Zo niet, dan was dat een slechte beurt voor het datingbureau – want dan waren wij het levende bewijs dat je ook heel goed met elkaar kunt leven als je niet bij elkaar past.

Lief en ik vonden elkaar niet. Nergens in de lijst kandidaten op volgorde van geschiktheid kwam ik zijn profiel tegen. Tot een artikel kwam het ook niet, want dit mini-experiment met twee proefpersonen kon moeilijk gelden als wetenschappelijk onderzoek. Wel vielen in de weken erna diverse lange, welstandige IT’ers in mijn mailbox die hielden van jazzmuziek en Bach.

Voor de goede orde: ik heb niet teruggemaild – ik had tenslotte al een leuke meneer om mee naar Bach te luisteren. Maar het bleef me wel even bezighouden, die vijf profielen die voor 85 tot 91 ­procent overeenkwamen met het mijne. Zou het leven met zo’n perfect passende man niet veel simpeler zijn?

Nee, zeggen biopsychologen. Om de juiste partner te vinden moet je niet je verstand gebruiken maar je neus. De sterkste chemie en de leukste seks heb je met een partner die je lekker vindt ruiken. Daar kan geen psychologische test tegenop.

Ja, zegt relatiepsychologe Pieternel Dijkstra in dit nummer. Een geurspoor volgen is prima als je uit bent op een spannende flirt, maar voor een lang­durige relatie kun je beter je verstand gebruiken. Dan zijn gedeelde waarden en eigenschappen namelijk wél een noodzakelijke voorwaarde. Met de vijf mannen uit mijn mailbox had ik dus ook uitstekend het leven kunnen delen – misschien inderdaad nog beter dan met mijn eigen lief.

Persoonlijk hecht ik ook wel aan dat vleugje feromonen. Maar bent u op zoek in de liefde, en zijn er toevallig een paar geschikte kandidaten in het spel met wie u voldoende gemeen hebt? Geef ze dan in elk geval een kans. De wetenschap geeft u goede papieren. En er zit er vast wel eentje tussen die lekker ruikt.