De Amerikaanse psycholoog en auteur Carl Pickhardt noemt verliefd worden gedurende de puberteit zo indrukwekkend omdat het de eerste keer is dat pubers in een dergelijke intimiteitsrelatie belanden. Een verbintenis die volstrekt anders is dan de relaties die ze tot nu toe kenden. De impact is op beide seksen groot, maar volgens Pickhardt worden jongens nog veel heftiger verliefd dan meisjes. Dat komt doordat meisjes het gevoel van diepe verbondenheid vaak al enigszins hebben ervaren met vriendinnen. Jonge mannen daarentegen zijn emotionele intimiteit minder gewend.

Puber in huis? Zoek steun bij je vrienden

Lees verder

Voor het eerst echte verliefdheid ervaren is dus heftig, zoals alle eerste keren diepe indruk kunnen maken. Maar in de puberteit speelt ook mee dat jongeren extreem gericht zijn op sociale relaties en extra gevoelig voor alles wat daarmee samenhangt. Het is de periode waarin ze zich meer losmaken van hun ouders en hun eigen identiteit verder ontwikkelen. De verandering van hun zelfbewustzijn maakt hen onzekerder, en daarmee nog gevoeliger voor sociale interacties en signalen.

‘Pubers reageren sterker op emoties dan volwassenen; niet alleen bij verliefdheid maar ook bij andere sociale prikkels,’ zegt Berna Gürog?lu. Ze is hersenonderzoekster en universitair docent ontwikkelingspsychologie aan de Universiteit Leiden. Volgens haar liggen twee belangrijke kenmerken van het puberbrein ten grondslag aan de heftige reacties.

‘Ze zijn heel gevoelig voor dopamine, een stofje dat is gerelateerd aan het verwerken van beloningen. Bij het begin van de puberteit komen er grote hoeveelheden geslachtshormonen vrij. Onder invloed van die hormonen nemen onder meer de dopaminereceptoren – aangrijppunten voor dopamine – in de hersenen sterk in aantal toe.’ De hersenen worden dus veel ontvankelijker voor beloningen.

Daarom zijn pubers heel gevoelig voor prikkels met een positieve associatie, zegt Gürog?lu. ‘Zulke “beloning-gerelateerde stimuli” kunnen van alles zijn: het zien van de persoon op wie je verliefd bent is zo’n prikkel. Maar ook het eten van iets heel lekkers of het ervaren van vriendschap geeft een gevoel van beloning. Bij meisjes begint de puberteit als ze een jaar of 10 zijn, bij jongens een à twee jaar later.’

De balans tussen de twee belangrijkste hersensystemen speelt daarnaast een grote rol: het controle- en het emotienetwerk. Gürog?lu: ‘Bij het controlenetwerk horen de meer corticale hersengebieden, zoals de prefrontale cortex. Deze gebieden zijn betrokken bij zaken als plannen, beslissen, sociaal gedrag. Het emotienetwerk omvat de meer subcorticale – onder de hersenschors gelegen – gebieden, die verband houden met onze emoties.’

Je kunt niet stellen, zegt Gürog?lu, dat het ‘controlenetwerk’ bij jongeren nog niet volgroeid is; wel is het bij hen nog veel flexibeler en gevoelig voor sociale prikkels. ‘Wat in de puberteit verandert is dat het subcorticale, emotionele netwerk een groeispurt maakt. Terwijl het controlenetwerk, de corticale hersen-gebieden, langzamer rijpt. Pubers kunnen de gevolgen van hun daden wel overzien, maar de rem op hun acties werkt minder sterk dan bij volwassenen. Ze laten zich eerder leiden door hun emotionele netwerk, en daardoor laten ze zich sneller meeslepen door het moment.’

Dat is overigens heel belangrijk tijdens de adolescentie, benadrukt de hersenonderzoekster, omdat het maakt dat pubers kunnen experimenteren. ‘Het is hun manier om nieuwe ervaringen op te doen en te ontdekken waar hun grenzen liggen, hoever ze zich kunnen ontwikkelen.’

Pubers laten zich dus ook sneller door verliefde gevoelens overweldigen. Dat verklaart hun extreme gelukzaligheid als de verliefdheid wordt beantwoord. Evenals het peilloze verdriet als het uitgaat: dat komt des te harder aan. (SL)