdat ik vanwege de goede naam van Parkheuvel eigenlijk niet meer terug kon. Het was een zware psychische druk.

Je kunt je voorstellen wat een bevrijding het was toen de kogel door de kerk was. Een enorme last viel van mijn schouders. De ontlading kwam op een groot feest op de laatste werkdag. Een zangeres zong Never say goodbye voor me, toen heb ik wel even een traantje weggepinkt. De volgende dag ben je dan helemaal vrij. Dat is onwennig, maar ook heerlijk: tijd voor al mijn vrienden, en wekenlang zorgeloos zeilen met mijn vrouw, op het IJsselmeer, de Waddenzee, langs de Belgische kust… Maar na een jaar ben je daar wel weer op uitgekeken, dan volgt er een soort leegte. De verkoop was eigenlijk sneller gegaan dan ik had gedacht, het werk bleef kriebelen. Dus werd ik toch weer actief, bijvoorbeeld in het gilde van meesterkoks. Inmiddels heb ik zoveel leuke functies dat ik soms denk: kan er iets af?’

‘Ik sta nu wezenlijk anders in het leven’

Anshin Schröder (53) gaf al haar bezit op voor het kloosterleven: ‘Ik leidde een gewoon leven: ik werkte als hulpverleenster, woonde in een leuk huis in Leeuwarden, ging uit met vrienden. Maar intussen was ik voortdurend op zoek naar meer betekenis in het leven, naar antwoord op de vraag wat goed is om te doen of niet. Vaak voelde ik me overgeleverd aan gepieker over zaken die in wezen onbelangrijk waren. Ik verlangde naar een andere invulling van het leven, zodat het niet ongemerkt aan me voorbij zou trekken. Via via kwam ik een keer terecht bij het zencentrum de Noorder Poort in Drenthe en daar trof me voor het eerst iets heel dieps. Zenmeditatie en de boeddhistische denkwijze werden in korte tijd zo belangrijk voor me dat ik besloot unsui te worden, een soort boeddhistische non. Daarvoor zou ik voor onbepaalde tijd in de Noorder Poort gaan wonen.

Ik heb de huur van mijn huis opgezegd en mijn spullen opgeslagen op de zolder in het klooster. Na een jaar heb ik die spullen weggegeven of verkocht, op een paar dingen na, zoals een nieuwe computer (die overigens totaal verouderd was aan het eind van mijn verblijf), de stoel van mijn oma, en wat boeken en foto’s. Mijn dagen bestonden nu van vijf uur ’s ochtends tot half tien ’s avonds uit een paar keer een paar uur mediteren, afgewisseld met werken in de tuin, koken, schoonmaken en meditatiekussens naaien. Dat doe je allemaal zoveel mogelijk in stilte. Zo’n leven is niet altijd makkelijk. Als ik bijvoorbeeld een rotgevoel wilde vermijden, kon ik niet net als vroeger even mijn gedachten verzetten met koffie en een krantje. Maar ik raakte daardoor wel volkomen gericht op de dingen die ik deed en dacht en dat bracht rust.

Na zeven jaar vonden de zenmeester en ikzelf dat ik klaar was om weg te gaan. Voor het eerst liep ik weer door Leeuwarden, en ik voelde intens hoe wezenlijk anders ik in het leven stond dan voordat ik unsui werd. Het was een gevoel van bevrijding. Nu leid ik zelf een zencentrum in Leeuwarden en ben bijna wadloopgids. Met mijn nieuwe vriend woon ik aan de Waddenzee. Ik ben ongelooflijk tevreden op een van de stilste plaatsen van Nederland.’[/wpgpremiumcontent]