Twee soorten geluk

Ik kom weleens met mijn honden in een gebied waar het stikt van de konijnen. Ik houd ze dan strak aan de lijn om te voorkomen dat ze ervandoor gaan, achter een konijn aan. Ze hebben dus nooit iets gevangen. Toch worden ze altijd weer blij en opgewonden zodra we daar zijn.
<L CODE="C02">Roos Vonk</L>, hoogleraar psychologieRoos Vonk, hoogleraar psychologie

Dat bracht mij aan het mijmeren over periodes in mijn leven dat ik ook heb genoten van de ‘jacht’ – op liefde, succes, of de ideale winterjas. Als we druk doende zijn om dichter bij een aantrekkelijke target te komen, maken we meer dopamine aan. Dat geeft een kick, een gevoel van opwinding en energie.

Veel emoties in het geluksspectrum zijn hiermee verbonden: plezier, verliefdheid, opgetogenheid, enthousiasme, extase. Of het doel nu bereikt wordt of niet, de voorpret is vaak al genoeg om die emoties op te roepen. Het vooruitzicht van een mogelijke beloning zet de genotscentra in de hersenen al aan de gang, zoals bij iemand die naar de wieltjes van een fruitautomaat zit te kijken. De dopaminekick is ook verslavend. Want hoe opgetogener je bent, des te sterker ben je geneigd om nóg meer opwinding te zoeken.

Al deze emoties hebben een hoge graad van ‘arousal’ en energie. Er zijn ook prettige emoties met een lage ‘arousal’: je voelt je bijvoorbeeld tevreden, ontspannen, sereen, kalm. In Oosterse culturen zijn juist deze emoties met geluk geassocieerd. Als je aan mensen in Azië vraagt hun ideale gevoelstoestand te beschrijven, of als je boeddhisten vraagt om hun definitie van geluk, dan komen ze met dit soort woorden.

Geluk moet je najagen
Voor westerse mensen is geluk gekoppeld aan energie en intensiteit. Dit blijkt samen te hangen met de westerse neiging om de wereld te willen beïnvloeden om in de eigen behoeftes te voorzien. In oosterse culturen is het motto meer dat je aanpast aan de wereld en niet omgekeerd, en dat je je gedrag afstemt op de behoeftes van anderen. Die aanpassingsoriëntatie gaat samen met een andere invulling van geluk, waarin berusting, acceptatie en kalmte de hoofdrol spelen.

Met ons verlangen naar ‘maakbaarheid’ zouden wij daar nog veel van kunnen leren. Het is immers vaak makkelijker om je eigen houding te beïnvloeden dan de wereld om je heen. Kun je je eigen houding veranderen, dan kun je gelukkig zijn met dat wat er is. Wil je de omgeving veranderen, dan ben je altijd gelukkig aan het worden. Je moet het geluk najagen. Je wordt blij als je dichter in de buurt komt. Maar het verraderlijke is: als je bij je doel bent, zie je weer nieuwe doelen waar je naartoe wilt. Er komt nooit een moment dat je er bent.

Het is moeilijk als je barst van de heetgebakerde verlangens en ambities, maar ik raad iedereen aan ook die andere variant van geluk eens te onderzoeken: het stille geluk – ingetogen, in plaats van opgetogen. Zoals alle dieren zijn mijn honden trouwens ook erg goed in het ‘zijn met wat er is’. Vooral na een uurtje trekken en hijgen.

Roos Vonk, hoogleraar Psychologie en columnist Psychologie Magazine,roosvonk.nl

© september 2011 Psychologie Magazine

REAGEER

auteur

Roos Vonk

Roos Vonk verbaast zich graag over menselijke eigenaardigheden. In haar column voor Psychologie Magazine schrijft ze over de psychologie van het dagelijks leven.

» profiel van Roos Vonk

Dit vind je misschien ook interessant

Artikel

Geluksonderzoek Psychologie Magazine – deel 2

Driekwart van de lezers van Psychologie Magazine (78%) gelooft dat een goede gezondheid een keiharde...

Lees verder
Verhaal

Wat te doen bij keuzestress?

Net als veel leeftijdgenoten wil journalist Carlijn Bult (32) graag álles uit het leven halen, maar...

Lees verder
Artikel

Ongeliefd =/ ongelukkig

Lees verder
Interview

Ilja Leonard Pfeijffer: ‘Liefde draait om royaal geven’

Lees verder
Artikel

Bent u wel wijs?

Lees verder
Artikel

Geld stiekem toch belangrijk?

Lees verder
Interview

Mijn moeder heeft alzheimer

Lees verder
Artikel

‘Besef van eindigheid versterkt geluk

Lees verder