‘Alles, echt álles wat hij zei was gelogen’

Hij was twee keer cum laude afgestudeerd. Had een goede baan. Was lief, geestig en zorgzaam en had bovendien een uitstekende smaak. Dolverliefd was Merel Roze dan ook. Totdat ze er na zeven maanden achter kwam dat hij een leugenaar was. ‘Mijn ex verzon niet zomaar een beetje, maar alles, echt álles wat hij vertelde was gelogen. Hij had bijvoorbeeld geen opleiding, laat staan een dubbele academische titel. Zijn vrienden in het buitenland bestonden niet en hij had geen baan, hoewel hij elke dag thuiskwam met verhalen over zijn collega’s en de stress op kantoor. Wat hij ging doen als hij zogenaamd naar zijn werk ging? Geen idee! Mijn ex was vaak een paar daagjes het land uit om “belangrijke zaken” te regelen. Ook deze reisjes bleken achter­af pure fictie. Allemaal verzonnen. Het lijkt onwaarschijnlijk dat iemand zijn hele leven bij elkaar fantaseert, maar hij deed het. En ik trapte er met open ogen in.’

De ex van Roze, die ze om privacyredenen liever niet bij naam noemt, heeft alle symptomen van pseudologia fantastica, de onweerstaanbare neiging tot het vertellen van leugens. Over de definitie van de stoornis, ook wel

pathologisch liegen of mythomanie genoemd, lopen de meningen uiteen; vandaar dat een officiële diagnose ook moeilijk te stellen is. Sommige experts vinden dat je pas kunt spreken van pseudologia fantastica als de leugenaar zelf in zijn verzinsels gelooft. Anderen vinden dat niet noodzakelijk, als het liegen maar dwangmatig en niet te stoppen is.

Wat is het motief van de pathologisch leugenaar? Waarom kan hij geen genoegen nemen met de waarheid? Het blijkt dat mythomane mensen nauwelijks gedreven worden door externe factoren. Ze zijn bijvoorbeeld niet uit op financieel gewin of op het bedriegen van anderen. Het gaat pathologisch leugenaars vooral om het ‘ophippen’ van hun eigen oninteressante persoonlijkheid. Ze houden het niet bij het verdraaien van wat feiten (‘Ik heb wel vijf valentijnskaarten gekregen dit jaar!’), maar proberen zich echt een nieuwe interessantere identiteit aan te meten (‘Had ik al verteld dat ik vroeger in het verzet heb gezeten?’ of: ‘Wist je dat ik in mijn studenten­tijd een ontdekking heb gedaan van Nobelprijsniveau?’). Mensen met pseudologia fantastica willen erbij horen, of – beter nog – boven de rest uitstijgen.

Roze: ‘Mijn ex was een pleaser. Hij paste zijn gedrag moeiteloos aan aan mijn wensen. Ik herinner me dat hij een keer nogal ongezellig was op een feestje. Toen ik hem daarop wees, ging hij ineens enorm lopen socializen met mijn vrienden. Ik weet nog steeds niet in hoeverre mijn ex zijn algemene interesses aan die van mij heeft aangepast, maar we hadden wel opvallend vaak dezelfde voorkeuren. Toch was niet alles aan hem gefaked. Hij was beslist niet dom, hij had een goed gevoel voor humor en was enorm ad rem. Het is gek dat zo’n leuke jongen zijn hele leven in scène zet. Ik had hem ook best aardig gevonden als hij niet honderd procent perfect was.’

Twee levens

Liegen is voor een pathologisch leugenaar net zo natuurlijk als het vertellen van de waarheid voor anderen. Hij kán niet anders en zal er alles aan doen om niet gepakt te worden. Roze: ‘Mijn ex had eigenlijk twee sociale cirkels: die van mij en die van zijn familie. Hij hield die twee groepen angstvallig gescheiden. Ik vond dat gek: die keer dát ik zijn ouders ontmoette, leken ze me heel aardig. Maar hij deed altijd extreem negatief over ze. Achteraf snap ik dat. Hij was natuurlijk bang dat ze hem per ongeluk zouden verraden.’

Ondanks zorgvuldige regie is het voor de meeste pseudologen onmogelijk om hun schijnverhalen lang op te houden. Er wordt altijd wel iemand achterdochtig. Er komen kritische vragen, die met nog complexere smoezen verklaard moeten worden. Roze: ‘Zijn leugens waren, zeker in het begin, heel subtiel. Niet checkbaar ook. Bovendien vermoedde ik niks. Je bedenkt toch niet dat iemand zijn hele leven verzonnen heeft? Dat hoor je alleen in verhalen.

Maar na een tijdje kwamen er haarscheurtjes in onze relatie. Hij vertelde bijvoorbeeld vaak over zijn appartement, maar ik mocht er nooit naartoe; hij kwam altijd bij mij. Soms spraken we af om naar zijn huis te gaan, maar dat werd steevast op het laatste moment afgeblazen: dan leidde hij me af met kaartjes voor een concert of een ander leuk uitje. Hij was vast bang dat ik in zijn huis dingen zou ontdekken die niet klopten met zijn verhalen. Ook ging hij steeds vaker een paar daagjes naar het buitenland zonder iets van zich te laten horen. Ik vroeg me af of hij misschien vreemdging en besloot zijn vreemde verhalen te controleren. Tijdens een van zijn buitenlandreisjes vroeg ik hoe laat zijn vliegtuig zou landen. Zijn antwoord bleek niet te kloppen. Toen ik hem confronteerde met mijn “ontdekking”, had hij meteen een briljante smoes klaarliggen: hij had een geheime functie van nationaal belang. Dat verklaarde niet alleen de Schipholleugen, maar ook allerlei andere verdachte dingen. Hij wist het zo naturel en vanzelfsprekend te brengen dat ik er intrapte.

Toch bleef er iets knagen. Ik ging zijn gangen steeds meer na en controleerde zoveel mogelijk wat hij zei. Ik denk dat hij wel voelde dat hij in het nauw zat. Toch is hij niet gevlucht: hij is gebleven tot het moment van zijn ontmaskering. We zaten om de keukentafel en toen heb ik alles eruitgegooid, gezegd dat ik de afgelopen weken allemaal dingen had ontdekt die niet klopten met zijn verhalen. Ik was bang dat hij kwaad zou worden, maar dat gebeurde niet. Hij hoorde me aan en ontkende niets. Die confrontatie was pijnlijk, hoor. Maar ik moest het doen. Ik wilde hem helpen.’

Kaartenhuis

De ex van Merel Roze is niet op de vlucht geslagen. Dat is op zich bijzonder. De meeste pathologisch leugenaars rennen weg als ze merken dat het kaartenhuis instort. Ze verhuizen naar een andere plek en proberen daar opnieuw een droomleven op te bouwen. Roze: ‘Ik wist dat pseudologen hun probleem doorgaans niet onderkennen en geen hulp accepteren. Daarom was ik ook zo trots op mijn ex toen hij zei dat hij de volgende dag naar een therapeut zou gaan. En hij gíng ook echt. Ik hield mezelf voor dat hij de uitzondering was op de regel, dat hij wél van zijn probleem af kon komen. Ik bleef hopen op een gezamenlijke toekomst. Totdat ik er niet veel later achterkwam dat hij nare dingen over mij vertelde aan de mensen om hem heen. Pas toen heb ik het contact verbroken.’

De eerste twee weken zat Merel Roze als een zombie op de bank. Roze: ‘Het gekke is dat ik meer verbaasd dan kwaad was. Ik kon me gewoon niet voorstellen dat zoiets mij was overkomen. Was ik dan echt zo goedgelovig en naïef? Was ik hopeloos op zoek naar liefde? Was het iets anders? Ik heb mezelf gek gepiekerd. Ik heb in die periode ook gevoeld hoe makkelijk je geïsoleerd kunt raken van je omgeving. Niemand begreep me. Mijn vrienden waren veel kwader dan ik, ze begrepen niet dat ik hem bleef beschermen. Maar zij waren er emotioneel natuurlijk minder bij betrokken.’

Ook nu, ruim drie jaar later, houdt de affaire haar nog bezig. ‘Het ergste vind ik dat ik wantrouwend ben geworden. Niet tegenover mijn oude vrienden, maar wel tegenover nieuwe mensen die dichtbij komen. Ik ben op mijn hoede, heb een soort schild om me heen. In mijn eerste nieuwe relatie kon ik het niet laten om van alles te checken. Ik stelde bijvoorbeeld twee keer dezelfde vraag om te kijken of hij hetzelfde antwoord gaf. Vroeg hem of ik zijn paspoort mocht zien. Volstrekt belachelijk natuurlijk, maar ik móést weten of hij niet loog. Inmiddels is mijn achterdocht wel wat gezakt, maar ik ben bang dat ik een terugval krijg als ik zou gaan samenwonen. Je bed met iemand delen is één ding, maar om een gezamenlijke bankrekening of computer te hebben, moet je elkaar honderd procent vertrouwen. Ik weet niet of ik dat nog kan.’

Verknipte jeugd of weinig grijze massa?

Waarom hebben pathologisch leugenaars de onweerstaanbare drang zich interessanter voor te doen dan ze zijn? In de wetenschappelijke literatuur wordt dwangmatig liegen dikwijls toegeschreven aan een verknipte jeugd. Pseudologen komen vaak uit strenge gezinnen waarin ouders nauwelijks aandacht schenken aan morele opvoeding. Om een pak rammel te ontlopen, leert de pathologisch leugenaar in spe smoesjes te verzinnen. Vaak blijkt die strategie te werken. Op den duur slijt het liegen er zo in dat het een karaktertrek wordt.

Een andere verklaring voor dwangmatig liegen komt uit neurologische hoek. Uit onderzoek blijkt dat het brein van pathologisch leugenaars een andere samenstelling heeft dan het brein van eerlijker mensen. Het verschil zit hem in de verhouding grijze stof (de zenuwcellen) en witte stof (de verbindingen tussen verschillende zenuwcellen). Leugenaars blijken 25 procent meer witte stof en 33 procent minder grijze stof te hebben in de prefrontale cortex, het hersengebied waar hogere denkprocessen plaatsvinden. De kleine hoeveelheid ‘echte’ hersencellen duidt volgens e onderzoekers op minder moreel besef. Tegelijkertijd leidt de grote hoeveelheid zenuwverbindingen tot goede verbale vaardigheden. Pathologische leugenaars worden dus niet geremd door ethische bezwaren en kunnen bovendien zonder hakkelen praten: het ideale recept voor soepele misleiding.

psychologiemagazine.nl

Merel Roze schreef naar aanleiding van haar ervaringen een roman, Fantastica (Archipel, € 16,95). Wij geven 20 exemplaren weg. Kijk bij?‘lezersaanbiedingen’ op de site.

[/wpgpremiumcontent]