Als ik kennismaak met Max, woont hij op haar initiatief al een tijdje gescheiden van zijn vrouw Sophie. Max is een 53-jarige, succesvolle, rijke ondernemer die nu ten onder dreigt te gaan aan zijn eigen gedrag. Met zijn gezin houdt hij weinig rekening, hij gaat zijn eigen gang. Hij gebruikt drugs wanneer hij zin heeft en begint aan de lopende band affaires. Sophie heeft hem voor het blok gezet: serieus met jezelf aan de slag of scheiden.

Ontrouw? Overspel? Zo kun je je relatie redden!

Wanneer je partner een ander heeft, hoeft dat niet het einde van je relatie te betekenen. Hoe je een...

Lees verder

Dat is voor Max de aanleiding om over zichzelf in gesprek te gaan. Hij vindt zijn huwelijk het redden waard, zegt hij. Maar wat ook meespeelt, is dat hij in toenemende mate vermoeidheid ervaart. ‘Het lijkt alsof ik geen uitknop meer heb. Ik sta continu in de hoogste versnelling.’

Zoals zoveel ontevreden partners heeft Sophie in het verleden al vaker geroepen dat ze er klaar mee was, maar als puntje bij paaltje kwam, hield ze zich nooit aan haar woord. Max begon dus te geloven dat hij overal mee wegkwam. Maar nu liggen de zaken anders: Sophie heeft hard bewijs in handen dat Max vreemdgaat en voor haar is de maat echt vol. Door het ultimatum dat ze stelt, realiseert Max zich terdege hoe de zaken ervoor staan. Hoewel… hij heeft nu alle tijd en ruimte om zijn minnaressen niet in een hotel, maar privé te ontvangen.

Oersoepprobleem

Max en ik maken uitgebreid kennis aan de hand van lijstjes met positieve en negatieve eigenschappen die Sophie over hem maakte. Daarop staat: lief, grappig en charmant. Maar ook: agressief, controlerend en denigrerend. En zo gaat het verder: speels, ondersteunend en gul. Maar ook: leugenachtig, narcistisch en verslaafd. De ambivalentie spat ervan af.

We hebben het over zijn ‘oersoepgeschiedenis’: met ‘oersoep’ bedoel ik de omgeving waarin je wordt geboren en de eerste jaren opgroeit. Als ouders hun kind in deze fase emotioneel goed behandelen, leert het zich veilig hechten. Maar bij Max liep het faliekant mis. Hij kreeg te weinig liefdevolle aandacht van zijn ouders. Zijn vader sloeg hem zelfs. Hij was altijd op zijn hoede: hoe is de stemming van papa, wordt hij boos, gaat hij slaan? Van zijn moeder hoefde hij geen bescherming te verwachten. Zij durfde haar man niet tegen te spreken. Max stond er dus al heel vroeg alleen voor.

Bij Max heeft dat waarschijnlijk tot een overgevoelig brein geleid. Door de voortdurende dreiging zijn de amygdala (de alarmbellen) in zijn emotionele brein overactief geraakt. Zodra er iets gebeurt wat in de verste verte ook maar op kritiek, afwijzing, boosheid, commentaar of geweld lijkt, geeft zijn brein een geconditioneerde vecht-, vlucht- of bevriesreactie. Zeker als dit signaal van mensen komt die dichtbij staan en met wie hij intiem wil zijn. Die mensen lijken immers het meest op ouders.

Het brein van Max kiest meestal voor vechten. ‘De aanval is de beste verdediging’ lijkt zijn motto. ‘Er vol voor gaan’ en ‘je niet aan de kant laten zetten’ horen bij een winnaarsmentaliteit en die heeft hem lang overeind gehouden. Die zorgde ervoor dat hij het al vroeg tegen zijn vader durfde opnemen, het huis verliet en zijn eigen weg zocht. Bovendien levert het hem veel zakelijk succes, status en geld op. Maar in relationele en emotionele zin brengt het hem verwijdering en gevoelens van leegte. Zijn oersoepprobleem heeft tot een hechtingshandicap geleid: hij kan zich niet echt aan iemand binden.

Max is te vergelijken met een topsporter. Iemand die het allerhoogste wil behalen, daar veel voor traint en daarom ook heel vaak in de hoogste versnelling staat. Het brein van zo iemand is grote delen van de dag hyperactief. Dat is jaren vol te houden, maar de meeste topsporters merken rond hun 35ste dat hun lichaam het niet meer opbrengt. Max is nu 53, is het dan vreemd dat hij zo vermoeid is?

Max ziet de overeenkomst. Hij begrijpt ook dat de vechtstand in feite zijn redding is geweest. ‘Als ik het niet tegen mijn vader had opgenomen, had hij me op een dag misschien per ongeluk invalide of zelfs doodgeslagen. Zo hard kon die man meppen en zo blind van woede kon hij zijn.’ Maar nu keert de overlevingsstrategie die hem lang hielp zich tegen hem.

Een oersoepprobleem als dat van Max kan leiden tot een chronisch verlaagde spiegel van het hechtingshormoon oxytocine en een verhoogde spiegel van het stresshormoon cortisol, vertel ik hem. In combinatie met het toch al alerte en op vluchten geconditioneerde brein leidt dit tot een vicieuze cirkel: heel gedreven ergens voor gaan, er vervolgens toch niet aan hechten en verveeld raken, niet mogen ontspannen en dan weer vluchten in een nieuwe bevlieging. Het wegsnuiven en verdrinken van de onlustgevoelens die hiermee samengaan en het proberen om via middelen en seks toch nog wat activiteit in het pleziercentrum van je hersenen te pompen, is dan niet meer zo moeilijk te verklaren.

‘Normaal’ mens

De keer daarop vertelt Max dat het idee een hechtingshandicap te hebben, hem enorm bezighoudt. Aan de ene kant vindt hij het vervelend en wil hij graag normaal en geen ‘patiënt’ zijn. Aan de andere kant geeft deze verklaring hem rust. Hij weet immers maar al te goed dat zijn relationele leven nogal anders is dan dat van de gemiddelde persoon.

Max zucht en vraagt of er iets aan zijn hechtingshandicap te doen is. ‘Nauwelijks,’ zeg ik. ‘Er liggen chronische ontregelingen van verschillende hormonen en neurotransmitters aan ten grondslag. De gevolgen daarvan zijn hoogstwaarschijnlijk onuitwisbaar. Zelfs als er medicijnen zouden bestaan die de oxytocine-, serotonine-, dopamine- en cortisolhuishouding weer helemaal gemiddeld maken, dan nog zijn de gewoonten die het gevolg zijn van de eerdere ontregelingen zo diep ingesleten dat ze niet meer veranderen. Tenminste niet helemaal. En bovendien: stel dat het wel te genezen is? Dan word je een normaal, gemiddeld mens. Wil je dat?’ Nee, dat wil Max niet. ‘Maar betekent dit dan ook dat ik niet in staat ben om een gewone relatie te hebben?’ vraagt hij. ‘Wat denk je,’ antwoord ik, ‘als dat zou kunnen, was het je toch al lang gelukt?’

Training

Voorkom een burn-out

  • Vind balans tussen veerkracht en draaglast
  • Stel prioriteiten en leer 'nee' zeggen
  • Functioneer optimaal met een gezonde dosis stress
bekijk de training
Nu maar
€ 65,-

Zo is het: een hechtingshandicap is niet fijn voor je relaties, je sociale leven en uiteindelijk ook niet voor je gezondheid. Het is echter wel een onderdeel van jezelf en er zitten ook positieve kanten aan. De vraag is daarom niet hoe je er vanaf komt en een gewoon mens wordt, maar hoe je er zo mee kunt omgaan dat de positieve kanten ervan bewaard blijven en de negatieve kanten zo veel mogelijk naar de achtergrond verdwijnen. Hierover zijn we het eens.

Max schiet dagelijks tientallen keren in de vechtstand, met chronische spanning en vermoeidheid tot gevolg. Aan oplossingen als een ander dieet, ontspanningsoefeningen, ademhalingstraining, mindfulness of meditatie moet hij niet denken. ‘Worteltjes eten? Vieze sapjes drinken? Op een matje zitten staren? Adem in… adem uit. Dat is echt niets voor mij.’ We bespreken het onderwerp antidepressiva. Die activeren de prefrontale cortex en kunnen zo helpen de overgevoelige amygdala te dempen. Hij wil het wel proberen.

Foto van opa

Wanneer we elkaar na een week of zes terugzien, is Max heel tevreden. ‘Er komt rust in mijn hoofd,’ zegt hij over het effect van het antidepressivum. ‘Ongelooflijk, ik denk dat dit de uitknop is.’ De voortdurende alertheid en gejaagdheid verdwijnen doordat de prefrontale cortex van Max nu de tijd krijgt om zijn vechtreflex verstandelijk te onderdrukken: hij denkt nu eerst na voordat hij reageert.

Max zegt dat hij wil stoppen met Sophie. ‘Ik leef in feite in een leugen. Ik doe alsof ik aan haar gehecht ben en voor altijd bij haar wil blijven. Ik zeg dat ik van haar hou en niet zonder haar kan, maar ergens weet ik dat die woorden niet kloppen. Ik ben aan haar gewend. Maar of het hechting en houden van is? Ik bedrieg haar continu, heb daar geen schuldgevoelens over en merk dat ik het bij andere vrouwen vaak prettiger vind. Ik weet zeker dat ik zonder Sophie kan. Het is vooral gemakkelijk en vertrouwd dat zij er is. Ze verschaft me de buitenkant van een normaal harmonieus huwelijk en gezin.’

Er moeten beslissingen worden genomen. Geen korte termijn, lust gedreven reflexen meer, maar verstandige keuzes met zicht op de lange termijn. Het is te laat voor hem om nog te leren hechten, maar wat hij nog wel kan doen, is met zijn verstand zo veel mogelijk schade proberen te voorkomen.

Een goed hulpmiddel daarbij is iemand in gedachten nemen aan wie je goede herinneringen hebt en wiens verstandige mening als leidraad kan dienen. De eerste aan wie Max denkt, is zijn opa. Max herinnert zich hem als een vriendelijke, rustige man die hem op schoot nam en verhaaltjes voorlas. Hij herinnert zich ook hoe die opa het soms voor hem opnam als zijn vader boos was. ‘Laat die jongen toch met rust,’ zei opa dan. ‘Het hielp niet, want mijn vader liet zich door niemand corrigeren. Maar ik herinner me wel dat opa probeerde mij te beschermen. Dan glimlachte hij naar me, met een typisch knikje. Alsof hij daarmee zei dat hij achter me stond en dat ik me niets van mijn vaders agressie moest aantrekken.’

Ook al was opa er maar zelden, de positieve herinnering staat diep in het geheugen van Max gegrift. Ik vraag Max om een foto van zijn opa te zoeken en die te verkleinen en in een sleutelhanger te doen. Die moet hij dan bij zich gaan dragen. Een afbeelding op het startscherm van zijn smartphone mag ook. Het is de bedoeling dat hij er regelmatig aandachtig naar kijkt en zich dan voorstelt hoe opa naar hem knikt. ‘Zo reactiveer je de herinnering aan je opa en daarmee ook het gevoel van erkenning of geborgenheid dat hij je gaf.’

Vervolgens vraag ik Max om na te denken over doelen voor de komende tijd. ‘Waarvoor wil je gaan? Wat wil je houden zoals het is? Wat wil je verbeteren? Welke leefregels zouden je kunnen helpen je doelen te bereiken en je niet meer door emotionele impulsen te laten leiden? Opa moet het er mee eens zijn, want hij gaat je straks op een liefdevolle manier de les lezen.’

Waarmaken

Een kleine week na dit gesprek stuurt Max mij een foto van een sleutelhanger met daarin de afbeelding van zijn opa. ‘Het werkt!’ is de begeleidende tekst. Wanneer we elkaar weer zien, licht hij het toe: ‘Opa vertelt en adviseert me dingen die ik eigenlijk wel weet en waarmee ik het ook eens ben, maar die ik tot nu toe negeerde omdat ik me door mijn gevoelens liet leiden.’

Max dacht goed na over nieuwe leefregels en sprak er in gedachten met opa over. ‘We kwamen uit op schoon schip maken, orde scheppen in de chaos en tijd vrijmaken voor ontspanning.’ De eerste consequentie hiervan is de beslissing om bij Sophie weg te gaan. ‘Ik weet nu hoe ik in elkaar zit en waarom ik ben zoals ik ben. Ik ben geen trouwe partner en ik denk eerlijk gezegd ook niet dat ik dat wil zijn. Ik kan wel van alles beweren en beloven, maar ik maak het niet waar. Het gaat me toch vervelen. Het klinkt hard, maar ik ben op Sophie uitgekeken en ik wil haar niet langer bedriegen of pijn doen. Ik ben gewoon niet geschikt voor een duurzame monogame relatie. Dus ik ga een scheiding aanvragen.’ De leefregel die hierbij past, luidt: wees eerlijk en zeg hoe het ervoor staat, ook al is het voor de ander niet leuk om te horen.

Dit impliceert volgens Max dat hij voortaan zo veel relaties kan hebben als hij wil, maar wel altijd eerst aan de ander moet vertellen dat hij niet monogaam is en zich niet wil binden.
Ook zakelijk wil Max de boel saneren: ‘Ik ga minder werken en meer tijd nemen om te zeilen en dingen met vrienden en mijn kinderen te doen.’ Hierbij gelden zijn regels: één ding tegelijk, en: houd elke week twee dagen vrij om ontspannende dingen voor jezelf en met anderen te doen.

Max probeert te stoppen met cocaïne. Hij wil wel alcohol blijven drinken, maar moet het buitenshuis binnen de perken houden. Zijn leefregel hierbij is: ik kom probleemloos door een alcoholcontrole. Binnenshuis gelden vooralsnog geen beperkingen wat betreft alcohol.

Excuses maken

Naarmate de tijd vordert, blijkt dat Max de medicatie trouw gebruikt en hierdoor veel meer innerlijke rust ervaart en minder in de vechtstand schiet. ‘Mijn lontje wordt steeds langer,’ grapt hij. De mensen in zijn directe omgeving merken ook dat hij milder en rustiger wordt. ‘Ze lopen minder op hun tenen en kunnen gemakkelijker tegen mij zeggen wat ze denken, zonder dat ik meteen in de verdediging schiet of in de aanval ga.’

Max voelt zich er nu schuldig over dat hij jarenlang mensen uitkafferde en vooral dat hij in de privésfeer letterlijk en figuurlijk dingen kapot maakte. Hij volgt mijn advies op om hierover in gesprek te gaan met mensen die belangrijk voor hem zijn: samen terugkijken op hoe het ging en eventueel excuses maken voor gedane of nagelaten zaken. Hierdoor weet Max twee verbroken vriendschappen te herstellen. Gesprekken met ex-geliefden lopen echter minder goed. En Sophie, met wie hij inmiddels in een ingewikkelde scheidingsprocedure is verwikkeld, heeft ook geen behoefte aan herstelwerkzaamheden.

Wat betreft professionele activiteiten, middelengebruik en relaties lukt het Max vrij aardig gas terug te nemen. Hij stoot projecten af, zeilt regelmatig en maakt stedentrips met zijn kinderen.
Max’ drankgebruik is, op periodieke uitspattingen na, behoorlijk afgenomen. Maar het lukt hem niet om definitief met cocaïne te stoppen. ‘Af en toe snuif ik nog een lijntje. Maar echt veel minder vaak dan ik gewend was. Opa is het hier trouwens niet mee eens. Maar die man heeft geen verstand van drugs.’ Dit is natuurlijk een drogreden en Max weet dat, maar hij is tevreden met het behaalde resultaat.

Verveling

Aanvankelijk gebruikte Max de sleutelhanger een paar keer per dag. Het werkte voor hem als effectieve onderbreking van zijn automatismen. Dan liep hij bijvoorbeeld met grote passen op iemand af om hem of haar eens goed de waarheid te zeggen. Onderweg pakte hij dan de sleutelhanger en bedacht hij zich. Of hij liep naar de koelkast om wodka in te schenken, dacht onderweg aan opa en corrigeerde zichzelf en nam een sapje. In zijn nieuwe penthouse plakte hij zelfs een fotootje van opa op de koelkastdeur. ‘Dit leidde bijna tot geheelonthouding.’ Ook maakte Max er een gewoonte van om ’s avonds op weg naar huis een onderhoud met opa te hebben. Een soort dag-evaluatie: wat ging er goed, wat ging fout en hoe ga ik het morgen anders doen?

Nu Max’ nieuwe gewoonten steeds verder inslijten, heeft hij zijn opa minder nodig. Wat betreft relaties slaat de verveling nu toe. ‘Geloof me, met vrouwen en seks heb ik echt alles meegemaakt. Ik begin me te realiseren dat ik er zo’n beetje klaar mee ben. Daarom zou ik eigenlijk best wel weer terug willen naar Sophie. Niet meer in de vorm van een huwelijk, maar bijvoorbeeld als latrelatie.’

Ik leg hem uit dat deze wending waarschijnlijk een verschijnsel is van zijn hechtingshandicap: hij is verzadigd van alle seksuele escapades, raakt aan niemand gehecht en daarom zoekt zijn brein naar een nieuwe bevlieging. ‘Terugkeer naar het oude’ voelt nu wellicht aan als een leuk project. Dat zou kunnen, maar Max is al aan het onderzoeken of Sophie hem op een of andere manier terug wil. Hun kinderen zijn het er niet mee eens en Sophie reageert bepaald niet enthousiast. Wat mij betreft is het vooral een teken dat zijn dynamiek niet wezenlijk verandert. De heftigheid van zijn gevoelsleven is gedempt door de medicatie. Hij is een aantal verstandige routines aan het inslijten en hij gebruikt drie goed werkende leefregels. Opa heeft zo nu en dan de functie van corrigerende mentale prothese. Maar in de kern blijft Max een gehandicapte man die zich niet kan hechten en een vat vol tegenstrijdigheden is. Hij weet en beaamt dit. ‘Maar ik gebruik nu meer dan ooit mijn verstand,’ zegt hij, ‘en dat bespaart me een heleboel energie. En nog veel meer gedoe.’

In verband met privacy is dit verhaal zo bewerkt dat het niet te herleiden is tot werkelijke personen.

Dit is een voorpublicatie uit het nieuwe boek van Martin Appelo, Hecht niet. Hoe te leven als je (partner) niet hecht, inmiddels verschenen bij Boom (€ 20,-).

Heftig, maar leeg leven

Max, de hoofdpersoon in dit verhaal, heeft een hechtingshandicap: een ernstige, moeilijk behandelbare vorm van onveilig gehecht zijn, die door psychologen ook wel ‘gedesorganiseerde hechting’ wordt genoemd. Behalve de hechtingshandicap bestaan er nog twee – minder ernstige en beter behandelbare – vormen van onveilig gehecht zijn: ambivalent gehecht en vermijdend gehecht.

Een hechtingshandicap komt voor bij ongeveer 10 procent van de mensen, even vaak bij mannen als bij vrouwen. Ze zijn in hun vroege jeugd door hun ouders of verzorgers emotioneel zo ernstig beschadigd dat ze op latere leeftijd niet in staat zijn langdurige, intieme relaties te hebben. De ouderfiguren waren zeer onberekenbaar en onvoorspelbaar, en soms ook agressief naar hun kind.

Kinderen die bij deze ouders zijn opgegroeid, worden vaak heftige volwassenen, op zoek naar spanning, avontuur en conflict. In het begin van een nieuwe relatie zijn ze intens verliefd, maar al snel raken ze verveeld, waarna ze op zoek gaan naar een nieuwe vlam. Zo gaat het ook met beroepen, interesses en vriendschappen. Hierdoor hebben ze weinig goede contacten in hun leven: als ze diep in hun hart kijken, voelen ze een leegte.

Slechts een op de vijf hechtingsgehandicapten is enigszins te helpen met psychotherapie. Deze mensen kunnen leren hoe ze de schade van hun gedrag beperken: via het zichzelf verstandelijk opleggen van leefregels leren ze hun heftige gevoelens onderdrukken. Veel hechtingsgehandicapten halen echter zo veel plezier uit hun snelle, opwindende leven, dat ze niet wíllen veranderen.