Wie ben je?

‘Ik ben een man… van 45… ennuh… redelijk goed in m’n vel zittend. Dat gevoel heb ik sinds m’n veertigste. Sinds dat moment is het rustiger geworden in m’n leven. Dat zie je bij veel mensen, dat ze dan de balans opmaken: je kijkt of je het roer nog moet omgooien. In mijn geval leidde het tot de gedachte dat m’n beste tijd nog moet komen. Sindsdien ben ik anders gaan opereren. Ik ben nu stabieler en schiet minder kanten uit.

Wat bij mij heel erg veranderd is, is dat ik niet meer alleen die publieke figuur ben. Als ik een slechte show heb, of een slechte kritiek, is dat niet meer mijn eerste zorg. Omdat er nu thuis twee kinderen zitten die mijn onvoorwaardelijke steun nodig hebben. Straks moet ik toch even met de jongens overleggen of we vanavond vissticks eten of wienerschnitzel. En dan moet ik die wienerschnitzel in huis halen, want nee, we hebben geen Filippijns kindermeisje.

Als ik mezelf vergelijk met pakweg tien jaar geleden, geniet ik nu veel meer van m’n leven. Ik was altijd gebrand op succes. Dat is nu weg. Ik hoef niet meer zo te scoren over de ruggen van anderen. Ik werk nu veel meer vanuit mezelf. De druk van “ik moet scoren voor het publiek” is er niet meer. Dat is echt op m’n veertigste begonnen. Toen kwam het moment dat ik dacht: “Ik kan alles weer opnieuw gaan doen. Ik kan een restaurant beginnen, ik kan weer gaan studeren, ik zou m’n leraarschap weer kunnen oppakken, ik zou een goeie decaan kunnen zijn.” Alles lag voor het oprapen.

Uiteindelijk ben ik niet iets totaal anders gaan doen, maar toen ik wegging bij de ncrv en de Vara mij vroeg, dacht ik wel: “Ik begin ik weer helemaal op nul. Ik laat al m’n sterke kanten vallen en ga weer uit van de basis.” Dat gaf zóveel plezier! Het leverde het programma Pa Paul op, heel zwaar om te maken, maar het was een dierbaar programma voor mij. Voor het eerst kon ik genieten van een show die niet goed werd bekeken. Puur omdat ik het maken zo leuk vond. Ik heb weleens gedacht: “Als de mensen m’n truc doorhebben, moet ik wegwezen.” Een paar keer heb ik het overwogen, en ik ben ook eventjes weggeweest, maar ik merk nu dat er een heel ander, jonger publiek is. En doordat ik meer ontspannen ben dan vijf jaar geleden, gaat alles me veel makkelijker af.

Jij wilt natuurlijk weten wat mijn kern is die altijd hetzelfde is gebleven. Dat is het verzorgende en het ongeduld, denk ik. En m’n intuïtie. Ik denk niet eerst heel veel na, ik ga vooral op m’n gevoel af. Wat ik ook sterk heb, is dat ik me nooit van de wijs laat brengen. Ik geloof heel erg in m’n eigen dingen. Dat impulsieve en dat koppige, dat blijf ik altijd houden.

Aandacht willen, zeg je?? Nee, Ik Heb Vroeger Thuis Genoeg Aandacht Gehad En Ik Was Niet Eenzaam. Dat beeld is misschien ontstaan omdat ik als kind heel erg m’n eigen omgeving creëerde. Ik had en heb een ongebreidelde fantasie. Ik sportte dan wel niet, maar ik speelde wel uren piano, ik las boeken, ik wist alles van de radio, ik wist uit m’n hoofd waar alle films in alle bioscopen in Rotterdam draaiden. Nadat ik vanwege een grote mond van school was gestuurd en naar een hele christelijke school in Lekkerkerk moest, woonden m’n nieuwe vriendjes en vriendinnetjes aan de overkant van de Lek, en dat pontje ging maar tot tien uur, dus ik was gedwongen om veel alleen te doen. Maar het voelde niet eenzaam, want dan ging ik weer oppassen bij een buurman, een boer met zeven kinderen. En ik ging naar dansles en naar toneel. Een paar jaar geleden vroeg ik mijn ouders: “Wat vonden jullie toen eigenlijk van mij?” “Om jou hebben we ons nooit zorgen gemaakt,” zeiden ze. “Toen je het huis uit was, wisten we: dat gaat goed.”

Wat ik altijd heb gehad, is bezieling. Dat valt niet te leren, je kunt er geen cursusje voor volgen. Als ik een idee heb, of ik heb een ambitie, dan probeer ik het echt waar te maken. Het ergste is als je laatste woorden zijn: “Had ik nou dat en dat maar gedaan.” Toen ik lesgaf aan de kleinkunstacademie, zei ik tegen de studenten: “Je moet je laten vallen. Als je niet valt, weet je nooit waar je terechtkomt.” Als je altijd maar voorzichtig bent, als je geen grenzen verlegt, kun je nooit écht uit je leven halen wat erin zit. Ik ga dus altijd recht vooruit. Natuurlijk heb ik ook wel ongelukkige periodes gehad, als er bijvoorbeeld een relatie uit ging, maar net op het moment dat je heel erg ongelukkig bent, kom je opeens weer iemand tegen met wie je dan weer een paar jaar plezier hebt.

Het is gewoon niet mijn stijl om bij de pakken neer te zitten. Toen ik bij de ncrv wegging en het even niet meer liep op werkgebied, heb ik wel gedacht: “Wat moet ik nou?”, maar ik ging niet aan de rosé. Ik zat op een heerlijk grasveld in Spanje, te genieten van de zon en de paella en gamba’s. “Nou ja, dan maar niet”, ging het door me heen. “Anders begin ik hier wel een homostrandtent: Pootje baaien.”

Oké, ik voel me echt weleens twee uur zielig en eenzaam, maar nooit honderd uur achter elkaar. En nu het al zo lang zo goed met me gaat, zou ik natuurlijk bang kunnen zijn dat het stopt. Dat ik ziek word of doodga. Dat Stephan morgen tegen me zegt: “Het is Giovanni en daar heb ik al drie jaar een relatie mee.” Maar nee, dat kán helemaal niet, joh. Dat soort dingen moet je je gewoon niet afvragen.’

Waar geloof je in?

‘Ik geloof heel erg in mezelf. Verslijt mij maar voor arrogant, maar als je niet in jezelf gelooft, heb je geen fundament om op te bouwen. Als dingen niet werken, als in mijn werk m’n intuïtie me in de steek laat, of toen mijn tweede zoon in de couveuse lag, dan doe ik gewoon wat ik denk dat het beste is. Dit klinkt misschien een beetje als een iets te slecht boek, maar het werkt wel zo. Het is de zekerheid dat er vanzelf weer iets komt waar ik in geloof. Ik zie overal wel weer kansen die ik kan pakken. Ik ga altijd omhoog.’

Wat was het keerpunt in je leven?

‘Ik ben onverwacht snel beroemd geworden, maar ik zie dat niet als een keerpunt, het was meer iets wat ik graag wilde en wat vervolgens gebeurde. Mijn droom was altijd: gelukkig en succesvol zijn. Is allebei gelukt.

Over dat geluk dacht ik vroeger: “Ik wil een vriend hebben en dan gaan we elkaars gymschoenen en truien aantrekken.” Dat is nu redelijk aan de hand. Het past nog niet echt, zijn kleding, maar het geluk is er wel: dat je bij elkaar blijft. Omdat je het leuk vindt. Omdat je geen crisissen hebt. Maar ook omdat je hebt beloofd die twee jongens, die nog flink wat hobbels op hun weg zullen meemaken, zo goed mogelijk in de wereld te zetten.

De jongens zijn het echte keerpunt in m’n leven. Ik had me er al bij neergelegd dat kinderen voor mij niet in het verschiet lagen, maar als die wens dan opeens toch in vervulling gaat, is dat iets heel groots. Het gezamenlijke besluit om twee mensen onvoorwaardelijke liefde te geven, valt niet terug te draaien. Je kunt niet het ventiel uit je kinderen halen, ze opvouwen en in de kast leggen en ze er over een jaar weer uit halen. Het komt meerdere keren per jaar voor dat ik dat wél zou willen, overigens. Nou ja, dan valt er heel goed een oppas te regelen en gaan Stephan en ik een paar dagen weg.

Maar over het algemeen ben ik het liefste thuis. We hangen af en toe nog wel tot vier uur ’s nachts in het café hoor, maar ja, je bent brakker dan brak en de hele volgende dag ben je bezig weer boven Jan te komen. Je kunt óók zeggen: “Ik kom vanavond thuis, dan kunnen we morgen om half tien ontbijten en om een uur of twaalf ons eerste spelletje Mens Erger Je Niet doen.” Dat is me toch iets dierbaarder. Thuis valt er nu meer te halen dan in de stad.’

Wat zou je willen veranderen?

‘Niks. Zelfs m’n vreetbuien niet. Die horen bij me. Ik sport al vier jaar intensief en mág nu vreten. Iedere dag doe ik vijftig minuten aan cardiotraining. Ik ben er niet dol op, maar ik kan tijdens het sporten heerlijk Grey’s Anatomy kijken, en als ik dan ’s avonds een vreetbui heb, hoef ik er niet meer zoals voorheen van te balen dat ik niet de discipline heb om van het eten af te blijven. Da’s een hele overwinning. Vroeger bereidde ik om vier uur ’s nachts complete maaltijden als ik me eenzaam voelde. Nu kom ik ’s avonds na afloop van een voorstelling thuis, kijk ik nog even naar Nova met Koot & Bie, en vreet ik twee zakken chips leeg, met mayonaise en currysaus. Geen enkel probleem meer mee.’

Hoe is het om ouder te worden?

‘Wat ik vervelend vind aan ouder worden, is dat je doodgaat. Ik ben al mijn hele leven bang dat ik op m’n 52ste doodga. Ik mag nu niet meer op die leeftijd wegvallen, vanwege mijn gezin. Het zal een raar jaar worden, ik kan natuurlijk niet m’n hele 52ste in quarantaine gaan. Maar misschien valt het mee. Ik was altijd bang dat ik aan m’n hart of m’n vet zou doodgaan, maar dat zit nu goed, door het sporten verkeer ik in topconditie. Dus ik word gewoon 83.’

Wat heb je geleerd van de liefde?

‘In de film Alles is liefde zit een mooie zin: “We komen allemaal een keer de ware tegen, maar de grote vraag is: wat doe je in de tussentijd?” Als je man en kinderen hebt, zoals ik, en een zwaar leven met hard werken erbij, twijfel je soms aan je relatie: “Is het op?” In de film antwoordt een man dan aan zijn vrouw: “Bij jou raakt het nooit op.” Er is namelijk altijd een vorm van liefde aanwezig in je omgeving. Alleen, je moet liefde kunnen vinden, het kunnen pakken.

Heel, heel vroeger, toen ik nog vrijgezel was, was ik onhandig in het zoeken naar liefde. Ik was zo onzeker als wat, werd nooit versierd in cafés. Nu ik erop terugkijk, besef ik dat ik wel degelijk iemand was van wie anderen enorm konden houden. Ik moest het alleen niet hebben van m’n uiterlijk, maar van m’n praatjes. En vooral van de dingen daarna. Mensen werden verliefd op me omdat ik altijd laat zien wie ik echt ben; ik heb geen geheime agenda en flap alles eruit wat me bezighoudt. Daardoor geven mensen zich op hun beurt aan mij. Bij mij was het dus nooit liefde op het eerste gezicht. Het was meer het tweede, derde of vierde gezicht; als er eten bij kwam, of wijn, of humor.

Misschien is dat wel waarom gehandicapten en verstandelijk gehandicapten enorm naar me toetrekken. Ik word blij als ik ze zie, dan wil ik het liefst even bij ze gaan zitten. Dat voelen zij bij mij en ik voel het bij hen. Ik denk dat ik een vrij groot hart heb en veel liefde geef. Er zal flink worden gejankt aan mijn graf.’[/wpgpremiumcontent]