Is Nederland te vol?

We persen ons in de trein met andere forenzen en sluiten zuchtend aan in de file. We vinden Nederland te vol, verzuchten we, en verlangen naar rust en ruimte om ons heen. Het volgende moment sjokken we schouder aan schouder over de ­rommelmarkt of staan tussen duizenden anderen op een bevrijdingsfestival voor een podium te juichen.

TEST
Doe de test »

Heb je een gezond stressniveau – of loopt je gezondheid gevaar?

Wat maakt dat we een situatie als te druk ervaren? En: wat zijn de gevolgen ervan? Een belangrijke vraag aangezien steeds meer mensen in steden gaan ­wonen en het daar dus nog drukker wordt. In 2040 zullen er in de vier grote steden, zo berekent het cbs, zelfs 333.000 meer inwoners zijn dan nu.

Het gevoel dat er te veel mensen om ons heen zijn, wordt in de psychologie crowding genoemd. Crowding is altijd een subjectieve ervaring: een gevoel van drukte kan samenhangen met de daadwerkelijke aanwezigheid van een menigte, crowd, of met het aantal mensen per vierkante meter – maar het hoeft niet.

Wat maakt dan dat we een plek als te druk ervaren?

Als we door anderen worden gehinderd in onze activiteiten of in het bereiken van ons doel, concludeerden de Amerikaanse onderzoekers Donald Schmidt en John Keating al eind jaren

zeventig. Die verklaring wordt ook wel ‘gedragsbeperking’, behavioral constraint, genoemd.

De Amerikaanse sociaal psycholoog Allan Wicker en collega’s toonden dat effect goed aan. In hun onderzoek moest steeds een groepje van vier proefpersonen een miniatuurracebaan bedienen. Wat per groep verschilde, was de hoeveelheid autootjes waarmee ze dat moesten doen: 6, 4 of 2. Daardoor ontstonden er onderbemande, passende, en overbemande groepen.

TEST
Doe de test »

Is het tijd voor een nieuwe baan?

Uit de resultaten bleek dat respectievelijk 73, 20 en 33 procent van hen aangaf dat de ruimte te druk was. En dat terwijl de grootte van het vertrek of het aantal aanwezige mensen niet veranderde. De enige reden voor het gevoel van drukte was dat in de onderbemande groep de groepsleden elkaar in de weg liepen. Daardoor hinderden ze ­elkaar bij het bereiken van hun doel, het bedienen van alle autootjes.

Op een bevrijdingsfestival hebben de meeste mensen hetzelfde doel als wijzelf, genieten van de muziek, en daardoor ervaren we geen crowding. Maar op het moment dat we het festivalterrein verlaten, verandert het gezamenlijk doel in een conflicterend doel: we willen allemaal zo snel mogelijk naar ons eigen huis. De persoon die net nog voor ons stond en onderdeel was van de festivalbeleving, is nu een obstakel geworden.

Hoe druk we het om ons heen vinden, hangt dus af van wat we willen doen?

Ja, en er zijn nog meer verklaringen. Zoals de stimulus overload-­verklaring van Schmidt en Keating: we vinden een situatie te druk wanneer we ons als individu overweldigd voelen door de aanwezigheid van anderen. Mensen krijgen per dag heel veel waarnemingen te verwerken. Ieder mens heeft daarvoor, afhankelijk van de situatie, een maximumcapaciteit. We hanteren allerlei strategieën om de ­hoeveelheid verwerkte waarnemingen onder dat maximum te houden. Als dat niet lukt doordat we te veel waarnemingen moeten verwerken, bijvoorbeeld omdat er veel mensen om ons heen zijn, ontstaat het gevoel dat het te druk is.

Een onbewuste strategie waarmee we voorkomen dat we overladen raken met informatie, is dat we bij drukte onze omgeving minder goed waarnemen. Dat toonde de Amerikaanse omgevings­psycholoog Susan Saegert aan in een klassiek geworden onderzoek: ze gaf vrouwelijke proefpersonen de opdracht om op de schoenenafdeling van een warenhuis twaalf paar schoenen te beschrijven. In zowel een rustige als een drukke winkelomgeving presteerden beide groepen proefpersonen ongeveer even goed. Maar vervolgens werd hun gevraagd een plattegrond te tekenen van de omgeving waarin ze net hadden rondgelopen. De vrouwen in de rustige situatie tekenden een veel accuratere weergave dan de vrouwen in de drukke situatie. Om te kunnen omgaan met drukte, zo bleek in die tweede groep, negeren we andere zaken om ons heen.

Dus in een drukke omgeving hebben we minder aandacht voor wat er om ons heen gebeurt.

En dat niet alleen. In zijn boek Environmental psychology principles and practice zet omgevingspsycholoog ­Robert Gifford van de universiteit van Victoria een heel stel gevolgen op een rijtje. Door crowding verliezen we de controle over onze omgeving en dat veroorzaakt stress; de aanwezigheid van veel mensen om ons heen jaagt onze bloeddruk en hartslag omhoog. Bovendien kan een hoge dichtheid aan mensen tot effect hebben dat we anderen minder aardig vinden, minder snel helpen of ons zelfs vijandig of agressief opstellen. Vooral mannen doen dat.

Wat kunnen we zelf doen om een gevoel van drukte tegen te gaan?

Van alles. Opvallend genoeg zijn daarbij sekseverschillen te zien, zegt Gifford: mannen vertonen meer vermijdingsgedrag, vrouwen meer emotionele coping. Dat bleek bijvoorbeeld in een onderzoek in 2005 onder Nigeriaanse studenten die een kamer deelden. Vrouwelijke studenten waren meer geneigd om hun eigen deel van de kamer af te bakenen en aan te kleden met persoonlijke spullen; mannelijke studenten vluchtten vaker weg en gingen elders zitten studeren.

Maar er zijn natuurlijk tal van situaties waarin je nergens anders heen kunt of geen kans hebt om de ruimte te versieren – bijvoorbeeld wanneer je instapt in een volle bus. Een van de manieren om dan meer ruimte te creëren is oogcontact vermijden. Het is niet toevallig dat mensen in drukke steden of in een volle trein elkaar minder vaak aankijken en groeten dan op het platteland.

Uit onderzoek aan de universiteit van Londen in 2011 kwam een andere strategie naar voren: wie luistert naar prettige ­muziek, laat andere mensen dichterbij komen dan wie onaangename muziek beluistert. Volgens de onderzoekers hebben we met fijne muziek in onze oren minder persoonlijke ruimte nodig. Daardoor kunnen anderen letterlijk dichter bij ons komen te staan zonder dat we daar veel last van hebben.

En binnenshuis? Hoe valt in gebouwen een gevoel van drukte tegen te gaan? De manier waarop ruimtes worden ingericht heeft invloed op hoe vol we het er vinden. Wat kan helpen tegen crowding: hoge plafonds, plafonds met lichte kleuren, ruimtes met veel zonlicht of lichte kleuren. Ook de indeling van een gebouw doet ertoe. In studentenhuizen worden lange rechte gangen eerder als druk ervaren dan korte gangen, of hallen met kamers eromheen, zo bleek uit onderzoek. Zicht zou daarbij een rol kunnen spelen: in een lange rechte gang is de kans om iemand tegen te komen groter dan in een korte gang of een gang met een bocht.

Joren van Dijk is omgevingspsycholoog; zie ook omgevingspsycholoog.nl Bronnen o.a.: D. Schmidt, J. Keating, Human crowding and personal control: An integration of the research, Psychological Bulletin, 1979 / S. Saegert, Crowding: Cognitive overload and behavioral constraint, uit: W. Preiser, Environmental Design Research, 1973 / D. Amole, Coping strategies for living in student residential facilities in Nigeria, Environment and Behavior, 2005 / A. Tajadura-Jiménez e.a., I-space: The effects of emotional valence and source of music on interpersonal distance, plos one, 2011[/wpgpremiumcontent]